Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een pseudo-religieus konijn uit Tiplers hoed

Cultuur

OSCAR HOFMAN

Review

Frank J. Tipler; De fysica van de onsterfelijkheid, Moderne kosmologie, God en de wederopstanding, Anthos, 580 p ¿ 59,50.

Dat beweert althans Frank J. Tipler, hoogleraar mathematische natuurkunde uit New Orleans. Hij heeft over dat onderwerp een lijvig boekwerk geschreven, De fysica van de onsterfelijkheid. Daarin trekt hij een hele serie wetenschappelijke theorieën uit de kast om zijn gewaagde ideeën te onderbouwen.

In zijn boek verdedigt Tipler de stelling dat vooruitgang wetenschappelijk gezien noodzakelijk is en dat daarom de evolutie door zal gaan totdat de mens alles weet. Om dit aannemelijk te maken bekritiseert hij een aantal theorieën die het tegendeel beweren. Een daarvan is die van de zogeheten warmtedood, een idee gebaseerd op de tweede hoofdwet van de thermodynamica. Deze wet zegt dat de mate van wanorde van systemen altijd toeneemt. Dat betekent dat uiteindelijk iedere structuur uit de wereld zou verdwijnen, als je maar lang genoeg wacht. Toegepast op de evolutie van de mens zou dat weinig hoop bieden, omdat dan alles in één grote warme soep verandert.

Tipler stelt dat dit natuurkundige wanhoopsscenario, ook weer om natuurkundige redenen, niet juist is. De wetenschappers die deze theorie ooit opstelden zagen niet dat er aan een aantal randvoorwaarden voor de toepassing van de tweede hoofdwet niet was voldaan.

Ook een andere visie op de evolutie van de mensheid en het heelal, die van de eindeloze herhaling, vindt bij Tipler geen genade. De eindeloze herhaling is het filosofische of religieuze idee dat de geschiedenis van de mensheid geen opgaande lijn is, maar een cyclus. Er wordt een maximum bereikt en vervolgens valt men weer in de begintoestand terug. Op grond van de relativiteitstheorie kan zo'n cyclische ontwikkeling zich volgens Tipler niet voordoen.

Als de evolutie zich dus niet herhaalt en ook niet in een chaotische soep eindigt, zal het voortdurend beter moeten worden. Dat is niet alleen mogelijk, maar noodzakelijk, zo tovert Tipler zijn konijn uit de hoed. Het wil volgens hem zeggen dat de mens of zijn evolutionaire opvolgers, uiteindelijk totale kennis van de gehele werkelijkheid zullen hebben: het zogenaamde punt Omega. In dit punt bereikt de evolutie het stadium waar de mens in God overgaat. Het zal alwetend zijn en dus almachtig en zal ook alles doen wat het kan.

Grotesk

De pretenties van het boek waren van het begin af aan al niet gering, in deze fase van zijn betoog beginnen de ideeën van Tipler groteske vormen aan te nemen. Zo geeft hij een wetenschappelijk plan voor de wederopstanding! Het punt-Omega zou informatie bevatten over alles wat er ooit heeft bestaan. Dus ook informatie over alle overleden personen. Die informatie kan dan vervolgens in computers worden geprogrammeerd, waardoor de doden weer tot leven zouden komen. Dat zou dan een echte wederopstanding betekenen, want de mens is in Tiplers ogen niets anders dan een hoeveelheid gestructureerde informatie.

Na dit hoofdstuk is het moeilijk Tipler nog serieus te nemen. Behalve het feit dat hij geen greintje religieus gevoel toont, lijdt het boek aan nog een fundamenteel gebrek. Er vindt geen enkele reflectie plaats op de waarde en aard van wetenschappelijke kennis. Hij presenteert wetenschap zonder enige kritiek als de absolute waarheid. Dat is filosofisch gezien naïef en onjuist. Wetenschap is maar een van de mogelijke vormen van kennis en heeft bovendien altijd een beperkt toepassingsgebied. Dat geldt ook voor de natuurkunde, die bedoeld is om bepaalde natuurverschijnselen te beheersen en niet om iets over God te zeggen.

Verder is datgene wat als wetenschappelijke kennis wordt beschouwd altijd sociaal en historisch bepaald. Dat laat Tipler overigens zelf al zien met zijn eigen moderne interpretatie van de tweede hoofdwet van de thermodynamica, die heel anders is dan die van de aanhangers van de oude warmtedood-theorie. Het is dus wel wat voorbarig om de wetenschappelijke opvattingen van deze tijd zonder meer op God, het heelal en de evolutie van de hele mensheid tot aan het einde der tijden toe te passen.

Door zijn te eenzijdige oriëntatie ontwikkelt Tipler geen visie op de verhouding tussen wetenschappelijke kennis en religie, wat op zichzelf een heel belangrijk thema is. Bij Tipler is de wetenschap een pseudo-religie geworden en religie daardoor een rationele farce. Wie echt iets over dit onderwerp wil weten kan beter terecht bij de recente publicaties van onze landgenoten Herbert van Erkelens en Aart van den Beukel.

Deel dit artikel