Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Dichter Luuk Gruwez wil tegen beter weten in geloven dat het goed komt, dan beseft hij: het komt niet goed

Cultuur

Janita Monna

Janita Monna schrijft wekelijk over poëzie voor Trouw. © Maartje Geels
Poëzie

Er was een tijd dat ik het journaal uitzette zodra het weerbericht begon: kwam er regen, kwam er zon, ik zou het vanzelf wel merken. Maar nu het weer het weer niet meer is, de winter niet meer gewoon koud en de zomer te warm voor de Hollandse polder, houden weermannen (m/v) me dikwijls aan de buis gekluisterd.

Daarbij vergeleken lijkt dit ‘meisje van het weer’ uit de nieuwste bundel van Luuk Gruwez al bijna iemand uit een ver verleden, uit een tijd van voor smeltend poolijs en stijgende zeespiegels. “Haar zorg / is die voor morgen, overmorgen, maximum een week. / En welke zotte wolken daarvoor van belang.”

Lees verder na de advertentie

Geen doemscenario’s of warmterecords, ook als er regen komt, glimlacht ze. Ze stelt gerust. Het komt wel goed. Het is misschien wat de dichter het liefste wil. Geloven dat het goed komt, tegen beter weten in.

Het oog van Gruwez valt daar waar stilstaan en voorbijgaan even samenkomen

Gruwez stelt al op de eerste pagina’s van ‘Bakermat’, zoals zijn nieuwe bundel heet, op scherp. Plaats van handeling is een ziekenhuis. De dichter kwam er ter wereld, zijn moeder zou er later ‘van hier naar ginds’ vertrekken. Met een geboorte begint ook de reis naar het grote niets.

De Vlaamse Gruwez heeft een enorme staat van dienst - zijn poëziedebuut verscheen al begin jaren zeventig - en in zijn oeuvre was altijd een bijzondere plek voor zijn geboortegrond, hij blikte er vaker dan eens met weemoed op terug. Zoals hij ook in ‘Bakermat’ weer even negen is, en in de kamer naast die van zijn ouders ligt, en zich realiseert: ‘het komt niet goed’.

“Ik betrok er een bed waarin ik, negen en slapeloos, / mij bedreigd wist door het einde van wie in de kamer / naast de mijne zonder gêne meer dan dertig waren: / nagenoeg voltooid, het meeste van hun vlees al uitgeblust.”

‘Bakermat’ toont een vertrouwde Luuk Gruwez, een die de taal in een vloeiende beweging tot ritmische regels smeedt. Die als het zwaar dreigt te worden ironie in stelling brengt, zonder die de overhand te laten krijgen. Die nuchter klinkt en lyrisch ook. Bijvoorbeeld als het over vrouwen gaat.

Want Gruwez zingt behalve over het weermeisje, voor Michelle Obama, met haar ‘bronzen bambiblik’, over een doventolk en de Belgische kroonprinses. Zijn oog valt daar waar stilstaan en voorbijgaan even samenkomen, ‘vrouwen, gestruikeld/ in het meisje dat zij zijn geweest’.

De niet te stoppen tijd, waaraan ook de dichter niet ontsnappen kan, maakt angstig en boos: “Het is de vraag of ik met dichtgeknepen / kont en briesend tegen dag en nacht mijn ouderdom / bedotten kan”.

Een scherp en liefdevol in memoriam voor een schrijversvriend besluit de bundel. Somber? Nee, eerder zijn Gruwez’ regels geruststellend: “De schaduw van wie ophield te bestaan / is meestal langer dan van wie blijmoedig / door blijft gaan”.

Uit Bakermat van Luuk Gruwez: Ode aan het meisje van het weer

Van alle profetessen, kletstantes, handlezeressen is zij

mij verreweg het liefst, ook als zij gaat voor neerslag

en neerslachtigheid, voor weer dat jeukt en kriebelt

in een mannenkruis. Zie hoe zij over winterdag en zomernacht

regeert: misschien heeft zij haar zon wel zelf verzonnen.

Een ander stelt ons bedelstaf en boedelschuld, failliet

of lange ziekenboeg of liefdesleed in het verschiet,

de laatste zucht die het heelal nog rest. Haar zorg

is die voor morgen, overmorgen, maximum een week.

En welke zotte wolken daarvoor van belang.

Deskundig kijkt zij om naar hoe het pas voorbije is geweest

hoewel het weer een beetje toch van alle tijden is, wat wij ook

zelf al grondig hadden vastgesteld. En als zij echt niet buiten

narigheid kan, dan tovert zij ons gauw dat dagelijkse lachje voor

waarvan er niemand weet: is het uit troost of spot?

Maar welk raar kapsel hangt vandaag weer aan haar kop?

O meisje van het weer, hoezeer lucht het ons op wanneer

het scherm zo’n prachtanticycloon vertoont. Zo een die louter

om jezelf lijkt opgebouwd en die ons in the long run wil voorspellen

dat het, zo niet met jou, met elk van ons wel goed zal gaan.

Luuk Gruwez, Bakermat (Arbeiderspers); 80 blz. € 18,99

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw

Deel dit artikel

Het oog van Gruwez valt daar waar stilstaan en voorbijgaan even samenkomen