Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een zondagelftal vol heren van stand, met een dienaar des Woords als goalgetter

Cultuur

MATTY VERKAMMAN

Review

Frank van den Broek, Frans van den Nieuwenhof en Jan Schoenmakers: Encyclopaedia of Football in Holland Since 1880. Deel 1 1888-1915, 156 blz.; deel 2 1915-1927, 182 blz.; p.d. ¿ 38 (geb.). Uitg. Frank van den Broek, Troelstralaan 49', 3515 CE Utrecht (030-722 916).

Zo heeft HVV - de sjiekste aller kakclubs, waar de ballotagecommissie heden ten dage nog intact is - de spelers in verslagen en gedenkboeken ook altijd genoemd. Had je eenmaal een titel op zak, dan werd dat kenmerkje consequent bij de naam van de voetballer vermeld. En zodoende weten we dat tussen 1883 en 1933 de geel-zwarte kleuren in de hoofdmacht van 'De Groote Haagsche' zijn verdedigd door 28 jonkheren, 36 meesters in de rechten, 16 doctors en 37 ingenieurs.

Twee aanvallers, ingezet in respectievelijk 1898 en 1BB 01, brachten het tot prof. dr.: G. J. Heering en G. J. W. Koolehans Beijnen. En tussen 1922 en 1927 was er zelfs de produktieve bijdrage van ds. Charles de Beus. Deze theoloog had een vrijzinnige inslag. Dat kon ook niet anders, want ook toen voetbalde HVV al op zondag. De dominee scoorde er op de Dag des Heeren lustig op los: 32 doelpunten in 50 competitiewedstrijden voor HVV 1.

De titels ontbreken voor de namen van de voetballers uit de oertijd, die door het trio voetbalstatistici Frank van den Broek (in het dagelijks leven leraar), Frans van den Nieuwenhof (journalist bij het weekblad Voetbal International) en Jan Schoenmakers (computerdeskundige) in de 'Encyclopaedia of Football in Holland Since 1888' worden opgesomd. Maar dat is dan ook meteen het enige gemis in de opsomming van miljoenen Nederlandse voetbalfeiten.

Onlangs verscheen het tweede deel van dit monnikenwerk. Nadat vorig jaar in het eerste deel het competitievoetbal in de seizoenen 1888/89-1914/15 was uitgevlooid, komt in deel twee het tijdvak 1915/16-1926/27 aan de orde. Er volgen er nog zeker vier.

Het aardigste aan het werk van dit cijfertjes- en namencollectief is de volledigheid, die in 106 jaar Nederlands voetbal nooit eerder op een overzichtelijke manier is bereikt. Voetbaluitslagen, standen, opstellingen, het verloop van de bekercompetities - en dat niet eens beperkt tot de hoogste klassen - het is allemaal terug te vinden in deze systematisch in elkaar gezette vergaarbak.

Wie alle cijfers bekijkt, vraagt zich al gauw af hoe iemand zo gedreven kan zijn om onnoemelijk veel uren in allerlei archieven door te brengen voor het voltooien van dit levenswerk. Frank van den Broek zegt vroeg in de jaren tachtig door de cijferkoorts te zijn bevangen. “Bij De Slegte kreeg ik toen enkele van die beroemde Voetbalalmanaks uit het begin van deze eeuw te pakken. Daarin was het verloop van de competities heel mooi weergegeven. Toen ik eenmaal die almanaks had, wilde ik absoluut ook weten hoe het in nog vroegere stadia was gegaan.”

De voetbalwedstrijden uit de oudste tijd te reconstrueren was heel moeilijk. Er was al een competitie in 1888-89, dus nog vóór de oprichting door Pim Mulier van de Nederlandsche Voetbal Bond op 8 december 1889, maar de kranten schreven toen nog niet over voetbal en de (K)NVB heeft ook lang niet alles bewaard. De term competitie was in het seizoen 1888-89 overigens niet helemaal juist. Zes clubs voetbalden weliswaar onderling tegen elkaar, maar alleen wanneer het deze sportief aangelegde jongelui uit de welgestelde milieus uitkwam. Dat leidde tot een bijzondere 'eindstand' van een 'competitie' waarin Concordia Rotterdam, HFC Haarlem, HVV Den Haag, VVA Amsterdam, RAP Amsterdam, Excelsior Haarlem en Olympia Rotterdam de deelnemers waren. Olympia speelde slechts één wedstrijd, tegen Concordia, de club die zeven keer in het veld kwam en met 11 uit 7 (plus de nodige fantasie) als eerste landskampioen mocht worden beschouwd.

In de KNVB-annalen dateert de eerste officiële landskampioen pas van 1898: RAP Amsterdam. De namen van deze kampioenen? In de 'Encyclopaedia' worden ze al vanaf het seizoen 1890-91 afgedrukt, dus ook de 'line up' van RAP in het seizoen 1896-97: in het doel J. Rincker, achter J. vander Linde en C. Potter, midden F. Lieftinck, J. Schröder en A. Huelsmann, voor F. Kampschreur, H. de Bruijn, J. Hisgen, P. Elias en G. Zweerts.

De samenstellers van de reeks boeken - jaarlijks wordt een deel uitgegeven - hebben het in hun jacht naar de ware feiten niet altijd eenvoudig gehad. Van den Broek: “Het was een kwestie van blijven lezen. Vroeger werd regelmatig protest aangetekend tegen een uitslag. De aanvankelijke uitslag werd dan nogal eens veranderd, maar vaak waren die veranderde uitslagen pas weken later in korte berichtjes terug te vinden.”

Behalve voor alle koele cijfers is in de encyclopedie ook enige plaats ingeruimd voor anekdotische feitjes. Zo is te lezen dat op 30 april 1916 de dienstdoende scheidsrechter bij een wedstrijd tussen Willem II en Go Ahead voor de kampioenscompetitie flink in de bonen was. Na negentig minuten was de stand 1-1. De arbiter meende dat de reglementen een verlenging voorschreven. In die extra tijd zette Toon van Son Willem II op 2-1. Maar helaas: de voetbalbond maakte er later gewoon weer 1-1 van, want voor de kampioenscompetitie was niet in verlenging voorzien. Willem II bleef Sparta en Go Ahead overigens voor en werd toch kampioen van Nederland.

Datzelfde Willem II kwam in de kampioenscompetitie van 1923 in conflict met de bond. De Tilburgers verlieten in Deventer na 72 minuten spelen het veld van Go Ahead, omdat zij van mening waren dat het te hard regende. Go Ahead, leidend met 5-3, dacht er anders over. De scheidsrechter ook. Het eind van het liedje was dat Willem II twee winstpunten in mindering kreeg; de wedstrijd moest zes dagen later opnieuw worden gespeeld. Ook toen won Go Ahead, met 2-0.

Wereldwijd blijkt een tamelijke omvangrijke groep voetbalverzamelaars te bestaan. Dé autoriteit is de welgestelde Deen Stig Forsingdal. Vanuit Luxemburg bestiert hij het wereldje van cijferaars en verzamelaars van boeken, plaatjes, speldjes en wat dies meer zij. Met de Duitse dr. Alfred W. Pöge heeft Forsingdal wel enige concurrentie gekregen.

Pöge heeft er een sport van gemaakt in zijn 'Fussball Weltzeitschrift' werkelijk alle details over spelers en wedstrijden te vermelden. Als hij bijvoorbeeld de interland Nederland-België van 25 april 1909 ontleedt, wordt de voorhoede niet gewoon gevormd door Caius Welcker, Edu Snethlage, Guus Lutjens, Mannes Francken en Dé Kessler, nee, dan staat Pöge erop te melden dat het ging om Jan Herman Welcker, Everardus Snethlage, Guustaaf Willem Adolf Wolf Lutjens, Herman Jean Marie Francken en Johannes Heinrich Hermann Kessler.

“Toch”, zegt Frank van den Broek, “heeft Stig Forsingdal onder verzamelaars de grootste naam. Hij heeft een omvangrijke catalogus samengesteld, die hij om de twee jaar ververst. We streven ernaar met onze reeks in die catalogus te komen. Dat spreekt aan in landen als Engeland, Schotland, Duitsland en Italië. Nu al wordt één op de drie boeken door ons in het buitenland verkocht.”

Deel dit artikel