Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een vroeg wijs en angstig kind

Cultuur

Jaap Goedegebuure

Review

De langverwachte biografie lost alle verwachtingen in: ze doet onthullingen over de vrouwen rond Vestdijk, gaat in op zijn depressies, en stimuleert het (her)lezen van zijn gigantische oeuvre. Een knappe prestatie, al had Hazeu nog iets dieper mogen graven in Vestdijks psyche, vindt Jaap Goedegebuure.

Simon Vestdijk (1898-1971), dichter, romancier, essayist en criticus, geniet nog altijd een geduchte reputatie. Vanaf de vroege jaren dertig tot aan zijn dood domineerde hij als geen ander het literaire toneel. En in zijn veelzijdigheid kende hij zijn gelijke niet: hij schreef onder meer historische en autobiografische romans, griezelverhalen, lyrische en betogende poëzie, studies over literatuur, religie en muziek, en een operalibretto. Maar in weerwil van zijn roem wordt hij nauwelijks nog gelezen.

Verlies aan populariteit is overigens iets wat de meeste schrijvers na hun dood overkomt. Slechts enkelen (in Nederland bijvoorbeeld Louis Couperus, en Marcellus Emants) blijkt naderhand een korte of langere revival beschoren.

Maar of Vestdijk ooit aan een heropleving toekomt, is twijfelachtig. Gemeten naar de smaak van vandaag is zijn werk, de 52 romans inbegrepen, te abstract, te bespiegelend en dus ook te wijdlopig en traag van tempo. Jammer, want wie de moeite neemt om er in door te dringen en de vaak stroeve, omslachtige stijl voor lief neemt, doet de mooiste ontdekkingen.

Soms kan een goede biografie een handje helpen om een auteur enige tijd te vrijwaren van de vergetelheid. 'Vestdijk' van Wim Hazeu is zo'n biografie. Het beeld dat eruit oprijst is als introductie heel effectief. Voor zover ik dit reusachtige oeuvre ken (voor niet meer dan zo'n dertig procent, schat ik zelf), constateer ik dat Hazeu er niet alleen heel goed de weg in kent, maar het ook op een heel inzichtelijke manier toegankelijk weet te maken. En naar wat ik niet ken maakt hij me alsnog heel nieuwsgierig.

Nu is een dergelijke lezersservice natuurlijk niet hetgene wat de liefhebber van een biografie verwacht. Die is vooral gespitst op pikante onthullingen en kijkjes door het sleutelgat. Ook daarin komt Hazeu zijn publiek ruimschoots tegemoet.

Ingewijden wisten al dat de immer bronstige Vestdijk een turbulent liefdesleven had doorgemaakt. Niet zelden was hij verwikkeld in twee of drie relaties tegelijk, begrijpelijk voor een man wiens oerboek 'Kind tussen vier vrouwen' heet. Die vrouwen stemmen overeen met bepaalde typen van erotiek: jegens de moeder, de geïdealiseerde droomvrouw, de minnares van vlees en bloed, en het lustobject. Ina Damman alias Lies Koning geldt met voorsprong als de representante van type twee; Ans Koster, jarenlang Vestdijks even bemoeizieke als onbaatzuchtige steun en toeverlaat, belichaamde maar liefst drie van de vier vrouwengestalten.

Vestdijk zelf begreep uitstekend dat er geen functioneler aandrijfwiel voor de creativiteit is dan gefnuikte liefde. Aan de nooit verwerkte frustratie om het blauwtje dat hij als veertienjarige bij Lies Koning liep, ontbloeiden zijn prachtigste romans, 'Terug tot Ina Damman' voorop. 'Wie de geliefde niet volledig kan bezitten - of in het geheel niet bezitten - beschrijft of bezingt haar', schreef hij in het opstel waarvan de titel ('Het lyrisch beginsel van de roman') oogt als de samenvatting van een oeuvre en een leven.

Een even krachtig dynamo voor Vestdijks scheppingsdrang was, hoe merkwaardig het ook klinken mag, zijn periodiek terugkerende depressisiviteit. Tijdens de maanden dat hij net van de ene inzinking was genezen en wachtte op de volgende, schreef hij als een razende.

Het is terecht dat Hazeu uitvoerig op Vestdijks even productieve als lamentabele ziektegeschiedenis ingaat; al had ik in dit verband graag gezien dat hij wat meer aandacht had besteed aan een door hem aangehaalde observatie van de pas overleden psychiater Van Dantzig. Die opperde dat aan depressiviteit een bewust verzaken aan de bescherming van de ouders ten grondslag ligt. Het had een weliswaar speculatief, maar ook interessant perspectief kunnen openen: Vestdijk, de kleinzoon van een vondeling, als een verweesde persoonlijkheid, een vroeg wijs, weinig heldhaftig en nooit volwassen geworden kind dat zijn angst voor het zwarte gat probeert te dempen door het te bekleden met een prachtig mozaïek. Als schrijver een succes, als mens een tragisch geval.

Deel dit artikel