Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dirigent Lahav Shani wist meteen: dit wordt geweldig

Cultuur

Frederike Berntsen

Shani tijdens een repetitie in De Doelen in Rotterdam. © Werry Crone
interview

Wie Lahav Shani, de nieuwe chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, aan het werk ziet, ondergaat de invloed van zijn energieke uitstraling. ‘Het orkest moet zich vrij voelen.’  

Een middag in de Grote Zaal van de Rotterdamse Doelen: Lahav Shani (Tel Aviv, 1989) wandelt het podium op, spijkerbroek, gemakkelijke trui. Over een paar minuten begint de repetitie, die de kersverse chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest zal leiden van achter de vleugel in een pianoconcert van Bach.

Lees verder na de advertentie

Multitalent Shani onderhoudt twee professies op hoog niveau: pianist en dirigent. Soms betekent studeren dan ook nachtbraken. Terwijl de orkestmusici binnendruppelen, rijgt de Israëliër loopjes Rachmaninov aan die van Bach en Beethoven, zijn vingers sprinten gedreven over de toetsen. Ondertussen babbelt hij links en rechts met zijn collega’s. Ontspanning alom, en tegelijk energie: Bach krijgt ervan langs.

“Nog voordat ik tweeënhalf jaar geleden op de bok in de Doelen stapte, wist ik: dit gaat geweldig worden”, zegt Shani na de repetitie. “Er had nog geen noot geklonken. Je weet het gewoon. Je leest de gezichten van de musici, de stilte in de zaal klinkt op een bepaalde manier. De chemie was daar. Je moet natuurlijk als dirigent tot in de puntjes zijn voorbereid. In de pauze van die eerste repetitie dacht ik: ik wil hier blijven. Het begint met vertrouwen. Als er geen vertrouwen is, doen alle mogelijke problemen zich voor: je praat te veel als dirigent, mensen gedragen zich stijf, niets gaat naturel. Op het moment dat er vertrouwen is, is er ook ontspanning en een gevoel van efficiëntie en effectiviteit. En het gaat over genieten. Zelfs als je een droevig stuk uitvoert, is er plezier in de collectieve inspanning en expressie, dat is uniek in muziek. Zoveel musici die dezelfde emotie delen, en die doorgeven aan het publiek, dat vormt het ultieme doel, en dat lukt alleen als er wederzijds vertrouwen is.”

Uitnodigend

Een krachtige en oplettende blik, duidelijke taal. Shani is geen man van de lange, zwierige betogen, noch repeterend, noch daarbuiten, en zeker niet over zijn leven naast de muziek. Zijn muzikale bedoeling is overduidelijk, zijn manier van dirigeren geeft het orkest vrijheid en een eigen verantwoordelijkheid, hij zit de spelers niet in de weg. Zijn handen zijn uitnodigend. Aan het einde van een deel Bach gaat er een duim ophoog.

Er wordt weinig gezegd tijdens een repetitie. Shani beaamt: “Ik hou ervan om muziek te maken, niet om te praten. Water?” Met een paar slokken smeert Shani de keel in zijn kamer in de Doelen, en vervolgt: “Mijn gevoel zegt dat een dirigent in staat moet zijn om de nodige informatie over te brengen met lichaamstaal. Niet alles kun je zonder uitleggen duidelijk maken, sommige dingen moeten georganiseerd worden, zoals streken, dynamiek, de techniek, daarover praat je. En soms over de context van een werk. Het gaat voornamelijk om samenspelen, samen begrijpen hoe het werkt in de muziek, en dat is puur psychologie.”

Tel Aviv

Thuis in Tel Aviv werd muziek hem met de paplepel ingegoten. Dirigeren keek hij af van zijn vader, een koordirigent. Naast videobanden met Disneyfilms stonden de opera’s van Mozart. Ze vormden het entertainment van het jonge talent. ‘Die Zauberflöte’ door de Wiener Philharmoniker: Shani zat voor het scherm en zong de opera mee, dag in dag uit. “Op een gegeven moment ontdekte ik de piano en het was duidelijk dat dat instrument bij me zou blijven. Ik wist dat muziek altijd onderdeel van mijn leven zou zijn. Het was geen besluit, het was er gewoon, net zoals ik niet koos om Hebreeuws te spreken, die taal was er, ik werd erin geboren. Mijn muzikale reis tot nu toe was er een vol ontdekkingen, eerder dan dat ik keuzes heb gemaakt.”

Bij zijn auditie was het duidelijk dat hij goed had gekeken naar Leonard Bernstein. Shani was geobsedeerd door de legendarische Amerikaan.

Bernstein

Shani studeerde piano vanaf zijn zesde, speelt contrabas en componeert. Nog voor zijn twintigste vertrok hij naar Berlijn: uitproberen of hij dirigent kon zijn. Niet omdat het zijn droom was dat vak uit te oefenen, maar omdat hij van het symfonische repertoire hield. Aan de Hochschule für Musik ‘Hanns Eisler’ werd er geschaafd aan zijn lichaamstaal. Bij zijn auditie was het duidelijk dat hij goed had gekeken naar Leonard Bernstein. Shani was geobsedeerd door de legendarische Amerikaan en nam diens manier van dirigeren over. ‘Maar’, zei leraar Christian Ehwald, ‘Bernstein ziet er goed uit als hij dirigeert als Bernstein. En alleen Von Karajan ziet er goed uit als hij dirigeert als Von Karajan.’ “De spijker op zijn kop natuurlijk, hij had de kern te pakken”, zegt Shani. “Er zijn veel dingen moeilijk aan dirigent zijn, maar het moeilijkste is comfortabel zijn met wie je bent en met je lijf. En dat kost tijd. Geleidelijk aan ben ik me zeker gaan voelen in mijn lichaam, als dirigent, mijn bewegingen zijn een verlengstuk van mezelf geworden, van mijn ziel, van wat er muzikaal in mijn hoofd zit. Dat is bevrijdend. Ik kan de musici laten zien wat ik voel.”

Laten zien wat hij voelt, de band met de musici, het vertrouwen, Shani komt er meerdere malen op terug. “De kern van de zaak is: je léért zoveel van iedereen, dat ervaar ik als een enorm privilege. Natuurlijk kom je al werkend van alles te weten over de muziek, de boodschap van de componist, maar, en dat is buitengewoon: je leert wat mensen motiveert, hoe ze reageren op elkaar, hoe datgene wat je zegt overkomt. Als je niet je beste dag hebt, komt dat terug vanuit het orkest. Als je je vrij voelt, voelt zo’n groep spelers zich ook vrij. Ik wil niet beweren dat alles afhankelijk is van de dirigent, maar wel dat ik zoveel leer van de interactie tussen mensen en van wat mensen echt motiveert. Voor mij is dat het fascinerendste onderdeel van het vak.”

Jong talent

Lahav Shani (Tel Aviv, 1989) is de jongste chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest ooit. Hij debuteerde juni 2016 in Rotterdam, twee maanden later werd zijn benoeming tot chef bekendgemaakt. Met ingang van dit seizoen heeft hij Yannick Nézet- Séguin opgevolgd. De Rotterdamse neus voor jong talent is inmiddels bekend. Net als Yannick destijds brengt Shani een overdonderende energie met zich mee. Shani studeerde directie en piano, speelde contrabas in het Israel Philharmonic Orchestra - met ingang van het seizoen 2020-21 zal hij ook daar chef zijn - en componeert. Een belangrijke muzikale mentor voor hem was Daniel Barenboim. Sinds hij in 2013 het Gustav Mahlerconcours won, dirigeerde Shani over de hele wereld. Het rijtje grote orkesten op zijn cv is aanzienlijk. Lahav Shani woont in Berlijn.

Lees ook:

Dirigent Shani omarmt de energie van het Rotterdams Philharmonisch

‘Láhavve Shaní’: zo dient de naam van de kersverse chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Lahav Shani, uitgesproken te worden. Het publiek dat zijn inauguratieconcert bijwoonde in de Doelen, kreeg ook een uitspraaklesje.

Deel dit artikel

Bij zijn auditie was het duidelijk dat hij goed had gekeken naar Leonard Bernstein. Shani was geobsedeerd door de legendarische Amerikaan.