Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dichter Remco Campert ligt wakker van beelden van vluchtelingen op de Middellandse Zee

Cultuur

Janita Monna

Janita Monna schrijft wekelijk over poëzie voor Trouw. © Maartje Geels
Poëzie

Tot halverwege de jaren negentig kende het Rotterdamse Poetry International Festival een prijs voor dichters in onderdrukking. 

Deze award werd in 1983 toegekend aan Jorge Valls Arango, een Cubaan die vanwege zijn poëzie jarenlang gevangen zat. Remco Campert zag hem bij de uitreiking van de prijs op het podium en maakte een gedicht: “Twintig jaar heeft hij gezeten / een prestatie die hij liever niet geleverd had / maar waarvoor hij nu wordt toegejuicht.”

Lees verder na de advertentie

Het is wrang om beroemd te worden om iets wat je liever bespaard was gebleven. Dat geldt in de allerovertreffendste trap voor mensen die onbedoeld het gezicht worden van een oorlog. Zoals het Syrische peutertje Omran Daqneesh overkwam, toen een foto van hem - zijn lijfje onder het stof en het bloed - de wereld overging en hij symbool werd voor ‘het lijden in Aleppo’.

Zo ongeveer iedereen

Omran Daqneesh, Aylan Kurdi, de vrouw met het afgerukte jasje op Zaventem, ze raakten zo ongeveer iedereen, en drongen ook door in de poëzie: de stapel gedichten over hun te vroeg geëindigde, of door oorlog of bom- aanslagen geknakte levens groeit nog altijd.

Ook Remco Campert kon er niet omheen. Hij noemde zijn nieuwe bundel ‘Open ogen’, want wegkijken van wat er in de wereld gebeurt is onmogelijk. Hij ziet hoe vluchtelingen in Hongarije dichte grenzen treffen, dat er zelfs op hen geschoten wordt: “ik geloof mijn ogen niet / hoewel ik ze wijdopen sper / ’s nachts nog voor ik droom / trekken ze voorbij / en kijken mij vragend aan”.

Campert is bijna negentig, maar aan zijn poëzieproductie is dat nauwelijks te merken. Zo om de twee jaar komt hij met nieuw werk. Toch lijkt er tussen zijn vorige bundel en deze iets veranderd. Had ‘Verloop van jaren’ (2015) nog die zo kenmerkende Campertnonchalance, blikte hij melancholisch en relativerend terug op wat geweest was, de nieuwere gedichten zijn minder lichtvoetig.

De broze dichter heeft geen verweer meer tegen de wereld

Bijna schuldbewust

Die klinken hier en daar bijna schuldbewust: was hij niet te veel bezig geweest met zichzelf? “doof in mijzelf gewikkeld/ blind voor de wereld / wat op me afkwam/ stootte ik af / in hart en navel dacht ik / IK.”

In ‘Open ogen’ heeft de broze dichter geen verweer meer tegen al het geweld in de wereld. De werkelijkheid komt rauw en ongefilterd binnen. Harder misschien wel dan toen hijzelf als jonge jongen de Tweede Wereldoorlog meemaakte, en ‘gewoon’ op meisjes verliefd werd: “soms was ik bang, maar vaker / vrolijk en onbezonnen”.

Nu ligt hij wakker van beelden van vluchtelingen op de Middellandse Zee, maalt hij over de laatste gedachte van een verdrinkende vader. Zijn enige wapen is de poëzie. Wat hij ziet, vraagt om een juist gekozen woord, geen ‘veilige’ taal die de werkelijkheid aan het zicht onttrekt. Veel is het niet, maar wat Omram Daq- neesh overkwam, en al die duizenden bootvluchtelingen, het is tenminste opgemerkt: “hun adem benomen / door wereldpolitiek / alleen de poëzie / leeft hen nog voort”.

Remco Campert
Open Ogen
De Bezige Bij; 48 blz.
€ 17,99

© Remco Campert

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw

Deel dit artikel

De broze dichter heeft geen verweer meer tegen de wereld