Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een coming-out als freule

Cultuur

Elma Drayer

Review

Ursula den Tex, journalist bij het weekblad Vrij Nederland, sprak liever niet over haar adellijke afkomst. Het schept alleen maar afstand met de lezer. Nu gaan de ramen open, komt ze met haar boek 'Anna baronesse Bentinck'.

Met het boek dat deze week verschijnt heeft ze de gêne achter zich gelaten. ,,Het is mijn coming-out als freule'', zegt ze met een onnavolgbaar lachje. Ruim een kwarteeuw was Ursula den Tex (69) redacteur bij het weekblad Vrij Nederland. In die tijd - wij waren collega's - hield ze haar adellijke komaf het liefst een beetje stil. ,,Het zou ook een vorm van maatschappelijke kamikaze zijn geweest'', zegt ze, ,,als ik het wel had laten merken. Heel onverstandig, zeker als praktizerend journalist. Het schept onmiddellijk afstand.''

De katten kijken slaperig toe, er is koffie, en op tafel liggen de proeven van het boek waaraan ze drie jaar werkte. Al 'heel lang' wist ze dat ze 'ooit' iets wilde met de adel, en vooral met 'adellijke dames'. ,,Tot ver in de vijftig ben je bezig je maatschappelijke positie te veroveren en te handhaven. Daarna pas ga je je afvragen: hoe zat het eigenlijk? Waar kom ik vandaan? Ik heb een hele periode gehad dat ik er niet aan moest denken om met oude tantes over vroeger te praten. Dat was toch wel het mafste wat je kon doen.''

Ze is de jongste van drie zussen. Haar moeder - van zichzelf, zoals dat heet, een baronesse Bentinck - overleed in 1989. Zij liet een bescheiden verzameling dagboekjes en brieven na. En op een dag wist de dochter hoe ze het ging aanpakken: met het materiaal van haar moeder een 'sociale documentaire' schrijven. 'Anna baronesse Bentinck' is géén biografie, zegt ze nadrukkelijk. ,,Ik gebruik mijn moeders en mijn eigen woorden voor een algemeen verhaal. Ik heb uit haar leven vooral de gegevens gekozen die ook van toepassing zijn geweest voor andere vrouwen van haar stand en generatie. Mijn ambitie is toch om hiermee bij te dragen aan de sociale geschiedenis. Net als Agnes Amelink heeft gedaan in 'De gereformeerden'. Er is in één generatie zoveel veranderd. Ik vind het nogal jammer dat Nederland zijn geschiedenis zo versloddert.''

Haar moeder was een 'plattelandsbaronesje' uit een eeuwenoud adellijk geslacht. Zeventien generaties Bentinck gingen haar voor, de stamvader staat vermeld in een document uit 1360. Anna Cornelia trouwde met de Amsterdamse jonkheer Co den Tex, later burgemeester van Bloemendaal. Een beetje beneden haar stand, en toch weer niet - enfin, over 'die nuances' wil de dochter het nu niet hebben. Licht geërgerd: ,,Ik heb erover geschreven om er niet over te hoeven praten. Dat krijgt meteen iets klefferigs. Dat is zo troebel water. Alle mensen maken onderscheid, zijn voortdurend bezig zich af te zetten tegen anderen. Maar de adel krijg het verwijt.''

Prachtig is het dagboekje dat haar moeder als jong meisje bijhield: partijtjes, een beugel ('machientje'), verliefdheden, personeel ('Gerrit Steen moet mij freule noemen'), kostschool, en dan, het engagement. De brieven uit haar verlovingstijd verrasten de dochter vooral om hun 'warmte'. ,,Echt een kant die vrij nieuw voor mij was.'' Ze weet niet precies waardoor haar moeder dat is kwijtgeraakt. ,,Toch het huwelijk, ben ik bang. En het conformisme van het leven als deftige dame, met duidelijke regels over wat je wel en niet zegt. Dan houd je op een dag op om tegen je naasten dingen te zeggen. Je gevoelens uiten was sowieso in de vorige generatie - niet alleen bij adellijke dames - geen verdienste. Nu is het wél een verdienste. En dat is ook niet altijd even leuk.''

De opvoeding die freule Bentinck kreeg, haar dochter beschrijft het indringend, was één lange training in goede manieren. Uitleg was er niet bij. ,,Je begrijpt de regels of je begrijpt ze niet. En als je ze niet begrijpt, dan doe je alsof. Dat hoort bij welopgevoede mensen. Etiquetteboeken lagen er niet in huis, later bij ons ook niet.'' Haar eigen generatie, zegt ze, schafte de goede manieren af. ,,Wij vonden ze verstikkend, onecht. Terwijl er misschien uitstekende rationele argumenten zijn om bijvoorbeeld de deur voor iemand open te houden. Niet de sterkste, maar de zwakste mag eerst. En al het ongemak dat er nu bestaat over tegen wie je 'u' zegt en tegen wie 'jij'. Waren er maar weer simpele regels! Nu moeten we ze opnieuw uitvinden. Aan de rubriek van Beatrijs Ritsema zie je dat daar behoefte aan is.''

Adellijke meisjes leerden vóór alles hun rug recht te houden. ,,Je mocht je niet laten kennen, in meerdere betekenissen. Stand betekent afstand houden. Daarbij kwam dat mijn moeder een vrij gesloten aard had. Ook over verdriet en teleurstellingen liet ze zich niet uit. Ik heb haar praktisch nooit zien huilen.'' Zelfs over haar ergste verdriet - de dood van de middelste dochter - kon ze niet praten. In het slothoofdstuk van 'Anna baronesse Bentinck' staat het hartverscheurend beschreven.

Nee, de dochter kan zich het moment niet herinneren waarop ze voor het eerst besefte van adel te zijn. Dat je dat bent, zegt ze, neem je op, zonder het ooit uitgelegd te krijgen. ,,Ik was wél al jong doordrongen van iets ouds. Iedere zomer logeerden wij op de havezate van mijn grootouders Bentinck. Een prachtig huis, in de volksmond heette dat het kasteel. Daar hingen familieportretten, er was veel oud eikenhout. Daardoor wist ik dat de wereld niet bij mij begonnen was. En ook niet bij mijn ouders.'' En dat ze zichzelf kon opzoeken in het rode boekje - het 'Nederland's Adelsboek' - was 'een teken dat ik bestond'. Maar echt graag praat ze er nog steeds niet over. ,,Waarom spits je het nu zo toe op mij? Mijn moeder zou zeggen: ach, dat is toch niet bel ngrijk.''

Ooit vertelde ze aan twee vrienden ('Die meteen daarna geen vrienden meer waren') hoe ze in haar jeugd genoot van de zomers bij haar grootouders. ,,Hun reactie was: o, ze moet laten merken dat ze zich zoveel beter voelt. Terwijl ik gewoon wilde vertellen over het droomhuis van mijn kinderjaren waar bij wijze van spreken altijd de zon scheen.'' Zo, zegt ze, leer je om over 'heel veel' te zwijgen. ,,Ik zie dat ook bij mijn jongere nichtjes. Die kijken wel uit om te laten merken dat ze van adel zijn. Er leeft nu geen generatie meer die door de adel is onderdrukt, en toch werkt dat nog door.''

Natuurlijk, zo'n opvoeding bood ook voordelen. ,,Je hebt een voorsprong in onderwijs, in intellectuele toegang. En al die mooie dingen die je om je heen zag, het prachtige zilverwerk dat door je handen ging. En vooral het gevoel van ruimte: ruime huizen, ruime natuur. Dat is een grote rijkdom. Het nadeel was de wereldvreemdheid waarmee ik de volwassenheid inging. Ik heb heel veel moeten bijleren.''

Eigenlijk hóórt het niet, zegt ze, zo'n boek waarin je de adel van binnenuit beschrijft. ,,Je brengt, zo ben ik opgevoed, dit soort dingen niet naar buiten. Maar het leest geloof ik niet als een afrekening.'' Lachend: ,,Het is niet zo dat ik nu niet meer gevraagd zal worden op verjaarspartijen.'' Ze vindt het een echt 'moeder-op-dochter-boek'. ,,Zelf heb ik geen kinderen om linnen of zilver aan door te geven. Ik geef vrouwengeschiedenis door. Mijn nichtjes zullen er denk ik blij mee zijn.''

En wat zou haar moeder van zo'n persoonlijk document hebben gevonden? Korte stilte. ,,Ik zou het gewoon niet weten'', zegt de dochter. ,,Ik heb het manuscript aan mijn oudste zuster laten lezen. Van tevoren dacht ik: óf ze wordt heel verdrietig, óf ze vindt het heel mooi. Het was het laatste. Dat had bij mijn moeder ook gekund. Ik verwacht dat ze had gezegd, zoals ze altijd zei: wat heb ik toch een knappe dochter. Maar misschien was het wel meer geweest.''

Deel dit artikel