Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dwarse ‘vorst Rudolph’ gaf de koning weerwerk

Cultuur

Paul van der Steen

Remieg Aerts © RV
Recensie

Veel maakte Thorbecke ongeschikt voor de politiek. Toch weet Remieg Aerts bewondering te wekken voor deze staatsman.

Multatuli, die andere grote man van Nederlands negentiende eeuw, had de staatsman Johan Rudolph Thorbecke (1798-1872) niet hoog zitten. De schrijver vond dat de liberaal zwaar werd overschat. Wat had hij nu feitelijk gepresteerd? Bij zijn pogingen om Nederland te genezen van ‘thorbeckeritus’ schreef hij onder meer 107 (!) grafschriften. Zijn uitgever waarschuwde dat hij met regels als Onder dit steentje / Ligt een fenomeentje vooral zijn eigen reputatie als literator schaadde, maar Multatuli wilde niet luisteren.

Lees verder na de advertentie
Bij de enorme hoeveelheid ar­chief­ma­te­ri­aal die Thorbecke achterliet, zaten relatief weinig inkijkjes in zijn ziel

Een andere grote, polemische schrijver uit die dagen, Conrad Busken Huet, kon evenmin veel waardering opbrengen voor Thorbecke. Hij verafschuwde zijn gedrongen spreken in het parlement, ‘eene geniale kakografie’ met het leescomfort van een derde klasse spoorrijtuig: “Harde banken op een versleten onderstel.” Thorbecke was bovendien laf, vond Busken Huet, want hij nam herhaaldelijk afstand van het beginsel volkssoevereiniteit. De schrijver: “Demokratie, volkssouvereiniteit: kleeft er smaadheid aan die woorden? Zoo wees een man, en draag die smaadheid.”

Groeiende bewondering

De grote kracht van ‘Thorbecke wil het. Biografie van een staatsman’ is dat de lezer begrip krijgt voor de afkeer van mensen als Multatuli en Busken Huet van een figuur die zichzelf messiaanse trekjes toedichtte. En tegelijkertijd zorgt Aerts voor een groeiende bewondering bij de lezer voor het denken, de prestaties en de volharding van de staatsman. Remieg Aerts, hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar politieke geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen, bezorgde Nederland eindelijk een volwaardige biografie van de staatsman die we kennen uit monumenten en straatnamen.

Thorbecke gaf Nederland een nieuwe Grondwet, maakte van Nederland een eenheidsstaat (tegenstanders hekelden de ‘Napoleonistische centralisatiegeest’) en schiep een infrastructuur die noodzakelijk was voor de beginnende industrialisatie. Busken Huet had gelijk dat de politicus volkssoevereiniteit principieel en historisch onjuist achtte. Recht en kennis dienden voorrang te krijgen boven emotie en meningen.

Aerts weet in zijn boek ook een mens te maken van de mythische figuur. Dat is een prestatie, want bij de enorme hoeveelheid archiefmateriaal die Thorbecke achterliet, zaten relatief weinig inkijkjes in zijn ziel.

De biograaf zet het karakter en de karaktervorming van zijn hoofdpersoon scherp neer door de ruimte te nemen voor de jeugd en de voor-Haagse jaren. Thorbecke was al grotendeels ‘af’, toen hij midden in zijn leven geleidelijk in de politiek verzeild raakte. Johan Rudolf was het levensproject van zijn maatschappelijk niet helemaal geslaagde vader. Die legde zijn zoon een spartaans studie- en leefritme op, zodat deze het uiterste uit zichzelf kon halen. De jonge Thorbecke deed lange tijd gedwee wat zijn oude heer hem opdroeg. Hij had buitengewone verstandelijke vermogens, maar door zijn sociale komaf (geen vermogende familie), wortels in Duitsland en de provincie (Zwolle) en tijdsomstandigheden kostte het enige tijd voordat de talentvolle geleerde een passende betrekking kreeg.

Tekst loopt door onder afbeelding

cover © RV
De steile geleerde zou de lijst van de VVD nu niet halen

Ontzag

Uiteindelijk werd Thorbecke hoogleraar in Gent, en na de Belgische Afscheiding in Leiden. Hij nam er de rol aan van ‘vrijwillige buitenstaander met meer ambitie en plichtsbesef dan goed was voor hartelijke verhoudingen’. Bij collega’s en studenten dwong de dwarse dwingeland Thorbecke vooral ontzag af. Geliefd was hij niet. De professor zelf voelde zich prima bij het bestaan van studeerkamergeleerde, zeker nadat hij zijn grote liefde Adelheid had gevonden. De intieme Thorbecke bestond slechts voor haar, de latere kinderen en een select groepje anderen.

Veel maakte hem ongeschikt voor de politiek. Hij was autoritair en geloofde meer in de kracht van scherpe kritiek dan in eindeloos gepolder. “Zegt niet Hamlet, bij Shakespeare, dat door lang overleggen, het moedigste besluit verbleekt?” De Tweede Kamer betitelde hij bij herhaling als ‘een apenspel’, waar het verstand zelden zegevierde: “Wij zullen niet beleven, dat de rede anders dan bij toeval de meerderheid hebbe.” Thorbecke investeerde zelden in Draagvlak. Zijn gelijk moest voldoende zijn om te overtuigen.

Zijn studie over de grondwet, en de noodzaak van hervormingen daarvan, brachten hem stilaan in de positie van een invloedrijke figuur. Aanvankelijk wilde de meerderheid van de gevestigde orde, de koning voorop, zijn voorstellen niet overnemen. Maar het revolutiejaar 1848 veranderde alles. Een groot deel van de aanpassingen was nu opeens wel aanvaardbaar. Thorbecke zelf bevond zich opeens in het hart van de Haagse politiek. Partijen bestonden nog niet. Maar de geleerde werd het middelpunt van de groep liberale Kamerleden.

Zoals Thorbecke het uiterste uit zichzelf had gehaald, zo moest Nederland het uiterste uit zichzelf halen. Voor een klein land kwam het aan op innerlijke kracht. Een goede grondwet legde daar een stevige basis voor. Daarna moest het vernieuwen verder gaan.

Als leider van drie kabinetten vocht hij menig gevecht uit met koning Willem III. Daarbij ging het over de constitutionele ruimte voor de monarch en de macht daartegenover van parlement en kabinetten. Tegelijkertijd was het ook een strijd van ego’s, waarbij Thorbecke zich weinig gelegen liet liggen aan het temperament van de Oranjes en niet al bij voorbaat knipmessend van eerbied op audiëntie ging. Hij durfde de vorst gerust tegen te spreken.

 Hybridistische politiek

Tegenover de Kamer stond de liberale leider ook zijn mannetje. Weer zelf in de oppositie, nam hij kabinetten onder leiding van anderen de maat. Hij noemde ze een beginselloze ‘troep van weerhanen’. Hij verweet ze ‘hybridistische politiek’ die tot niets leidde. “De muilezel, mooijer dan de ezel, minder mooi dan het paard, heeft eigenschappen van beide, doch is tot voortplanting ongeschikt.”

Oordeel: Eindelijk een pracht­bi­o­gra­fie die ook de mens laat zien

Uiteindelijk bleef hij zo lang dat zijn aanwezigheid contraproductief begon te werken. Tegenstanders verwrongen het politieke bestel om maar te voorkomen dat er opnieuw ‘een ministerie-Thorbecke’ zou aantreden. In liberale kring moest alles via ‘vorst Rudolph’ lopen, die het heel gewoon vond om zijn eigen aftreden ‘een abdicatie’ te noemen. De leider ging zichzelf beschouwen als een soort lord protector, een garantie voor rust en orde in onzekere tijden. In werkelijkheid gijzelde zijn persoonlijkheid de politiek.

Het is weer eens een waarschuwing aan politici die hun houdbaarheidsduur langer inschatten dan de wereld om hen heen. Aerts benoemt het niet expliciet, als hij aan het einde van zijn prachtbiografie even linkjes legt met het tijdperk-Rutte. De historicus meent wel dat Thorbecke de liberale leiders van nu ‘visieloze krabbelaars’ zou vinden. Tegelijkertijd zou de steile, professorale, niet erg aantrekkelijke geleerde waarschijnlijk de kandidatenlijst van de VVD niet eens halen.

Remieg Aerts
Thorbecke wil het. Biografie van een staatsman
Prometheus; 888 blz.
€ 49,99

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. Lees hier meer boekrecensies. 

Deel dit artikel

Bij de enorme hoeveelheid ar­chief­ma­te­ri­aal die Thorbecke achterliet, zaten relatief weinig inkijkjes in zijn ziel

De steile geleerde zou de lijst van de VVD nu niet halen

Oordeel: Eindelijk een pracht­bi­o­gra­fie die ook de mens laat zien