Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Doeschka en Geerten Meijsing moesten voor altijd onafscheidelijke aartsvijanden blijven

Cultuur

Jaap Goedegebuure

Omslag 'Geerten Meijsing en Doeschka Meijsing, liefdevolle rivaliteit' © -
Recensie

Twee schrijvers in de familie, dat is lastig. Doeschka en Geerten Meijsing verhulden hun wedijver niet, maar uit hun brieven blijkt ook een grote genegenheid.

Toen Geerten Meijsing in 1988 de AKO-literatuurprijs kreeg voor zijn verhalenbundel ‘Veranderlijk en wisselvallig’ ontstond er in de media enige ophef over het feit dat zijn zuster Doeschka deel uitmaakte van de jury. Zo opzichtig je naaste familie bevoordelen, dat gaf geen pas. Vrijwel niemand wist dat ze ernstig had overwogen om zich uit het keuzecomité terug te trekken toen ze merkte dat er een bekroning van haar broer in de lucht hing. Ze besefte kennelijk dat haar integriteit in het geding was.

Lees verder na de advertentie

Maar misschien speelde er in Doeschka Meijsings ongemak ook iets van jaloezie mee. Ten tijde van haar spraakmakende debuut ‘De hanen en andere verhalen’ (1974) stelde ze tot haar ergernis vast dat haar kleine broertje plotseling ook de literatuur in wilde. Was dat misschien om haar dwars te zitten? Ze hield haar afgunst niet voor zichzelf, maar deelde die met de journalisten die haar kwamen interviewen. 

Maar misschien speelde er in Doeschka Meijsings ongemak ook iets van jaloezie mee

Stel je voor, verzuchtte ze bij zo’n gelegenheid, “dat hij een groter schrijver wordt dan ik. Dat zou ik heel erg vinden. Net zo goed als hij het erg zal vinden als ik een groter schrijver word dan hij. Vroeger wilde hij saxofonist worden. Dat had ik best gevonden, een groot saxofonist in de familie. Maar toen kwam hij erachter dat hij schrijver wilde worden... Sinds die tijd is onze verstandhouding moeizamer.” Van zijn kant wilde Geerten wel gezegd hebben dat zijn geleerde en doorwrochte manier van schrijven niets voor Doeschka was. Ook deed hij voorkomen alsof hij van haar werk geen al te hoge dunk had. “Ik ken nauwelijks een boek van een vrouw dat me bevalt. Ik bewonder vrouwen enorm, maar als het op schrijven of schaken aankomt, haak ik af.”

Hart onder de riem

Nu weten we dat interviews in de eerste plaats bedoeld zijn voor de bühne. Wie de publiciteit wil halen, is geneigd om te overdrijven. Achter de coulissen staat het er meestal anders voor, is het niet ten kwade dan wel ten goede. Dat laatste doet zich ook voor in het geval van zus en broer Meijsing. In hun nu gepubliceerde brieven blijken ze heel wat aardiger voor elkaar te zijn geweest dan in de spotlights. Als het even kon, spraken ze hun warme bewondering uit wanneer een van hen met een nieuw boek kwam. Ook staken ze de ander een hart onder de riem ten tijde van liefdesverdriet, depressies of een haperende kachel. Ze stonden schouder aan schouder in hun gemengde gevoelens tegenover de rest van het gezin en hun innige afkeer van de literaire wereld. Wel wilde Geerten na Doeschka’s dood kwijt dat zij, anders dan hij, over voldoende sociale intelligentie beschikte om zich naar de mores van die wereld te plooien. Daaraan had ze volgens hem haar succes te danken.

Nu hun liefdevolle momenten ook door ons genoten kunnen worden, maakt hij in het nawoord van ‘Liefdevolle rivaliteit’ nog maar eens een draai. Dat zijn zus en hij elkaar zo wellevend bejegenden wanneer het ging om de waardering van elkaars werk was simpelweg een kwestie van beschaving. Binnen de familiekring benadruk je de lof en verzwijg je, als het ook maar enigszins kan, de blaam, aldus de goed opgevoede Haarlemmer Geerten Meijsing.

Een zekere treurnis

Bij het lezen van deze briefwisseling bekroop me allengs een zekere treurnis. Bij alle betuigingen over en weer van sympathie en solidariteit behelst ‘Liefdevolle rivaliteit’ vooral een klachtenboek, klachten over het gebrek aan waardering en aandacht, klachten over onbegrip bij familie, vrienden en collega’s, klachten over de teleurstellingen in de liefde, klachten over geldgebrek, ziektes en ander ongemak. 

Als lezer kun je ook jezelf beklagen, niet over de toonzetting en schriftuur van deze brieven, want daar spatten de passie en woede van af, maar wel over het voortijdige overlijden van Doeschka Meijsing, die een van de interessantste auteurs van ons taalgebied was, maar schandalig genoeg nooit een belangrijke oeuvreprijs kreeg. Daarnaast mogen we ook treuren om de jammerlijk stilgevallen carrière van Geerten Meijsing, die als voorman van het schrijverscollectief Joyce & Co en aanstormend wonderkind triomfen vierde met de trilogie ‘Erwin’, ‘Michael van Mander’ en ‘Cecilia’, op rijpere leeftijd een klein beetje beroemd werd met ‘Veranderlijk en wisselvallig’ en ‘Altijd de vrouw’, maar die sindsdien hoe langer hoe meer naar de achtergrond is verdwenen en alleen nog maar kan blijven schrijven dankzij een fanclub die hem in leven houdt. 

Omslag 'Geerten Meijsing en Doeschka Meijsing, liefdevolle rivaliteit' © RV

Hij zal zelf de eerste zijn om deze neergang te wijten aan de grote veranderingen in het boekenvak die zich de laatste decennia hebben voltrokken. Dagbladrecensies betekenen weinig meer voor het succes van een boek, commercieel gewin, maar ook publiek aanzien verwerf je aan de tv-tafels van Matthijs van Nieuwkerk, Eva Jinek en Jeroen Pauw. De schrijver die daar om een of andere reden niet wordt uitgenodigd, belandt vroeg of laat, maar tegenwoordig steeds vroeger, aan de andere kant van de bedrijfskundige grens tussen rendabel en riskant.

Misschien zijn broer en zus het dichtst bij elkaar gekomen bij het schrijven van de dubbelroman ‘Moord en Doodslag’ (2005), waarbij Doeschka tekende voor ‘moord’ en Geerten voor ‘doodslag’. We leren er uit dat deze twee kwelduivels niet met, maar evenmin zonder elkaar konden. Van haar komen we te weten dat ze haar broer al scheldend en foeterend te hulp schoot toen hij anno 2000 zijn polsen had doorgesneden. Hij vertelt hoe hij zijn zus een hartversterking inschonk toen ze in arren moede bij hem aanklopte en onderdak kreeg in zijn nederig stulpje. In hun onmogelijke symbiose groeiden ze steeds meer naar elkaar toe, maar dan wel in het besef dat ze voor altijd onafscheidelijke aartsvijanden moesten blijven.

Oordeel: Gepassioneerd klachtenboek.

Geerten Meijsing en Doeschka Meijsing
Liefdevolle rivaliteit (De correspondentie)
Bezorgd door Nop Maas Ahenaeum, Polak & van Gennep/Querido;
296 blz. €22,99

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. Meer recensies leest u hier.

Deel dit artikel

Maar misschien speelde er in Doeschka Meijsings ongemak ook iets van jaloezie mee