Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Eindelijk gerechtigheid, ook voor Armand Maassen

Cultuur

LEONOOR DE GRAAF

Review

D. van der Meulen en A. Vogel: Register op de wetenschappelijke editie van L. de Jongs 'Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog'. SDU, Den Haag; 398 blz. - ¿ 65.

In 1988, toen het beschrijvende deel van zijn werk klaar was, gaf De Jong in een dertiende deel een verantwoording van zijn uitgangspunten en werkwijze. Maar de grote, en voor sommigen wat wrede, verrassing van deel 13 was dat voor de bezitters van de populaire editie (dat wil zeggen: de goedkopere uitgave, waarin de noten waren weggelaten, Duitse of Engelse citaten in de tekst waren vertaald en het register ontbrak) een cumulatief register was toegevoegd. In één oogopslag konden de bezitters van dit dertiende deel nu vaststellen dat De Jong zelf in alle twaalf voorgaande delen ook als voorwerp van geschiedschrijving aanwezig was geweest (een lot dat hij deelde met koningin Wilhelmina, die blijkens dat register zelfs alomtegenwoordig mag worden genoemd).

De kleine schare echter, die van het begin af had gekozen voor de duurdere wetenschappelijke editie (niet uit snobisme of verlangen op voetnoten verder te gaan, maar omdat er aan het slot van elke aflevering tenminste een index was opgenomen) moest knarsetandend toezien en deel voor deel uit de kast halen om tot een gelijk inzicht ten aanzien van De Jong en Wilhelmina te komen.

Van af nu is dat anders. De heren Van der Meulen en Vogel hebben de registers van de wetenschappelijke editie samengevoegd, gecorrigeerd en van inconsequenties ontdaan en de uitgever heeft er een boek van gemaakt met hetzelfde uiterlijk als de voorgaande 29 banden.

Bovendien is deze laatste (?) kans ook gebruikt om een aantal feitelijke aanvullingen en correcties op het eigenlijk werk aan te brengen. De belangrijkste daarvan gaat over de Delftse student Armand Maassen, van wie in de delen 5 en 9 een faliekant verkeerd en daardoor grievend beeld was gegeven. Een Delftse studiegenoot van Maassen, ir. P. J. de Lint, heeft na zijn pensionering diens lot haarfijn uitgezocht en daarvan in Trouw van 9 november 1991 verslag gedaan, nadat om onbegrijpelijke redenen en ondanks toezeggingen De Lints bevindingen niet in het veertiende (supplement-)deel van het grote geschiedeniswerk waren opgenomen. Ook op dit punt dus eindelijk gerechtigheid.

Ik constateer één nadeel: de 29 banden van De Jongs werk besloegen precies één, 93 centimeter lange, plank in mijn boekenkast. Het twee centimeter dikke register past er net niet meer naast. Maar met dit kleine euvel zal ik leren leven. De dankbaarheid overheerst.

Deel dit artikel