Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Eindeloos variëren op het saaie verveelt nooit, vindt schilder Klaas Gubbels (85)

Cultuur

Henny de Lange

Klaas Gubbels in zijn atelier © Koen Verheijden

Zijn hele leven schildert Klaas Gubbels al koffiekannen en tafels. Simpel? Welnee. Hij kan wekenlang ‘zeiken’ over één lijn. Ter ere van zijn 85ste verjaardag zijn er meerdere exposities en evenementen georganiseerd.

Het eerste wat kunstenaar Klaas Gubbels elke ochtend doet als hij zijn atelier binnenstapt, is het raam open zetten. Aan dat ritueel houdt hij stipt vast, ook deze dag. “Kom maar jongens”, roept hij naar buiten. Er is geen mens te zien op het idyllische landgoed Lichtenbeek, een paar kilometer buiten Arnhem, waar hij sinds 1958 een atelier heeft op de bovenverdieping van het voormalige koetshuis. “Ha jongens, daar zijn jullie weer voor jullie mariaatjes.” 

Lees verder na de advertentie

Acht mussen en twee spreeuwen komen elke dag rond tien uur langs, zodra hij zijn auto voor het koetshuis heeft geparkeerd. Want dan trakteert hij op mariakaakjes en vogelzaad. Vorige week schoof ook nog een specht met jong aan, vertelt hij. Als de vogels zijn gevoerd, serveert hij koffie, met de overgebleven kaakjes. Zo huiselijk als het eraan toe gaat in zijn atelier zijn ook de thema’s in zijn werk: zijn hele leven al schildert hij koffiekannen. 

Het is een enerverend jaar voor Klaas Gubbels. Vanwege zijn 85ste verjaardag zijn er meerdere exposities en evenementen georganiseerd (zie inzet). “Begin dit jaar, meteen na mijn verjaardag was ik hondsmoe. Maar ja, vijf exposities voorbereiden, dat is ook niet niks. Maar nu ben ik weer energiek en gepassioneerder dan ooit.” Hij wijst naar twee schilderijen waaraan hij de afgelopen tijd heeft gewerkt. Uiteraard zijn het stillevens met koffiekannen. Sinds de kunstacademie vormen ze het belangrijkste onderwerp in zijn oeuvre, naast tafels en stoelen.

Als je al je hele leven dezelfde voorwerpen afbeeldt, moet je oppassen voor clichés

Jarenlang waren zijn koffiekannen blauw, maar die kleur gebruikt hij nu minder. Hij zit nu in een roze periode en ook een belangrijk verschil is dat hij vrijer en spontaner is gaan schilderen. Hij wijst op de achtergrond die hij losjes met brede kwaststreken heeft opgezet. “Als je al je hele leven dezelfde voorwerpen afbeeldt, moet je oppassen voor clichés.” Waar die gedempte bleekroze tinten vandaan komen, weet hij niet. “Alles kan me inspireren. Ik werk heel intuïtief en nooit volgens een vooropgezet plan. Ik ben aan deze schilderijen begonnen na een ontmoeting met de schilder Emo Verkerk in de galerie van Willem Baars in Amsterdam. In het werk van Emo zit ook dat spontane, dus misschien heeft dat me wel geïnspireerd.”

Ook al lijken zijn kannen – zelf noemt hij ze ketels – soms bedrieglijk veel op elkaar, ze zijn allemaal verschillend, en niet alleen wat betreft kleuren en composities. Sommige hebben een dubbel handvat, andere meerdere tuiten, de vorm van een hart of zelfs benen. “Voor mij zijn het gewoon levende wezens, met allemaal verschillende karakters. Er zitten agressieve en humeurige types bij, maar ook opgewekte en aanstellerige personages.”

Charlatan

De reacties op zijn toegankelijke kunst zijn altijd zwart-wit. De een is erdoor gefascineerd, de ander vindt het helemaal niks of noemt hem zelfs een charlatan. “Vaak denken mensen dat ik ze in vijf minuten schilder. Zo ziet het er misschien wel uit, maar je zou eens moeten weten hoe lang ik er soms over doe. Ik kan weken lopen zeiken over één lijn.”

Ineens veert hij op en wijst naar een schilderij. “Ik zie nu ineens wat ik daar nog aan moet veranderen. Dat kannetje moet nog witter.”

Een hele muur in zijn atelier hangt vol met werk waarover hij nog niet tevreden is. Tussen de schilderijen staan ook echte koffiekannen, waarvan hij een kleine verzameling heeft, beelden van keramiek, brons, hout en glas en modellen van karton voor zijn vaak metershoge sculpturen.

Door het eindeloze voortborduren op hetzelfde thema wordt zijn werk wel vergeleken met dat van de Italiaanse schilder Giorgio Morandi (1890-1964), die een leven lang stillevens schilderde van kommetjes, vazen, kruiken en flessen in een beperkt aantal kleuren. Gubbels: “Wat we gemeen hebben is dat we van saaie stillevens iets proberen te maken. Die eentonigheid, dat saaie is het onderwerp.”

Hij heeft er nu nog spijt van dat hij Morandi niet heeft durven aanspreken, bij een toevallige ontmoeting toen hij achttien was. “Ik was te verlegen om hem iets te vragen. Ik ben nog steeds geen held op dit punt. En dat komt misschien doordat ik slecht ben in vreemde talen.”

Op een dag ben ik tafels gaan schilderen. Tot mijn galerie zei: Klaas, moet je niet eens ophouden met die tafels? Toen zijn de ketels erbij gekomen.”

Op zijn achttiende verhuisde hij met zijn moeder naar Arnhem, waar hij sindsdien woont en werkt. Maar hij voelt zich nog steeds verbonden met zijn geboortestad Rotterdam. Hij gaf er jarenlang les op de Willem de Kooning Academie en heeft er veel kunstenaarsvrienden.

“Rotterdam is mijn jeugd”, zegt hij, met onuitwisbare herinneringen aan de straten waar hij speelde, het huis waar hij opgroeide en dat verwoest werd bij het bombardement in mei 1940. Hij ziet zich nog lopen door de brandende straten en over de dode mensen heen stappen. Eén beeld draagt hij voor altijd mee: van een tafel. Die stond in een huis aan de Zomerhofstraat waarvan de voorgevel was weggeslagen, zodat je zo in de woonkamer keek. “Op de tafel zat een man in kleermakerszit. Hij stond in brand.”

Zijn vriend Cherry Duyns, documentairemaker, vroeg hem eens of hij door dat beeld later tafels is gaan schilderen. “De vorm van die tafel in dat verwoeste huis heeft me altijd geraakt, maar ik heb geen idee of het daarmee is begonnen. Ik werk zoals gezegd heel intuïtief. Op een dag ben ik tafels gaan schilderen en dat ben ik blijven doen. Tot mijn galerie zei: Klaas, moet je niet eens ophouden met die tafels? Toen zijn de ketels erbij gekomen.”

Gouden biesje

Dat het koffiekannen werden en geen bloempotten of iets anders, komt misschien door zijn docent op de kunstacademie, Fred Sieger. “Die liet me stillevens maken van heel lelijke ketels met een gouden biesje. Ze waren zo lelijk dat ik daarom misschien wel geprobeerd heb er toch iets van te maken.”

Etaleur Wim Smits van de Bijenkorf in Rotterdam, waar zijn moeder voor de oorlog werkte, kan ook van invloed zijn geweest op zijn liefde voor de koffiekan, veronderstelt hij. “Hij was een top-etaleur. Wat me altijd bij is gebleven dat hij op de vloer van de etalage de contouren van een koffiekan had uitgezet met een gevlochten zwart koord. Dat vond ik interessant.”

Nee, het verveelt nooit. Ik kan er eindeloos op blijven variëren. Wat ook scheelt is dat ik niet alleen schilder, maar ook beelden maak

Maar misschien zette kunstenaar Wally Elenbaas hem ook wel op het spoor. “In de jaren vijftig heb ik hem geassisteerd bij het maken van de mozaïekwanden in het Huis der Provincie in Arnhem.” Hij haalt er een afbeelding bij. “Kijk, er zit ook een koffiepot in verwerkt.”

Verveelt het nooit? “Nee, ik kan er eindeloos op blijven variëren. Wat natuurlijk ook scheelt is dat ik niet alleen schilder, maar ook beelden maak van allerlei materialen.”

En dan moeten we beslist nog even kijken naar de allermooiste koffieketel die hij heeft gemaakt. Die staat in een andere ruimte, die is gevuld met met sculpturen van kannen in allerlei maten en uitvoeringen. “Deze verkoop ik nooit”, zegt hij en wijst naar een abstracte sculptuur van helder glas. Hij maakte het beeld in 2005 met de hulp van de glasblazers in het atelier van Adriano Berengo op het eiland Murano bij Venetië. Het ziet er op het eerste gezicht niet uit als een echte Gubbels-koffiepot.

“Kijk nou eens goed, dit is alleen het uiteinde van een koffieketel. Heb je ooit zo’n schitterende tuit gezien?”

Een feestjaar voor Klaas Gubbels

Ter gelegenheid van zijn 85ste verjaardag wordt Klaas Gubbels dit jaar geëerd met meerdere exposities. In Museum Jan van der Togt in Amstelveen is tot 25 augustus een door Gubbels zelf gemaakte selectie uit zijn oeuvre te zien. Op diverse plekken in Amstelveen staan ook zijn beelden in de buitenlucht.

In Rotterdam is er een duotentoonstelling van Gubbels en Wally Elenbaas (1912-2008), die jarenlang samenwerkten; te zien tot 21 augustus. in het Wally Elenbaas Museum/Verhalenhuis Belvédère, Rechthuislaan 1. 

Op 16 juni opent in galerie InDruk in Den Bosch ook een dubbeltentoonstelling, met Mark Brusse, met wie Gubbels sinds de kunstacademie is bevriend.

Museum Beelden aan Zee in Scheveningen laat vanaf 5 september een overzicht zien van sculpturen van Gubbels. Later dit jaar volgt ook nog een expositie in een galerie in Sjanghai in China. 

Lees ook:

Steeds tafels en koffiekannen. En toch weet schilder Klaas Gubbels niet van tevoren wat het stilleven worden zal.

Het is pas tien uur in de ochtend, maar Klaas Gubbels (70) heeft zich al een paar uur in het zweet gewerkt in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem, waar de laatste hand wordt gelegd aan een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk. Centraal op de expositie staat een vijf meter hoog houten beeld dat is opgebouwd uit vier koffiekannen. Het zaagwerk is elders gebeurd, maar het schilderen doet Gubbels zelf.

De bevroren personages van Giorgio Morandi

Zelden is een stad zo sterk verbonden met een kunstenaar als Bologna met Giorgio Morandi, die daar zijn leven lang stillevens van potjes en vaasjes schilderde. Is dat ook terug te zien in de stad? Joke de Wolf ging kijken.

Deel dit artikel

Als je al je hele leven dezelfde voorwerpen afbeeldt, moet je oppassen voor clichés

Op een dag ben ik tafels gaan schilderen. Tot mijn galerie zei: Klaas, moet je niet eens ophouden met die tafels? Toen zijn de ketels erbij gekomen.”

Nee, het verveelt nooit. Ik kan er eindeloos op blijven variëren. Wat ook scheelt is dat ik niet alleen schilder, maar ook beelden maak