Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een lofzang op de zon Muziek

Cultuur

Sandra Kooke

Review

Sofia Goebaidoelina is een van de bijzonderste componisten van het moment. Ze ziet eruit als een wereldvreemd omaatje, maar haar werk spreekt tot de verbeelding van een groot publiek. Er zijn maar weinig moderne componisten wier werk zoveel wordt uitgevoerd als zij.

Toch doet ze geen moeite om haar publiek tegemoet te komen met toegankelijke muziek. Het grootste deel van haar leven zat de in 1931 in Tatarstan geboren Sofia achter het IJzeren Gordijn. In 1992 verhuisde ze naar een dorp bij Hamburg, waar ze opnieuw in afzondering ging leven en bleef componeren in haar compleet eigen klankwereld. De vreemdste combinaties van instrumenten gebruikt ze voor haar vaak spiritueel getinte werken. 'The Canticle of the Sun' uit 1997 is gebaseerd op het Zonnelied van Franciscus van Assisi, die de zon, de maan, de hele schepping, het leven en de dood bezingt. Goebaidoelina schreef het werk voor Mtsislav Rostropowitsj, de cellist met de brede glimlach en de dikke zoenen, vanwege zijn 'zonnige persoonlijkheid'.

Klein probleem: het zonnelied mag eigenlijk niet gezongen worden, omdat het de zon en zijn Schepper op de meest nederige manier wil vereren. Goebaidoelina loste dit op door het koor de tekst te laten reciteren en de stemmen verder voor allerlei andere muzikale effecten te gebruiken. De hoofdrol is voor de cello, bijgestaan door slaginstrumenten waaronder de celesta. Talloze bijzondere klanken bedacht Goebaidoelina (belletjes, met een natte vinger over de rand van een glas, met een strijkstok over de flexatone strijken, kwinkelerende sopranen) om het briljante zonlicht uit te beelden. In het stuk wisselen extreme extase en ingetogenheid elkaar af. Een heerlijk stuk voor een cellist die eens wat anders wil, zoals trommelen of snaren verstemmen.

Terwijl de meeste moderne muziek op een plank in een archief ligt te verstoffen, is dit werk nu al voor de derde maal in zijn korte geschiedenis op cd vastgelegd. Na Rostropowitsj met London Voices (EMI Classics 5 571532) speelde zijn vroegere leerling David Geringas het met het Danish National Choir (CHANDOS 10106). En nu brengt Channel Classics een opname uit met cellist Pieter Wispelwey en Collegium Vocale Gent olv Daniel Reuss.

We kunnen dus de vergelijking van Diskotabel spelen met deze drie opnames. En dan komt de opname van Wispelwey er fantastisch uit. De eenvoud en kinderlijke verwondering komt wat mij betreft het beste tot zijn recht bij Rostropowitsj. Bij hem hoor je vooral in de tweede helft van het stuk dat het leven en de schepping een mysterie zijn waar je alleen maar ontzag voor kunt hebben. Geringas heeft het mysterie van het stuk te veel ontrafeld. Bij hem klinken de vreemde klanken te vanzelfsprekend om te boeien. Bij Wispelwey niet. Hij speelt het stuk met een ongelooflijke power en fantasie en overtuigt van begin tot eind. En wat een schitterend koor.

Deel dit artikel