Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een roos met een pleister

Cultuur

LIESBETH DEN BESTEN

Rozen en teddyberen zijn tijdloze symbolen van liefde, trouw en onschuld, maar ook symbolen die uitgemolken zijn, infantiel en tot kitsch gemaakt door de commercie. De kunstenaar die deze symbolen in zijn werk wil gebruiken, begeeft zich op glad ijs want met de symboliek haalt hij ook deze negatieve, kitscherige betekenis zijn werk binnen. Wat bezielt een sieradenmaker om deze thema's in haar werk te stoppen?

Esther Knobels tentoonstelling bij Galerie Ra in Amsterdam is luchtig en vrolijk met een veld vol rozenblaadjes, aandoenlijke gebreide teddyberen en kleurige bolletjes wol - alles in metaal en kunststof. Dat is verwarrend want de Israëlische Esther Knobel (1949) maakt al jarenlang sieraden en objecten, die helemaal niet willen verleiden. Integendeel, haar sieraden hebben altijd letterlijk en figuurlijk iets onwilligs, scherpe kantjes en andere ongemakken. En nu heeft zij een mand vol jonge oogst uitgestort, waar je het liefst in gaat graaien om de mooist gekleurde exemplaren eruit te zoeken.

Voor Esther Knobel was het maken van dit werk heel moeilijk - hoe vanzelfsprekend het er ook uitziet. Vanuit een onbestemd gevoel begon zij te breien met geplastificeerd telefoondraad terwijl die techniek haar eigenlijk tegenstaat. Esther: ,,Iedere sieradenmaker doet het tegenwoordig en dus moest het wel 't laatste zijn wat ik zou doen. Ik deed het als Sisyphus, ik wilde verrast worden maar het leverde te weinig op.'' Aan de andere kant ziet zij het ook als een bevestiging van een hang naar het ambachtelijke, die kennelijk algemeen is. Ze ging verder dan menig ander: nadat ze een enorme teddybeer aan een ketting gebreid had, zette ze de vlam op het telefoondraad zodat het kunststof laagje verbrandde. Wat restte was een vorm in heel fragiel en breekbaar koperdraad, die ze emailleerde.

Als student was Esther Knobel goed in emailleren geweest maar ze vond de techniek te langzaam en het vakmanschap te veeleisend zodat ze er niet mee doorging. Dertig jaar later vindt ze een nieuwe manier om emaille toe te passen. Soms gaat ze het emaille met een zuur te lijf zodat de kleuren uitgebeten maar niet minder fraai zijn. Behalve de gebreide teddyberen, emailleerde ze o.a. ook 'vinger-hoeden', broches en ringen die van metaaldraad gemaakt zijn en de 'Wild Tulip' broches. Haar bekende Roosbroche, die ze al sinds 1993 maakt van alpaca en een gedroogd roosje, verbond ze met een soort pleister van emaille in de oksel van de steel.

Naast dit alles maakte ze nog een groot aantal non-objecten en non-sieraden. De sieraden zijn zo plat als een velletje, met een in plastic geseald rozenblaadje dat bevestigd is aan een even plat metalen ringetje - meer attribuut dan sieraad. De grote manden die ze van messing strips aan elkaar soldeerde zijn zo wiebelig en ijl dat ze de naam object nauwelijks kunnen dragen. Esther Knobel: ,,Die bevallen me goed. Om ze op te kunnen sturen naar Amsterdam moest ik ze helemaal plat tot kleine pakketjes opvouwen. In de galerie moest ik ze a.h.w. weer opblazen. Ze nemen helemaal geen ruimte in, het zijn niet solide, non-objecten.''

Esther Knobel gaf deze tentoonstelling de titel 'My grandmother is knitting too'. 'Breiende grootmoeder' noemt men in Israël het spelletje waarmee kinderen m.b.v. draad en handen allerlei voorstellingen maken: kop en schotel, Eiffeltoren etc. Esther Knobel heeft nooit een breiende grootmoeder gehad, haar grootmoeder werd door de nazi's vermoord. Met de 'breiende grootmoeder' heeft ze een duik in haar kindertijd genomen en de onschuld van het eenvoudige handwerk opgezocht. Zelf zegt ze: ,,Al dit werk toont zwakheid, imperfectie.'' Zo is het natuurlijk niet: draagbaar-verleidelijk en onbruikbaar-imperfect zijn in haar werk juist prachtig in balans en de taal die zij spreekt is ongepolijst, sympathiek en begrijpelijk.

Deel dit artikel