Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ecologische flora na tien jaar voltooid

Cultuur

HANS SCHMIT

Review

E. Weeda e. a.: Nederlandse oecologische flora - wilde planten en hun relaties 5. Uitg. IVN, in samenwerking met VARA en Vewin; geïll., 400 blz. - Fl. 89.

Anders dan het woord flora doet vermoeden, is dit geen boekwerk om planten te determineren. Het is een flora die totaalinformatie geeft over planten die al op naam zijn gebracht.

Het idee van een ecologische flora ontstond in het begin van de jaren zeventig, toen tekenaar Rein Westra het idee opperde een boekwerk te maken dat planten beschrijft vanuit een ecologische invalshoek en dus ook de relatie van de plant met haar niet-levende omgeving en andere levende wezens belicht.

Aanvankelijk werd uitgegaan van een reeks van drie delen. Het werden - nadat deze opzet te bescheiden was gebleken en de financiële problemen, verbonden aan een uitbreiding, waren opgelost - vijf fraaie boeken, rijk geïllustreerd met gedetaileerde kleurenaquarellen van Rein Westra. Zijn zoon Taco tekende de dieren en paddestoelen en zijn zoon Chiel zorgde voor de kleurenfoto's van de omgeving waar de plant in het wild voorkomt.

Onder andere door de rijke illustraties, de leesbare tekst en het ontbreken van literatuurverwijzingen en voetnoten oogt de flora nauwelijks als een wetenschappelijk werk. De schijn bedriegt echter. De prestatie van Eddy Weeda heeft wel degelijk een hoog wetenschappelijk gehalte.

Zijn flora herschept bestaande kennis en brengt verspreide stukjes informatie bijeen die soms slechts bij enkele gespecialiseerde plantkundigen bekend zijn. Weeda doorbreekt daarmee de verkokering waaraan wetenschap nog wel eens ten prooi valt en waardoor informatie voor algemene toepassing verloren dreigt te gaan.

De flora is daarmee tevens een goed voorbeeld van de inventarisatie van de biodiversiteit waartoe we ons via het in 1992 op de VN-conferentie in Rio de Janiero gesloten verdrag hebben verplicht.

Naast de vele kubieke meters papier die Weeda heeft doorgeploegd, heeft hij ook een netwerk van deskundigen geraadpleegd en mede daardoor nieuwe kennis kunnen toevoegen en dwarsverbanden kunnen leggen waarvan het bestaan nog niet bekend was. Tenslotte heeft hij vrijwel alle planten die hij beschrijft, de afgelopen tien jaar her en der in het land in het wild opgezocht.

Het vijfde en laatste deel is met 400 bladzijden tevens het dikste. Het bestrijkt dan ook enkele zeer grote families: de grassen en cypergrassen. Een (beknopt) register van de Nederlandse en wetenschappelijke namen van de planten uit alle vijf de delen, maakt het opzoeken van een reeds gedetermineerde plant een stuk gemakkelijker.

Deel dit artikel