Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

CD's op vrijdag: een tijdreis naar de gouden eeuw en bedwelmende zang

Cultuur

Muziekredactie

Chiel Jan van Hofwegen speelt werk van Anthoni van Noordt. © geen
CD-recensies

Deze week boog de muziekredactie zich over het orgelwerk van Chiel Jan van Hofwegen, de nieuwe lp van LP, de bedwelmende stem van Jakub Józef Orliński en de klankkleuren van het Danish String Quartet. 

KLASSIEK 

Lees verder na de advertentie

Chiel Jan van Hofwegen
Anthoni van Noordt, Tabulatuurboeck van Psalmen en Fantasyen
(Excellent ­Recordings)
★★★★☆

Rembrandt van Rijn, Johannes Vermeer, Frans Hals, Jan Steen: wereldwijd zijn deze zeventiende-eeuwse Nederlandse schilders een begrip. Maar als er gevraagd wordt naar grote Hollandse componisten uit diezelfde Gouden Eeuw blijft het doorgaans stil. Alleen muziekkenners weten dat Jan Pieterszoon Sweelinck de ‘Rembrandt onder de Nederlandse componisten’ was. 

Nog veel minder bekend, maar na Sweelinck stellig de grootste componist van zijn tijd, was de Amsterdammer Anthoni van Noordt (1619-1673). Van zijn hand resteert slechts één gepubliceerd werk: zijn ‘Tabulatuurboeck van Psalmen en Fantasyen’ voor orgel uit 1659. Dit oeuvre (10 psalmbewerkingen en 6 Fantasieën) past precies op de twee cd’s die ­organist Chiel Jan van Hofwegen ­ermee vol speelde, prachtige opnames vergezeld van een uitstekend gedocumenteerd tekstboekje. 

Dat Van Noordt maar zo’n klein oeuvre naliet, heeft er alles mee te maken dat hij net als alle andere ze­ven­tien­de-eeuw­se organisten in ons land zich helemaal toelegde op de im­pro­vi­sa­tie­kunst

Dat Van Noordt maar zo’n klein oeuvre naliet, heeft er alles mee te maken dat hij net als alle andere zeventiende-eeuwse organisten in ons land zich helemaal toelegde op de improvisatiekunst en daarom niet de behoefte had zijn ­muziek te ­noteren. In de psalmvariaties van Anthoni van Noordt is merkbaar dat ze vanuit de speelpraktijk ontstaan zijn. 

Tegengas

Uit het voorwoord blijkt dat de componist, zich nog ­baserend op de orgelkunst van Sweelinck, door de publicatie van zijn ‘Tabulatuurboeck’ organisten wilde onderwijzen in het ambachtelijk variëren op de melodieën uit het Geneefse Psalter. Hij wilde hiermee tegengas geven aan de opkomende Italiaanse en Franse stijl. Van Noordt laat in zijn psalmbewerkingen zien dat hij zijn instrument én de variatiekunst grandioos ­beheerste. Sommige ‘verzen’ zijn tweestemmig met de melodie in de rechterhand en een linkerhand die daar tegenin speelt.

De meeste variaties zijn echter complexer. Om de vergelijking met de schilderkunst nog even te hernemen: luisterend naar deze typisch calvinistische orgelmuziek wordt het beeld opgeroepen van de ­serene, witgepleisterde kerkinterieurs zoals die zo subliem op het doek werden gezet door Pieter Saenredam. Van Noordts orgelmuziek is ook onlosmakelijk verbonden met de pronkzuchtig monumentale stadsorgels zoals die in deze periode als prestigeobjecten door gemeentebesturen in de hoofdkerken van steden als Amsterdam, Leiden en Alkmaar werden ­gezet. Op zo’n instrument in de Amsterdamse Nieuwe Kerk was Van Noordt organist.

Duyschot-orgel

Opvallend is dat Chiel Jan van Hofwegen voor zijn opnames niet voor zo’n groot stadsorgel heeft gekozen: hij verkoos de intimiteit van het ­relatief kleine Duyschot-orgel in de Dorpskerk van Hendrik-Ido-­Ambacht. Dit gaaf bewaarde instrument uit 1696 bezit sinds de laatste restauratie weer volledig zijn zeventiende-eeuwse klankkarakter. De dispositie is groot genoeg om voldoende variatie aan te brengen in de registraties van Van Hofwegen. Hij vertolkt deze muziek op zo’n ­manier, dat de luisteraar als het ware een tijdreisje maakt naar de onbekende Gouden Eeuw.

Deze Denen grossieren in klankkleuren

KLASSIEK

Danish String Quartet
Bach, Beethoven, Sjostakovitsj (ECM)
★★★★☆

Ook al studeerden ze Beethovens late kwartetmuziek, het voelde slechts als krabben aan de oppervlakte. De kern te pakken krijgen, uitvinden wat er onder dat oppervlak zit, vroeg om meer onderzoek en ervaring. Na jaren en studieus geploeter kwamen de heren van het Danish String Quartet zover dat ze een cd-project lanceerden: ‘Prism’. Deel een is net verschenen. 

Het kwartet laat een lijntje lopen door de muziekgeschiedenis, van Bach via Beethoven naar Sjostakovitsj - de ene componist vormde een bron van inspiratie voor de andere. Bach en Beethoven zullen op elke komende cd terugkeren. De Scandinaviërs grossieren in klankkleuren waar een laagje zijdeglans overheen ligt, om te beginnen in Bachs Fuga in Es-groot (BWV 876), gearrangeerd door Mozart. Met licht ingehouden passie benaderen ze Beethovens Twaalfde en Sjostakovitsj’ Vijftiende strijkkwartet. Het Danish bestaat uit een fris stel strijkers, dat niet kiest voor extremen maar voor een vanzelfsprekend organisch geluid. Het zal interessant zijn om te zien of er meer durf bij komt, de volgende afleveringen. De vijf ‘Prism’-albums zullen allemaal uitgebracht zijn in 2020, wanneer Beethovens 250ste verjaardag wordt gevierd. (Frederike Berntsen)

LP’s nieuwe album is een lesjes songschrijven

POP
LP
Heart to mouth (Vagrant Records)
★★★★★

Dat de Amerikaanse Laura Pergolizzi, beter bekend onder de artiestennaam LP, goede songs kan schrijven wisten we al. Ze begon haar muzikale loopbaan immers als leverancier van songs voor bekende artiesten als Rihanna, Christina Aguilera en Cher. Als soloartiest breekt ze door wanneer ze in 2015 een hit scoort met het nummer ‘Lost on you’. Maar het is haar net verschenen vijfde album ‘Heart to mouth’ dat bewijst, dat ze ook als soloartiest tot de absolute top behoort. 

Want de nieuwe plaat laat zich beluisteren als een workshop songschrijven. In een twaalftal nieuwe songs laat de singer-songwriter uit New York horen dat ze precies weet wanneer ze moet en inhouden en wanneer ze kan uithalen. Het geeft de songs op ‘Heart to Mouth’, die veelal handelen over de ups en downs van de lesbische liefde, een uiterst dynamisch karakter. Daarnaast serveert LP een lekker nonchalante crossover van pop, blues en rock, die uitstekend past bij haar rauwe vocalen. Daarbij weet ze steeds weer een perfecte balans te vinden tussen ongepolijste en toegankelijke songs. Luister bijvoorbeeld eens naar het nummer ‘Girls go wild’ dat de luisteraar weet te verrukken met een uiterst aanstekelijk huppelritme en een refrein met het allerhoogste meezing-gehalte. Het maakt van ‘Heart to mouth’ een album dat zich kenmerkt door een heerlijke flow, die je van het eerste tot en met het laatste nummer meeneemt en optilt. (Saskia Bosch)

Deze stem is van een bedwelmende schoonheid 

KLASSIEK

Jakub Józef Orliński
Anima Sacra (Erato)
★★★★☆

Jakub Józef Orliński won niet alleen zangconcoursen, maar ook een paar opvallende danswedstrijden. De Poolse countertenor is namelijk verzot op breakdance. Dat hij daar heel goed in is, bewees hij al eens op het Festival Oude Muziek Utrecht waar hij optrad met L’Arpeggiata en in een toegift eventjes zijn rondtollende, soepele lichaamskunsten toonde. Het is geen voor de hand liggende combi – breakdance en barok – en de goed uitziende Orliński baarde er aardig wat opzien mee. 

Maar natuurlijk is er vooral die stem, en die is van een bedwelmende schoonheid. In februari van dit jaar kwam nog de cd ‘Händel – Enemies in Love’ van hem uit waarop hij met Natalia Kawalek duetten zingt. Dat was op een klein labeltje, maar inmiddels is Orliński ingelijfd door het grote Warner. Met Il Pomo d’Oro en zijn energieke leider Maxim Emelyanychev nam hij zijn eerste solo-cd op, een voltreffer. 

Door heel Europa werden in bibliotheken manuscripten opgespoord van geestelijke muziek tusen 1700 en 1750. Daar zitten pareltjes tussen, zoals de aria van Mozes’ broer Aaron uit ‘Il Faraone sommerso’ van Nicola Fago. Of de aria uit een ‘Dixit dominus’ van Domènec Terradellas. Ongehoorde muziek, in meer dan één betekenis. (Peter van der Lint

McCraven volgt ongebaande paden

JAZZ
Makaya McCraven
Universal Beings (International Anthem)
★★★★☆

De jamsessie is van groot belang geweest voor de ontwikkeling van de jazz. Tijdens de jams hadden de musici de vrijheid die hen tijdens reguliere optredens doorgaans ontbrak. Op die manier konden nieuwe ideeën worden uitgeprobeerd en het genre keer op keer van vers bloed voorzien. Nadat een tijd lang de focus meer op het componeren lag, zijn er nu toch steeds meer jazzmusici die hun vrijheid claimen en volop aan het experimenteren slaan. 

De Amerikaanse drummer Makaya McCraven is er zo een. Zijn nieuwe dubbelalbum ‘Universal Beings’ laat vier verschillende bezettingen in vier verschillende steden horen. McCraven is zelf telkens de verbindende factor. In zijn drumstijl legt hij een nog weinig gehoorde verbinding tussen hiphop en free jazz. Strak en dwingend enerzijds, en anderzijds los en avontuurlijk. Opmerkelijk is de concentratie waarmee wordt gespeeld. Dat de koers van de muziek niet op voorhand is bepaald, betekent niet dat ze alle kanten opwaait. Met ‘Universal Beings’ brengt McCraven het beste uit twee werelden bijeen. De muziek volgt ongebaande paden, maar blijft voor alles helder, warmbloedig en is zelfs dansbaar. (Mischa Andriessen)

De nieuwste recensies van pop, klassiek, wereldmuziek en optredensvindt u hier.

Deel dit artikel

Dat Van Noordt maar zo’n klein oeuvre naliet, heeft er alles mee te maken dat hij net als alle andere ze­ven­tien­de-eeuw­se organisten in ons land zich helemaal toelegde op de im­pro­vi­sa­tie­kunst