Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Een 100-jarige neemt de benen

Cultuur

Sofie Messeman

Allan is niet te stoppen, al is hij honderd en niet meer zo goed te been. © Corbis

BOEKEN - Nadat hij via het raam uit het bejaardenhuis is ontsnapt, beleeft de hoogbejaarde Allan Karlsson het ene avontuur na het andere. Geen erg waarschijnlijk gegeven, maar de onderkoelde humor van de Zweed Jonas Jonasson houdt deze schelmenroman echt leuk.

Op de dag dat in het bejaardenhuis zijn honderdste verjaardag wordt gevierd, besluit Allan Karlsson de benen te nemen. "Zodra het idee zich vastzette in zijn hoofd, deed hij het raam van zijn kamer op de benedenverdieping van het bejaardentehuis open, klom naar buiten en belandde in een plantenperk." Met die scène begint 'De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween', de knotsgekke schelmenroman van Jonas Jonasson (1962), die in Zweden een monstersucces werd.

Allans vertrek is totaal ongepland. Hij komt terecht in het busstation, let daar even op de koffer van een louche jongeman en neemt daarna de bus. Zonder erbij na te denken, sleept hij de koffer met zich mee. "Misschien gewoon omdat het mogelijk was geweest? Of omdat de oude man niets te verliezen had?" De koffer, die vol maffiageld blijkt te zitten, wordt de motor van het verhaal, waarbij even malafide als domme gangsters de oude man en zijn groeiende schare kompanen achternazitten.

Je kunt deze roman lezen als de hilarische roadtrip van een honderdjarige, die op zijn weg steeds nieuwe personages ontmoet. Dat al deze figuren een bizarre achtergrond hebben, vormt een deel van de aantrekkingskracht van het verhaal.

Allan zelf heeft zich na de dood van zijn ook al eigenaardige vader ontwikkeld tot ontstekingsdeskundige, en uiteraard pakten niet alle proeven even onschuldig uit. Zijn levensdevies heeft hij van zijn moeder: "Het is zoals het is en het wordt zoals het wordt."

Julius, de eerste kompaan die Allan ontmoet, leeft op zijn oude dag van kleine diefstallen bij de buren. Benny, die door de twee oudjes wordt ingehuurd als taxichauffeur, heeft zijn halve leven gestudeerd, en ontpopt zich achtereenvolgens als 'een beetje' arts, dierenarts, architect en vrachtwagenchauffeur. Toch heeft Benny nooit een baan gevonden, 'hoewel hij een van de best opgeleide personen van Zweden was'.

Het groepje wordt nog uitgebreid met Gunilla, een roodharige vrouw die na haar scheiding heeft besloten 'fulltime moeder te worden' van haar hond en van de olifant die op een dag uit het circus ontsnapte en bij haar is beland. Op de tocht van het viertal gaat de olifant gewoon mee, wat natuurlijk tot nieuwe hilarische situaties leidt.

Jonassson dankt zijn succes waarschijnlijk aan het ongebreidelde van zijn vertelling, die hij niettemin presenteert op uiterst onderkoelde toon en met veel zwarte humor. Als een boer vertelt dat hij een drietal mannen op een vrachtwagen voorbij heeft zien rijden, weet de lezer dat het gaat om de 100-jarige Allan, de 70-jarige Julius en het aangeklede lijk van de louche jongeman die door beide oudjes is vermoord. "De jongeman leek het bevel te voeren."

De roman doet vaak denken aan 'De zelfmoordclub' van de Fin Aarto Paasilinna, waarin ook een heel gezelschap op reis gaat en de dolste avonturen meemaakt - al is de Fin nog iets gevatter.

De hoofdstukken over Allans spectaculaire vlucht worden afgewisseld met hoofdstukken over zijn vroegere leven. Als springstofdeskundige lijkt Allan aanwezig te zijn geweest bij zowat elke belangrijke gebeurtenis uit de twintigste eeuw. Franco, Roosevelt, Truman, Mao, het zijn maar een paar machthebbers met wie hij 'als vriend' aan tafel heeft gezeten. Op die manier smokkelt Jonasson de hele geschiedenis van de vorige eeuw zijn roman binnen. Dat geeft dit koldereske schelmenverhaal wat meer body, al zijn sommige verwikkelingen wel wat vergezocht.

Maar dat kon de schrijver waarschijnlijk weinig schelen. Het boek moet het immers hebben van de overdrijving en het hilarische doorbreken van het gewone. Dat houdt Jonasson overigens zo consequent vol, dat het de geloofwaardigheid - binnen de grenzen van het genre - juist erg ten goede komt.

'De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween' is misschien geen grote literatuur, het is meeslepend om te lezen. Een hele reeks figuren wordt bevrijd uit het keurslijf van het alledaagse om geweldige, absurde, spannende avonturen te beleven. Dit boek is niets minder dan een loflied op de ongebreidelde fantasie.

Jonas Jonasson: De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween. Uit het Zweeds vertaald door Corry van Bree. Signatuur, Amsterdam. ISBN 9789056723743; 358 blz. € 19,95

Deel dit artikel