Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een intieme, fotografische ode aan het Friese Bildt

Cultuur

Karin Sitalsing

Inwoners van het Bildt © Baukje Venema
Cultuur

Een fotografische ode aan een bijzondere streek in Friesland. Twee vrouwen gingen aan de slag met het dorp van hun jeugd.

Strakke, rechte lijnen. Geen fratsen. Zo is het landschap, maar zo zijn ook de mensen. Welkom op het Bildt, zo’n kilometer of vijftien ten noordwesten van Leeuwarden. Gitte Brugman en Baukje Venema zochten de ziel van het gebied.

Lees verder na de advertentie

Het is 1999. De dan 25-jarige Baukje Venema staat appels te plukken in een Nieuw-Zeelandse boomgaard als er ineens dat geluid is. Ze weet, het zit in haar hoofd, maar ze hoort het écht, en herkent het onmiddellijk. Onmiskenbaar: het dingdingding van de kerk van haar geboortedorp aan de andere kant van de wereld: Ouwe Syl, oftewel Oudebildtzijl.

Jaren later figureert de anekdote in de ode die Venema, inmiddels fotograaf, samen met fotojournalist Brugman brengt aan het Bildt, de streek waar ze opgroeide. Op 8 december presenteren de vrouwen hun cassette met vier boekjes – Mooie Plaatsys genaamd – die samen de identiteit van het gebied omvatten.

Eigen taal

Het Bildt heeft een bijzondere geschiedenis. In 1505 werd het ingedijkt door inpolderaars uit verschillende delen van Nederland, die er neerstreken en hun taal en eigen dialecten meenamen. Die mengden in de loop der tijd met het Fries, en zo ontstond een nieuwe mengtaal, het Bildts. Vandaag de dag noemen de inwoners zichzelf Bilkerts, de taal spreken ze nog altijd. Bilkerts zijn rechtdoorzee, zegt Venema’s kompaan Gitte Brugman: als het in twee letters kan, zullen ze er geen drie gebruiken.

© Baukje Venema

Toen werd aangekondigd dat de gemeente het Bildt zou opgaan in de nieuw te vormen gemeente Waadhoeke, zette dat de twee vrouwen, los van elkaar, aan het denken: wat betekent het, en waarin zit identiteit? Ze begonnen beiden met een project, kwamen elkaar tegen en besloten hun krachten te bundelen: Venema de foto’s, Brugman de teksten.

Ze portretteerden mensen, tekenden hun verhalen op, legden het landschap vast. Op marktplaats vond Venema een negentiende-eeuwse houten camera. “Ik wilde dichter bij het gevoel komen. Verstillen, terug naar de kern. Pas als iets stilstaat kun je het vangen.’’

Doka

Een flits gebruikten ze niet bij de portretten, louter het licht zoals het viel – what you see is what you get, net als bij de Bilkerts zelf. Ze fotografeerden in een kroeg, bij een dorpsreünie, met geïmproviseerde doka’s in schuren en bezemkasten. “De reünisten maakten een wandeling’’, vertelt Brugman. “En toen ze terugkwamen, hingen hun portretten te druipen aan een lijntje.’’

De leegte van het gebied inspireerde door de jaren heen veel hippies en kunstenaars uit de Randstad, vertelt Brugman. “Je kon hier relatief goedkoop wonen, lekker op jezelf, een paar wietplantjes neerzetten. En we hoorden zelfs verhalen van een ondergrondse semtex-opslag. ‘Boeren, burgers en boeven, die wonen hier’, zo zei iemand.” Er was veel vrijheid, zegt Venema over haar jeugd in dit dorp. “Iedereen kon zichzelf zijn, niemand zat een ander op de huid.’’

Foto uit het besproken boek. © Baukje Venema

Ze lieten 513 exemplaren van de cassettes maken: zoveel jaar geleden werd het gebied ingepolderd, elk exemplaar is genummerd met een jaartal. De data zijn erin gestanst, net als de titels van de handgebonden boekjes: Aigen (eigen), Taal, Land en Minsen (mensen). Elk boekje heeft een andere zeefdruk als schutblad. Het boekje ‘Minsen’ wordt leeg geleverd, met losse vellen erbij waarop de portretten en teksten staan. Die kunnen zelf worden ingeplakt, een eigen Bilkert-verzamelalbum.

Klopje

De verhalen ontroeren. Neem de vrouw die veertig jaar lang bij de gemeente het Bildt werkte tot die werd opgeheven – in tranen keek ze toe hoe haar levenswerk in dozen naar Franeker verhuisde. En de vrachtwagenchauffeur die over de hele wereld rondreed en op de terugweg de grenzen aftelde: Oostenrijk, Duitsland, Nederland, Friesland. En dan dat vaste ritueel, het klopje op het dashboard als hij de gemeentegrens passeerde, en die woorden: “Soa, wij binne d’r weer, dat hewwe wij weer knap deen.’’

Je gaat toch naar houvast zoeken, zegt Venema, als de wereld groter wordt. Waar kom ik vandaan, waar ga ik naartoe? “Ik heb me altijd sterk met dit gebied verbonden gevoeld en nu nog meer, alsof het nu ook gerechtvaardigd is. Dat geeft rust.’’

Deel dit artikel