Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een oase van kunst in tijden van oorlog en pest

Cultuur

Sandra Kooke

© RV

De donkere Middeleeuwen waren zo donker niet. Ten tijde van oorlog en pest was het Bourgondische Hof een oase van kunst. Met een prominente rol voor de Nederlander Johan Maelwael.

Als de Bourgondische hertog Filips de Stoute (1342-1404) op reis ging, nam hij altijd een schilderij mee. Hij had er speciaal een leren reisetui voor laten maken om het veilig te kunnen vervoeren. Eenmaal aangekomen in een van zijn vele residenties, liet hij het etui openen en ging de hertog op zijn knieën voor het schilderij.

Lees verder na de advertentie

Het schilderij was rond en toonde een Man van Smarten, een overleden Christus beweend door Maria, de evangelist Johannes en kleine engeltjes. Achter Christus staat God, de Heilige Geest zweeft als een duifje tussen hen in.

Als je het schilderij ziet - en dat kan, want de 'Grote ronde Pietà', zoals het werk heet, hangt nu in het Rijksmuseum - dan begrijp je de hertog wel. Dit is een werk dat je altijd opnieuw kunt bewonderen. Al is het schilderij ruim zeshonderd jaar oud, veel ouder dan bijvoorbeeld het 'Lam Gods' van Van Eyck, het is zo mooi geschilderd en zo vol van zachte smartelijke emoties, dat je blijft kijken.

De schilder van dit meesterwerk, Johan Maelwael (1370-1415), was afkomstig uit Nijmegen. Nee, bijna niemand in Nederland kende deze naam tot voor kort. En toch kunnen we hem beschouwen als de oervader van de Nederlandse schilderkunst.

© RV

Donkere Middeleeuwen

1370, laat dat jaartal even tot u doordringen. Het was de tijd van de pest en de honderdjarige oorlog, een periode in de geschiedenis die we meestal beschouwen als donker en tragisch, op wat lichtpuntjes in Italië en Vlaanderen na waar de stedelijke burgerij in opkomst was. Maar in de Nederlanden werd toch volop kunst gemaakt. Zoals door de familie Maelwael in Nijmegen, die gespecialiseerd was in het schilderen van wapenschilden, wimpels, banieren en andere merktekenen. Ze werkten op hout, stof, metaal of papier; van boekminiaturen tot wandschilderingen. Via de hertogin van Gelre kreeg de 25-jarige Johan een opdracht van koningin Isabella van Beieren in Parijs en daarmee begon zijn internationale loopbaan. Die bracht hem uiteindelijk bij het prestigieuze Bourgondische hof in Dijon, waar de hertog hem tot hofschilder en kamerheer benoemde. Hoger kon je als schilder niet komen. Via hem kwamen ook zijn neven, de gebroeders Paul, Johan en Herman van Limburg, hogerop.

Een tentoonstelling in 2005 liet het publiek voor het eerst met hun miniatuurkunst kennismaken. Nu is hun oom aan de beurt in het Rijksmuseum. Maar er is een lastig nadeel ten opzichte van de neven: er zijn maar acht werken bekend die aan Maelwael gelieerd zijn. Werken werden toen niet van handtekening voorzien, er kan alleen op grond van stijl of geschriften uit die tijd worden toegeschreven. Alleen de Grote ronde Pietà is volgens deskundigen een echte Maelwael, de andere zijn hooguit gedeeltelijk door hem geschilderd of komen uit zijn atelier. Het is dan ook een buitenkans dat het Louvre bereid was dit werk, door zijn ouderdom toch behoorlijk kwetsbaar, uit te lenen. Volgens directeur Taco Dibbits een rechtstreeks gevolg van de gezamenlijke aankoop van Rembrandts Marten en Oopjen.

Het is het Rijksmuseum gelukt om een interessante tentoonstelling op te bouwen rond deze Pietà, waaraan te zien is hoe hoog het niveau al was rond 1400. En dat terwijl de Vlaamse schilders Rogier van der Weyden en Jan van Eyck, die we beschouwen als de vroegste meesters uit de Lage Landen, toen nog in de wieg lagen.

Realisme

Er hangen schilderijen uit die tijd, met dezelfde gouden achtergrond en christelijke thematiek, er zijn boeken met prachtige miniaturen van onder meer de gebroeders Van Limburg, en er is schitterend beeldhouwwerk. Bijvoorbeeld van de beroemde Nederlandse beeldhouwers Claes Sluter en Claes de Werve, die ook topposities aan het hof bekleedden. Daaraan is te zien hoeveel verder de beeldhouwkunst was in realisme. Maelwael werkte veel samen met Sluter en je ziet aan de Grote ronde Pietà hoe hij de beweeglijkheid en ruimtelijkheid van de beelden probeert te vangen in verf. Maar Maelwael was op zijn beurt een inspiratiebron voor anderen. De houding van zijn Christus komt liggend terug in een miniatuur van de gebroeders Van Limburg in het getijdenboek 'Belles Heures'.

Maar die Pietà is toch het stuk waar je steeds naar terugkeert. Door die blik van Maria die haar zoon weer tot leven wil wekken, door de vele grote en kleine handen die Christus omvatten, door het gebogen hoofd van Christus met de gesloten ogen en door de opmerkelijke straal bloed die als een riviertje uit de wond naar beneden stroomt.

De tentoonstelling Johan Maelwael is tot en met 7 januari in het Rijksmuseum te zien.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie