Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Eenzaam, breekbaar en onbereikbaar

Cultuur

Ronald de Rooy

In het bejubelde debuut van Paolo Giordano sluiten twee eenzame pubers vriendschap. Maar hun jeugdervaringen staan een echt contact in de weg. Dat deze roman in Italië zo'n enorm succes is, hoeft niemand te verbazen, schrijft Ronald de Rooy.

Nog voor je erin begint, fascineert deze roman al door de mysterieuze titel en door de verstilde, priemende blik van de omslagfoto, een intrigerend zelfportret van een jonge Nederlandse fotografe (meer van haar werk op rooze.deviantart.com) dat ook voor het Italiaanse origineel is gebruikt.

De beide hoofdpersonen, Alice en Mattia, hebben in hun kinderjaren een traumatische gebeurtenis meegemaakt die hun ziel diep heeft verminkt. Voor Alice waren het de verplichte skilessen. Haar vader koesterde grote verwachtingen van de sportieve prestaties van zijn doch-ter. „Laat zien wie je bent en wat je waard bent”, schreeuwde hij onophoudelijk, maar voor de tengere Alice was elke les een marteling.

Vaak deed ze het in haar broek en op een mistige januariochtend in 1983 kon ze van spanning en angst zelfs haar poep niet ophouden. Uit schaamte probeerde ze naar huis te vluchten, maar ze tuimelde meters naar beneden en brak haar been. Niet in staat om zich te bewegen en bang voor wolven raakte ze buiten bewustzijn. Een onwillig, slepend en soms gevoelloos been zal haar altijd aan deze zwarte dag blijven herinneren.

Mattia’s kinderjaren werden overschaduwd door zijn geestelijk gehandicapte tweeling-zusje Michela op wie hij altijd moest passen en voor wie hij altijd verantwoordelijk werd gehouden. Mattia kreeg zo nooit vriendjes en werd voortdurend geplaagd. Wanneer hij, uit medelijden, toch eens een keer wordt uitgenodigd voor een feestje laat hij zijn zusje een paar uur achter op een bankje bij de rivier. Een fatale beslissing, want bij terugkeer is Michela verdwenen. Nooit zal ze worden teruggevonden.

Deze gebeurtenissen slaan diepe wonden in de levens van Alice en Mattia. Mattia trekt zich terug in een wereld van getallen waar hij geen enkel mens toelaat. Regelmatig snijdt of verbrandt hij zijn handen en armen. Alice leeft in voortdurende onzekerheid en straft haar lichaam steeds heviger door niet te eten. Deze vormen van zelfverminking krijgen nooit de volle aandacht in de roman, maar door hun vanzelfsprekende, routinematige karakter wordt hun vernietigende aanwezigheid des te overtuigender en des te schrijnender neergezet.

De twee gebroken, eenzame pubers ontmoeten elkaar op de middelbare school, voelen zich tot elkaar aangetrokken, maar hun toenadering is gedoemd te mislukken. Tijdens zijn studie wiskunde beseft Mattia dat hij en Alice zijn als tweelingpriemtegallen, ’alleen en verloren, vlak bij elkaar, maar niet dicht genoeg om elkaar echt aan te raken’. Alice voelt hetzelfde: „Mattia en zij waren verbonden door een onzichtbare, elastische band die schuilging onder een hoop onbenulligheden, een band die alleen kon bestaan tussen twee mensen zoals zij: twee mensen die hun eigen eenzaamheid in de ander hadden herkend.”

Persoonlijke identiteit steunt op verleden en herinneringen, maar ook op plannen, beloftes en dromen over de toekomst. Het tragische van Alice en Mattia is dat ze door de trauma’s uit hun kinderjaren in het verleden leven en de weg naar de toekomst telkens afgesloten vinden.

Alleen bij elkaar voelen ze een geheimzinnige band, maar op belangrijke momenten kunnen ze hun gevoelens nooit onder woorden brengen om deze band te bestendigen. Alice is de enige aan wie Mattia, veertien jaar na het fatale voorval, het geheim van zijn tweelingzus vertelt, maar het lukt hem niet om ook zijn gevoelens over Alice onder woorden te brengen: „Hij had dat nooit tegen haar gezegd. Als hij zich voorstelde hoe hij dat aan haar ging opbiechten, verdampte het dunne laagje zweet op zijn handen helemaal en was hij zeker tien minuten niet in staat welk onderwerp dan ook aan te snijden.” En zo blijft hun beider leven een vlucht uit het moment, uit de werkelijkheid. Mattia kan alleen leven in de abstractie van de wiskunde, Alice probeert met fotografie het leven te verstillen en te beheersen.

Wat zijn de redenen van het overdonderende succes van deze debuutroman? Een deel ervan is misschien te verklaren uit de exacte wetenschappelijke vorming van de auteur. De schijnbare tegenstelling tussen bèta en alfa was al eerder een vruchtbare basis voor grootse literatuur. Italië dankt grootse meesterwerken aan bijvoorbeeld de scheikundige Primo Levi, de elektrotechnicus Carlo Emilio Gadda, en de met wiskundemodellen vertrouwde Italo Calvino. Ook Giordano’s exacte vorming is duidelijk voelbaar in deze debuutroman, bijvoorbeeld in zijn volmaakt beheerste schrijfstijl. Giordano’s zinsbouw is altijd glashelder, zijn woordkeus en register altijd gemiddeld, nooit verheven, nooit laag.

Maar het meest opvallend is de manier waarop zijn hoofdpersonen de wereld en zichzelf bezien. Met name Mattia, die zich in de loop van het verhaal ontwikkelt tot briljant wiskundige, maar ook Alice, die zich toelegt op fotografie, hebben een hyperanalytische blik voor elk minuscuul detail.

Giordano’s boek sluit ook aan bij een jonge maar rijke traditie van Italiaanse romans die verhalen over de gebroken levens van kinderen en adolescenten. Gevierde schrijvers als Melania Mazzucco, Niccolò Ammaniti en Sandro Veronesi hebben allen op onvergetelijke manier stukjes uit een dramatisch mozaïek beschreven: gebroken gezinnen, ongelukkige, eenzame kinderen die veel te jong onmogelijke keuzes moeten maken, wrede, sadistische vrienden die hun perverse neigingen botvieren op hun meest kwetsbare en gevoelige leeftijdgenoten. En aan de kant staan telkens de ouders en volwassenen machteloos toe te kijken.

Ook de ouders van Alice en Mattia hebben geen enkel antwoord op de problemen van hun kinderen, verteerd als ze zijn door hun eigen schuldgevoelens. Een deel van Giordano’s succes komt voort uit de herkenning die veel jonge Italianen voelen bij de marginale, gebroken personages Mattia en Alice. Anderzijds telt ook de trots op de prestaties van deze generatiegenoten, een generatie die in Italië zo bitter weinig kansen krijgt. In elke boeken toptien staat naast Giordano steevast ook die andere moedige twintiger: Roberto Saviano, auteur van het invloedrijke ’Gomorra’. Via deze jonge generaties keert de Italiaanse literatuur steeds vaker terug naar de echte werkelijkheid, het echte leven.

Dat geldt ook voor het slot van Giordano’s debuutroman. Tragische Italiaanse meesterwerken, vooral films, kunnen vaak de verleiding van een happy end niet weerstaan. Een recent voorbeeld is Marco Tullio Giordana’s indrukwekkende familie- en generatie-epos ’La meglio gioventù’ (2003) dat afsluit met een nogal onwaarschijnlijke, surrealistische slotscène waarin de overleden Mattia zijn ex-geliefde Mirella en zijn broer Nicola samenbrengt. Een zoveelste sterke kant van ’De eenzaamheid van de priemgetallen’ is dat deze roman alleen maar lijkt toe te werken naar zo’n surrealistische, hoopvolle afloop. Ook daarvoor is moed nodig.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie