Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een roman over de Groningse aardbevingsschade, die toch geloofwaardig blijft

Cultuur

Laura van Baars

Een deel van de omslag van het boek van Saskia Goldschmidt over de gasbevingen in Groningen, Schokland. © Cossee
boekrecensie

Van het woord ‘gedupeerde’ wilde de Groningse boerenfamilie Koridon in Saskia Goldschmidt’s nieuwe roman ‘Schokland’ lange tijd niet horen. Ze zagen die benaming altijd als een nederlaag, maar als je boerderij en stallen zo vernield zijn door de gasbevingen als hun Schokland, dan kun je niet anders dan eraan toegeven. 

Als de koeien in je stal door de losgebeefde roosters de mestkelder in kletteren, de koppen nauwelijks boven de stront uitsteken en de helft stikt, is er sprake van een nachtmerrie. Femke, de schutterige kleindochter Koridon die beter is met beesten dan met mensen, “waadt door de stront en speelt voor god terwijl de tranen over haar wangen achter het zuurstofmasker lopen, ze wijst de koeien aan met de grootste overlevingskansen die dus het eerste naar boven moeten worden getakeld, tot ze verkild is tot op het bot”.

Lees verder na de advertentie

Saskia Goldschmidt (1954) schreef een roman over een Groningse boerenfamilie die de kop-hals-rompboerderij Schokland bestiert, maar dit melkveebedrijf jaar na jaar verder ten onder ziet gaan aan aardbevingsschade. De roman speelt in 2017 en januari 2018 en is daarmee net zo actueel als het onlangs verschenen non-fictieboek over Groningen, ‘Gasland’ van Louis Stiller. 

Het ontluikende protest, de groeiende belangstelling van de media, de huichelachtigheid van de overheid: het komt in ‘Schokland’ allemaal aan de orde. Net als in haar eerdere romans ‘De hormoonfabriek’ over de vroege jaren van farmaceutisch bedrijf Organon in Oss, en ‘De voddenkoningin’ over de Amsterdamse verkoopster van vintagekleding Laura Dols, baseert Goldschmidt haar verhaal op de werkelijkheid.

Net als in haar eerdere romans, zoals ‘De hormoonfabriek’ over de vroege jaren van farmaceutisch bedrijf Organon in Oss, baseert Goldschmidt haar verhaal op de werkelijkheid

Ze verhuisde voor het boek twee jaar naar Middelstum, werkte met de boeren mee op het land en leerde families kennen die veel weg hebben van de Koridons.

Goldschmidt tart ze tot het uiterste, die trotse familie Koridon die al sinds 1859 op Schokland woont. De oude boer Zwier en zijn dochter Trijn verwijten zichzelf allebei de dood van Jort, hun zoon en broer. De schuld schept een onderlinge band, al blijkt die ook op misverstanden te berusten. Trijn ontvluchtte de boerderij eenmaal met de man die Femkes vader zou worden, maar keerde na drie jaar gedesillusioneerd uit de stad terug met een dreumes. Sindsdien vervult ze plichtmatig haar rol van boerin op Schokland. In het ‘dodevogelmuseum’ waar Jort ooit vogels opzette, is zij doorgegaan met zijn liefhebberij en vindt daar haar momenten van geluk.

Lesbisch

Trijns relatie met haar dochter Femke is altijd moeilijk geweest. Ze had de stuurse Femke willen beschermen, vooral in de jaren dat ze zo gepest werd op school. Maar het is moeilijk om contact te krijgen met haar dochter, die vanwege haar lesbisch-zijn des te meer in haar ‘kastje’ zit. Dat wordt overigens opengebroken door buurvrouw Daniëlle, tot ergernis van Trijn. Daniëlle maakt Femke ook nog eens enthousiast om biologisch te gaan boeren, en daar zien Zwier en Trijn al helemaal niks in.

Zwier, Trijn en Femke moeten ondertussen met z’n drieën vechten tegen het verval van hun boerderij en de ‘fakkelaars’. Om de situatie nog benauwender te maken, laat Goldschmidt de ene na de andere kamer onbewoonbaar verklaard worden: de familie wordt vanwege het instortingsgevaar steeds dichter op elkaar gedreven.

Goldschmidt ambieert veel met deze roman, waarin verhalen van moeder en dochter, oude en nieuwe landbouw, burgerlijke gehoorzaamheid en opstand, nuchterheid en overgave, plicht en vrije wil samenkomen. 

In ‘De hormoonfabriek’ stelde de auteur het bedrijfsleven aan de kaak, nu is het de overheid. Medewerkers van de Nam, de fakkelaars, worden aangeduid als ‘Groenbril’ en ‘ de vlinderdas’. Het zijn doortrapte ambtenaren die spelen met de goedgelovigheid en het vertrouwen van de gedupeerden. Bevingsschade wijten ze aan slecht onderhoud door de boeren, en schadebesluiten worden eindeloos vertraagd of zelfs herroepen. Groenbril en de vlinderdas zijn niet meer dan typetjes, en met zulke vlakke personages maakt Goldschmidt haar punt van de onverschilligheid van de overheid duidelijk. 

Blinde vlek

Zij stelt daar de figuur van Giuseppe Mercalli tegenover, de seismoloog die honderd jaar geleden een aardbevingsschaal ontwikkelde voor de schade aan mensen, dieren, gebouwen en natuur. Mercalli’s schaal wordt in veel landen gebruikt naast die van Richter, maar niet in Nederland. Wat een blinde vlek dat is geweest, laat Goldschmidt overtuigend zien: “De veronachtzaming, het gebrek aan erkenning, het toenemende gevoel van onveiligheid en van onmacht etteren in hen (de Groningers, red.) als betonrot. Mercalli zou tot de ontdekking kunnen komen dat in deze contreien, waar de nuchterheid altijd heeft geregeerd, de onderdrukte woede groeit.”

Ondanks haar evidente verontwaardiging, vliegt Goldschmidt niet uit de bocht. Misschien is dit omdat de personages zo gewoontjes in de weer zijn met hun koffie, hun appjes, hun vogels of de hond. Ze vragen weinig van het leven, en ontvangen ook niet veel. Tussen alle verwoestingen aan hun boerderij door, gaan hun dagen voort in het wijdse landschap met de hoge luchten en watervogels.

In de verte doet deze Groningse roman wel wat denken aan het Friesland en Zeeland dat Oek de Jong beschrijft in ‘Hokwerda’s Kind’ en ‘Pier en Oceaan’, of Tommy Wieringa’s Twente in ‘De Heilige Rita’. Goldschmidt is activistischer en minder psychologisch dan deze auteurs, en hun stijl is literairder, maar de lezer onderdompelen in het oer-Hollandse platteland, dat kan Goldschmidt ook. Bijvoorbeeld als zij Femke, omringd door vogels, op een lange wandeling de rietlanden in stuurt om te ontsnappen aan de benauwende boerderij. Het zijn die subtiele verhaallijnen die ‘Schokland’ niet aan engagement ten onder laten gaan, maar geloofwaardigheid verlenen.

Omslag van Schokland. © Cossee

Saskia Goldschmidt 

Schokland

uitgeverij Cossee; 317 blz. € 19,99

Meer boekrecensies lezen? Klik hier voor het dossier.

Deel dit artikel

Net als in haar eerdere romans, zoals ‘De hormoonfabriek’ over de vroege jaren van farmaceutisch bedrijf Organon in Oss, baseert Goldschmidt haar verhaal op de werkelijkheid