Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een grens aan mededogen creëert een hiërarchie in dierenliefde

Cultuur

Rob Schouten

Rob Schouten. © Maartje Geels
column

Zouden er ook verlegen muggen zijn, terughoudend bij het steken, aan het eind van de dag de targets niet gehaald en bloedarmoedig naar bed, weer een nederlaag in de struggle for life? Ik ben geneigd ze over één kam te scheren en navenant te behandelen c.q. te doden maar misschien doe ik ze daarmee groot onrecht en hebben ze persoonlijke kwaliteiten die ik misken.

Toch laat ik het, geloof ik, maar zo, zolang enkele van hun soortgenoten me 's nachts plagen. Er is een grens aan mededogen en die bereikt mij meestal bij de insecten. Maar hogere dieren dan?

Lees verder na de advertentie

Kijkend naar de zoveelste EO-natuurserie leerde ik dat een halve school vissen door een veel groter en machtiger vis werd verzwolgen zonder dat het de commentator wat kon schelen, ja daar was hij werkelijk hard in. Aan de walkant een enkel visje uit de vaart hengelen wordt door sommigen als dierenmishandeling gezien maar vissen die elkaar uitmoorden kunnen we met droge ogen aanzien.

Niettemin is ook mijn mededogen met vissen alweer minder dan met bijvoorbeeld vogels. Een dood musje op z'n ruggetje, de pootjes nog vergeefs naar iets klauwend, dat doet me echt wat. Moet dan nou? denk ik, vergetend dat ook mussen het eeuwige leven niet hebben.

Je kunt er niet omheen dat er een soort hiërarchie in dierenliefde bestaat

Wij zaten onlangs in onze Franse tuin toen de hond van de buren, een lief jachtbeest, trots z'n eerste konijntje kwam brengen, een jonkie, het leefde nog half. Ja, ja, de natuur mompelden we, maar liever niet zo in het zicht. We pakten haar het zieltogende beestje af, legden het uit de zon in een doosje om in elk geval ongestoord de laatste adem uit te blazen. Even later kwam de hond met nummer twee aanzetten, waarna nummer drie. Kennelijk een vruchtbaar nest. We waren helemaal van slag, moesten we van beide blijven houden, hond en konijntjes? Je kunt er niet omheen dat er een soort hiërarchie in dierenliefde bestaat. Al naar gelang we dieren meer of minder individualiteit toeschrijven leven we ook meer of minder met ze mee.

Boeddhistisch einde

Ik herinner me een boer die in zijn veelkoppige koeienkudde één koe voortrok die volgens hem uitzonderlijk lief en aanhankelijk was, Mina 13, maar aan deze illusieloze status onttrok ze zich door hem met nog melancholischer koeienogen aan te kijken dan haar zusters. Hij wees me haar aan, maar ik zag niks bijzonders aan het beest. Met mij had het kennelijk niets. Zo gaat dat dus, mensen en dieren trekken naar elkaar of niet.

In het nieuws figureerde deze dagen een pasgeboren eekhoorn in Duitsland die zijn ouders was kwijtgeraakt en zich aan een Duitser had gehecht die hij zozeer achtervolgde dat de arme man de politie belde om van de ongewenste stalker af te komen.

Tot de mug die vannacht om mijn hoofd zoemde, voelde ik mij ook niet in gelijke mate aangetrokken als hij of zij tot mij en het had weinig gescheeld of mijn afkeer had ze zich in een bittere veldslag vertaald. Het was hoe dan ook niet de timide mug uit het begin, maar ik heb de deken over mij heen getrokken en daar kon ie niet doorheen. Zo is dit een verhaal met een boeddhistisch einde.

Rob Schouten schrijft twee keer per week een column op de achterpagina van de Verdieping. Lees hier eerdere bijdragen terug.

Deel dit artikel

Je kunt er niet omheen dat er een soort hiërarchie in dierenliefde bestaat