Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Eerherstel voor Sophia, Gods vrouw

Cultuur

Cokky van Limpt

Review

Onder ons vermannelijkte godsbeeld ligt een androgyne traditie verscholen. In publicaties en met een nieuwe school, Academie PanSophia, zoekt godsdiensthistorica en theologe Annine van der Meer de vergeten vrouw in cultuur en godsdienst opnieuw op.

Haar energie en gedrevenheid kennen geen grenzen: op haar missie om de verloren geraakte vrouwelijke kant van God in ere te herstellen, haalt Annine van der Meer de onderste steen boven. Twee boeken over het onderwerp verschenen al van de hand van de kerkhistorica en theologe: ’Van Venus tot Madonna’ (2005) en ’Van Sophia tot Maria’ (2008). Een derde, ’Venus van hoer tot heilige, van idool tot icoon’ verschijnt in het najaar.

„Daarin behandel ik 30.000 jaar sacrale vrouwelijke kunst. Tienduizenden jaren oude Venuskunst, gevonden in Europa en het Midden-Oosten, is tot op heden door archeologen afgedaan als afgoderij, hoererij, vruchtbaarheidscultus. Bovendien zijn duizenden abstracte kunstobjecten beschreven als geslachtsloos, terwijl de geschiedenis van de symboolkunde aantoont dat het in werkelijkheid om vrouwenfiguren gaat. Jarenlang onderzoek, van anderen en van mij, toont aan dat deze vrouwenbeeldjes afbeeldingen zijn van oermoeders, van het goddelijk vrouwelijke. Het is sacrale kunst.”

Haar vitrinekast met vrouwenbeeldjes is indrukwekkend. Overal heeft ze de replica’s vandaan gehaald: Malta, Cyprus, Turkije, Griekenland, Israël, Egypte, Irak, Syrië, India. Af en toe pakt ze een beeldje uit de kast en legt ze uit waaraan je kunt zien dat het om sacrale kunst gaat. „De vrouwenfiguren zijn naakt. Naakt betekent goddelijk. Soms hebben ze een mutsje op of dragen ze een hoofdtooi met maanhorens, soms ook tonen ze een vruchtbaarheidsgordel. Ook de lichaamshouding geeft aanwijzingen. Vaak houden ze hun armen onder hun borsten of op de buik. Bij de oudste beeldjes uit de oude en nieuwe steentijd zijn de heupen vaak breed, en de grote buik met de vrouwelijke organen die leven geven, benadrukt de sacrale functie van het beeldje.”

Ook in het jodendom was het goddelijk vrouwelijke oorspronkelijk aanwezig. Tot 622 voor Christus hebben de oude Israëlieten in een twee-eenheid geloofd: naast de als mannelijk voorgestelde God Jahweh vereerden zij zijn vrouwelijke partner Asjera. Van der Meer: „De theologie van de eerste tempel van Salomo, van 960 tot 586 voor Christus, kende een meervoudig en androgyn godsbeeld, dat trouwens nog veel ouder is dan het jodendom en verbindingen heeft met de oosterse wereld. Aan dit joodse inclusieve monotheïsme – God heeft een vrouw en kinderen – kwam een einde, toen op last van koning Josia de vrouw van God, Asjera – later Sophia (haar Griekse naam) of Wijsheid genoemd – letterlijk de tempel werd uitgezet.”

In 2 Koningen 23 staat deze grote schoonmaak beschreven. Alle voorwerpen die gemaakt waren voor Asjera moesten uit het huis van de Heer verwijderd worden en verbrand. Ook de heilige paal, waarmee Asjera werd vereerd, moest weg. Hogepriester Chilkia brengt de paal op last van koning Josia naar het Kidrondal en verbrandt het beeld daar.

„Vanaf 586 voor Christus kalfde het meervoudige godsbeeld af en ging het monojahwisme de joodse theologie domineren. Na de Babylonische ballingschap werd met Perzisch geld de in 586 verwoeste tempel in 515 herbouwd. In de theologie van deze tweede tempel is het vrouwelijke weggeschreven. In het heilige der heilige ontbreekt voortaan de vrouwelijke kant van God, en daarmee het meervoudige godsbeeld dat later polytheïsme is gaan heten. De oude beeldcultuur is sindsdien tot afgoderij betiteld.”

Maar, zegt Van der Meer, Sophia verdween niet volledig van de aardbodem. Ze leefde voort, in joodse, gnostisch-christelijke en mystieke teksten en in de beeldcultuur. Juist die combinatie van oude teksten met archeologische vondsten maakt haar onderzoeksresultaten stellig, zegt ze. „Ik breng beeld en tekst bij elkaar en laat de samenhangen zien. Over de interpretatie en het relatieve belang van teksten kun je twisten, maar concrete beelden overtuigen.”

In ’Van Venus tot Madonna’ heeft Van der Meer een schat aan materiaal verzameld over het goddelijk vrouwelijke in vele culturen in de periode van 30.000 jaar voor Christus tot het jaar nul. „Door mijn onderzoek ben ik gaan inzien dat het goddelijk vrouwelijke geen marginaal verschijnsel was, noch in het jodendom en oerchristendom, noch in andere culturen, zoals de Egyptische en Indiase. Pas toen ik ontdekte hoe fundamenteel en centraal het goddelijk vrouwelijke eigenlijk is, ben ik de rol van Sophia in perspectief gaan zien. In ’Van Sophia tot Maria’, dat begint waar het eerste boek stopt, werk ik aan de hand van mythen, symbolen, canonieke en apocriefe teksten en de ervaringen van mystici de geschiedenis van Sophia uit.”

Het androgyne godsbeeld, dat in de tweede tempelperiode was weggeschreven, verhuisde volgens Van der Meer mee met de Joden in ballingschap, naar Egypte, Mesopotamië, Arabië, en ook naar Galilea, het geïsoleerde noorden van Israël. „Daar is men conservatief en houdt men vast wat men vroeger had.”

De apocriefe bijbelboeken Wijsheid en Wijsheid van Jezus Sirach zijn voortgekomen uit joodse kringen in Alexandrië in Egypte. „Deze Sophia-teksten zouden hellenistisch zijn en zijn daarom als niet authentiek weg gewapperd. Maar dat is onjuist”, zegt Van der Meer. „In die twee boeken wordt een oude, joodse mystieke traditie overgeleverd met een meervoudig godsbeeld – de androgyne traditie waarin Sophia nog gekend is. Datzelfde geldt bijvoorbeeld voor de in de orthodoxe traditie als apocrief verklaarde joods-christelijke evangeliën van de Hebreeën en de Ebionieten, waarin Jezus Sophia als zijn moeder aanspreekt.”

De oudste wijsheidstekst, waarin Sophia aan het woord is, is het oudtestamentische bijbelboek Spreuken. In Spreuken 8, vers 22-39, vertelt Wijsheid hoe zij er al was in de fase voor de schepping en hoe zij als uitvoerster aan de zijde van de Heer stond bij de schepping van de aarde.

’In het begin schiep God de hemel en de aarde’ luidt de eerste zin van het bijbelse scheppingsverhaal in Genesis. Maar dat kun je ook anders lezen, zegt Van der Meer. Niet als ’In het begin’, maar ’Met Begin’, ’Met Wijsheid/Sophia’: samen met Sophia schiep God de hemel en de aarde.

In de herbewerking van Genesis eind zesde eeuw heeft de redacteur volgens haar ’Wijsheid’ vervangen door ’Begin’. Als bewijs voor deze stelling voert zij een zestal targumvertalingen aan, dat zijn Aramese vertalingen vanuit het Hebreeuws. In die vertalingen luidt de eerste zin van Genesis als volgt: ’In het begin: door Wijsheid schiep God de hemelen en de aarde’. „In de oudheid is deze Aramese vertaling bekend geweest bij de Samaritanen, de oudste inwoners van het noordrijk Israël. Je komt de vertaling onder meer tegen in de leer van de gnosticus Simon de magiër uit Samaria en in de leer van de gnosticus Marcus de magiër, een leerling van Valentinus uit Alexandrië. Beiden noemen Sophia ’Begin’. Zij kennen dus deze oude traditie. In Alexandrië is ook de oudere vertaling van Genesis bekend, waar Sophia als Begin met God schept. Sophia is de vrouwelijke wederhelft van God de Vader, de kosmische oerkracht die samen met de vader de schepping vormgeeft.”

„Wij zijn Sophia en met haar de androgyne traditie kwijtgeraakt”, zegt Van der Meer. „Ons godsbeeld is vermannelijkt, maar in de traditie die daaronder ligt, in de wortels van onze religie, vinden we het meervoudige godsbeeld terug. We kunnen Sophia eerherstel geven, en dat geldt ook voor Eva en Maria. We weten nu wat we hebben verloren.”

In het onderzoek naar ’God de Moeder’ is Annine van der Meer in Nederland nog een pionier. Mondiaal is er veel meer gaande op dit gebied. Een team van deskundigen van het Bijbel en Oriëntmuseum in het Zwitserse Freiburg, dat verbonden is aan de universiteit ter plaatse, is bijvoorbeeld bijzonder actief met het in beeld brengen van vrouwelijke kunst. „Zij onderzoeken kunstvoorwerpen van 9000 voor tot 500 jaar na Christus, kopen beeldjes aan in het Midden-Oosten, catalogiseren ze en stellen ze tentoon. De Zwitsers leggen het fundament voor de erkenning van de waarde van de vrouwelijke sacrale kunst. De beelden tonen aan dat er sprake was van een meervoudig godsbeeld, dat in de vaak herschreven religieuze teksten verdoezeld wordt.”

Van der Meer spreekt van een nieuwe, interdisciplinaire tak van wetenschap in ontwikkeling: het internationale matriarchaatonderzoek. Boegbeeld van deze nieuwe beweging, die onder andere de vergeten vrouwelijke kant van God in kaart brengt, evenals oude en hedendaagse moederculturen of matriarchaten, is de Duitse filosofe en methodologe dr Heide Göttner-Abendroth. „Zij brengt wetenschappers uit allerlei disciplines bij elkaar, theologen, archeologen, volkskundigen, psychologen, linguïsten, etnologen en antropologen, opdat zij de uitkomsten van hun onderzoek combineren en er zo een totaalbeeld ontstaat van een cultuur. Diverse publicaties en twee congressen, in Luxemburg en Texas, zijn er tot nu toe op haar initiatief gekomen.”

Deze nieuwe tak van wetenschap heeft tot doel de oude moederculturen van een wetenschappelijke basis te voorzien. „En dan gaan we kijken wat we daaraan hier en nu kunnen hebben. Wat deden zij goed, wat wij niet meer kunnen? Wat is de toegevoegde waarde van matriarchaten voor onze samenleving van vandaag, bijvoorbeeld op het gebied van de heiligheid van het leven van alledag?”

Om ook in Nederland belangstelling te wekken en te voeden voor het onderzoek naar de vergeten vrouw in cultuur en godsdienst en het vrouwloze beeld van onze geschiedenis te corrigeren en aan te vullen, heeft Van der Meer een school opgericht, ’Academie PanSophia, kenniscentrum matriarchaat en eenheidsbewustzijn’. Tijdens haar lezingen de afgelopen jaren in het land, vaak op uitnodiging van kerkelijke gemeenten, had zij gemerkt dat mensen ’laaiend enthousiast’ zijn over het herontdekken van het aandeel van vrouwen in oude culturen. „Dat dit in onze eigen cultuur zit, maar dat we het zijn kwijtgeraakt, is een enorme eyeopener, ook voor mannen.”

Morgen begint de eerste basiscursus ’Leer je moedertaal weer spreken’, met een kleine dertig deelnemers, onder wie twee mannen. Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. In september start de tweede basiscursus.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie