Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een dagboek met twee handschriften

Cultuur

LIEKE VAN DUIN

Review

Ted van Lieshout: 'Gebr.', Van Goor, 120 p, ¿ 22,90, v.a. 13 jr; Ted van Lieshout: 'Raafs Reizend Theater' (debuut uit 1986), herdruk, Van Goor, 149 p, ¿ 22,90, v.a. 10 jr.

De titel slaat op de broers Lucas en Marius, respectievelijk vijftien en veertien jaar oud als Marius sterft aan een tot op dat moment onbekende ziekte die met een tremor gepaard gaat. Een half jaar later, op de dag dat Marius vijftien geworden zou zijn, wil hun moeder afscheid nemen van haar jongste zoon door in stilte al zijn spullen te verbranden: zij heeft geen spulletjes nodig om aan hem te denken, zegt ze. Broer Luuk, intussen zestien, wil Marius' dagboek in elk geval redden, en doet dat door erin te gaan schrijven waar het handschrift van Marius ophield. Het boek bestaat uit zijn brief aan, en postuum gesprek met, zijn overleden broer, in de vierentwintig uur voor het verbrandingsritueel. Buiten is het intussen carnaval, een achtergrond die contrasteert met het verhaal van de broers als het schetterende refrein van een trieste ballade. Ondanks het drama van een levenslustige puber op weg naar de dood is 'Gebr.' echter geen zwaar boek. Ted van Lieshout geeft de tragiek licht en lucht mee door ironie en stevige, soms relativerende pubertaal, waarin voor zieligheid geen plaats is.

“Alaaf Maus, Dit is niet het begin. Dit is het einde van jouw dagboek. Ik ben naar je kamer geslopen en heb stiekem in de laden van je bureau gezocht tot ik je dagboek vond. Dat heb ik meegesmokkeld, opengeslagen en doorgebladerd tot de eerste lege bladzijde, en toen ben ik gaan schrijven. Nee, ik heb niet gelezen wat jíj geschreven hebt. Echt niet. Eerlijk niet.”

Hechte band Al schrijvend komt de hechte band tussen de twee broers in beeld. Luuk trekt Marius' kleren aan: “Je knelt, Maus. Is dat niet heerlijk? Ik houd je aan. Deze carnaval ga ik verkleed als mijn broertje.” Als mam dreigt om Marius' pagina's eruit te scheuren voor de verbranding, gaat Luuk daarop ook schrijven: in de kantlijn, tussen de regels. Dan staan zíjn gedachten ook op die pagina's en dus mag mam er niet aankomen. Zo leest Luuk Marius' teksten toch. De afwisseling van Marius' dagboekfragmenten over wat de broers de laatste anderhalf jaar samen meegemaakt hebben, en Luuks commentaar daarop, is buitengewoon boeiend. Marius schrijft over een kladje dat hij in Luuks kamer gevonden heeft, waarop Luuk zijn ouders schrijft dat hij meer van jongens dan van meisjes houdt. Luuk reageert woedend: “Waar haal jij het recht vandaan om zulke leugens over mij hardop te schrijven? Blijf met je fikken van me af!”

Maar langzamerhand blijkt - reconstructie van het verleden - dat niet alleen Luuk op jongens valt, maar Marius ook, en echt niet omdat hij alles van zijn oudere broer naüapt. Marius accepteert zijn homoseksualiteit sneller dan Luuk: “Ik vind meisjes ook erg leuk, maar ik ben verliefder op een jongen”, en hij loopt zonder complexen zijn gevoel achterna en vrijt met Alex, zijn beste vriend, met wie hij altijd oude atlassen bestudeerde. Luuk heeft het er veel moeilijker mee. Hij heeft van jongs af aan geweten dat hij een buitenbeentje was. Hij werd toch al gepest en dus is het voor hem een geheim dat koste wat kost bewaard moet blijven. Vooral op school mag niemand het weten. Desnoods zoent hij met een meisje om de schijn op te houden 'normaal' te zijn. Luuk gaat Marius zelfs mijden uit angst dat hij zich verspreekt, en voelt zich schuldig omdat hij zijn ouders geen kleinkinderen zal bezorgen.

Zo laat het dagboek de verschillende processen zien waarin beide broers hun homoseksualiteit ontdekten, accepteren en er voor uitkomen. Twee karakters, twee manieren van coming out.

Heftig Naarmate het verhaal vordert, lijkt het er even op of de homoseksualiteit van de broers, en de ziekte van één van hen, twee verschillende verhaallijnen zijn die los van elkaar staan. Toch komen die twee lijnen bijelkaar. Marius' tremor wordt zo heftig, dat hij niet meer kan vrijen, zijn handschrift wordt snel slechter en zelfs zijn gedachten gaan haperen. Marius' laatste dagen in het psychiatrisch ziekenhuis, samen met zijn broer, zijn even ontroerend als schrijnend. Luuk blijft alleen achter en denkt na over hun 'broederschap': hun homoseksualiteit maakte hen heel erg aan elkaar gelijk, maar Marius' ziekte dreef hen uit elkaar. Van Lieshout gebruikt daarvoor een treffend beeld: Marius was onder de indruk geweest van een atlas van Alex, waarin getoond werd hoe het oereiland Pangaea langzaam uit elkaar is gedreven tot de continenten Europa en Amerika. In een droom van Luuk drijven de twee helften van het eiland uit elkaar, maar komen elkaar aan de andere kant van de aardbol weer tegen.

Behalve over ontluikende homoseksualiteit en de dood van een geliefde broer gaat 'Gebr.' over meer: over een moeder die veel meer begrijpt dan haar kinderen vermoeden, over de hemel, over geheimen, over samen stil-zijn, over toeval, over onverschillige artsen en lompe psychiaters. Er is een prachtige verhaallijn over een zigeunerjongen op wie Luuk verliefd wordt en die hem een ketting van klaverbloemen leert vlechten. Als de zigeuners vertrokken zijn maakt Luuk zo'n ketting voor zijn broer. Het praatje dat zigeuners zilverwerk komen stelen wordt schalks verwerkt tot een geef-mij-maar-zo'n-dief-droom, en eindigt in een feestmaal met taart en zilverbestek rond het vuur, waarin Marius' spulletjes hem, als een laatste offer, in rook(signalen) worden nagezonden.

Tot nu toe waren er weinig goede jeugdromans over homoseksualiteit. 'Je moet dansen op mijn graf' (1990) van Aidan Chambers gold als hét boek op dat gebied. 'Gebr.' is authentieker, directer, levendiger, eenvoudiger te lezen, en minstens zo sterk. De bevalling was misschien zwaar, maar het literaire kind mag er zijn.

Deel dit artikel