Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dirk Donker Curtius: vergeten vechtjas

Cultuur

Paul van der Steen

© -
Boekrecensie

Voor Dirk Donker Curtius was beperkt plaats in Thorbeckiaanse geschiedschrijving.

Voor 1848 wees weinig erop dat Dirk Donker Curtius een sleutelrol zou gaan spelen in de Nederlandse politiek. Daarvoor was hij te veel buitenstaander. De jurist (1792-1864) ging controversen niet uit de weg. Hij sympathiseerde rond de Belgische Opstand met liberalen uit het roerige zuiden van het Nederlandse koninkrijk, vocht met processen voor persvrijheid en ageerde als een van de eersten tegen dood- en lijfstraffen. Wat ook niet hielp in de standsbewuste negentiende eeuw was dat de familie Donker Curtius niet van oudsher tot de notabelen behoorde. Dirk onderhield ook nog eens contacten met dubieuze types aan de zelfkant van de samenleving. Dat soort kennissen vormde in combinatie met de denkbeelden van Donker Curtius reden om hem in de gaten te houden.

Lees verder na de advertentie

Toch werd deze man, de titel van zijn onlangs verschenen biografie getuigt ervan, ‘De man van 1848’. Juist vanwege het laveren tussen werelden, de pragmatische instelling van Donker Curtius en zijn vertrouwensbasis met de opeenvolgende vorsten Willem II en Willem III belandde de jurist in een mum van tijd in het centrum van de macht. Al voor het cruciale jaar 1848 had hij zijn ideeën over een modernere grondwet gespuid. Nu het erop aankwam, werd hij lid van de Grondwetscommissie onder leiding van Johan Rudolph Thorbecke. Zijn voornaamste rol vervulde hij daarna als de minister van justitie die de voorstellen behendig door het conservatieve parlement loodste.

Het is jammer dat het vooral een politieke biografie is

Thorbecke kreeg vorig jaar, precies anderhalve eeuw na 1848, een prachtbiografie dankzij de historicus Remieg Aerts. Bestuurskundige, politicoloog en historicus Mathijs van de Waardt, werkzaam op het ministerie van economische zaken en klimaat, doet met zijn levensverhaal van Donker Curtius een poging ook deze liberaal zijn gerechtvaardigde plek in de Nederlandse geschiedenisboeken te geven. ‘De man van 1848’ is de handelseditie van Van de Waardts proefschrift.

Mathijs van de Waardt © -

Grote verschillen

De auteur heeft het over een Thorbeckocentrische benadering in de historiografie. Dat is gezien meer voorbeelden van herwaardering van het optreden van Donker Curtius misschien overdreven, maar de schaduw die de grote Thorbecke over anderen werpt, is groot.

De verschillen tussen de twee heren die voor 1848 weinig contact met elkaar hadden gehad, konden nauwelijks groter zijn. Thorbecke had niet alleen Duitse roots, hij entte zijn ideeën ook sterk op het denken daar. Donker Curtius was meer op Frankrijk en Engeland gericht. Tegenover het bedachtzame en het steile van Thorbecke stelde Donker Curtius zijn impulsiviteit en buigzaamheid.

Op één punt toonde hij zich wel principieel. Donker Curtius had het niet op de beginnende partijvorming. Daar was hij te onafhankelijk en te individualistisch voor. Als hij zich wilde laten verkiezen lukte dat meestal dan ook niet. Onder collega-liberalen bouwde hij evenmin een achterban op.

© -

Confrontatie

Dat Donker Curtius voor zijn laatste ministerschap (opnieuw op Justitie) in 1853 toetrad tot een als conservatief aangemerkt kabinet en geregeld botste met Thorbecke, droeg bij aan het ondersneeuwen van zijn historische rol. De bewindsman hield behoorlijk consequent vast aan het uitvoeren van de agenda van 1848. Tijdens zijn laatste ambtstermijn kwam hij met een strafrechthervorming en werkte hij de ministeriële verantwoordelijkheid en het recht op vergadering en vereniging verder uit.

Het zat niet in de aard van Donker Curtius om Thorbecke te ontwijken. Integendeel, hij zocht de confrontatie op, ook omdat die afgevaardigde naar zijn zin nogal overgevoelig reageerde op kritiek. “Hij wil dus hier de vrijheid van discussie ten aanzien der Ministers beperken, hij wil ze alleen voor zich, niet voor ons. Ik heb het regt aan deze tafel dezelfde wapenen te bezigen als hij tegen mij heeft gebezigd.”

Van de Waardt ‘waarschuwt’ al in zijn inleiding dat ‘De man van 1848’ vooral een politieke biografie is. Van Donker Curtius resteren simpelweg te weinig egodocumenten. De auteur valt weinig te verwijten. Jammer is het wel. Aerts toverde in zijn Thorbecke-biografie een gelaagd mens achter de mythische, en privé op het eerste gezicht misschien wat saai overkomende hoofdpersoon tevoorschijn. Van Donker Curtius had bij beschikbaarheid van bronnen een nog veel kleurrijker portret gemaakt kunnen worden. De wisselwerking tussen politiek en persoonlijk leven en ’s mans ideeën blijft nu ook deels in nevelen gehuld.

Oordeel: goede biografie van sleutelfiguur is door gebrek aan bronnen niet zo kleurrijk.

Mathijs van de Waardt
De man van 1848. Dirk Donker Curtius
Vantilt; 416 blz. € 29,50

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Deel dit artikel

Het is jammer dat het vooral een politieke biografie is