Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De zwarte meteoor na 36 jaar terug in Almelo

Cultuur

GERBEN KUITERT

Review

'De zwarte meteoor. Uitg Thomas Rap. ISBN 90-6005-365-6.

Ruim 36 jaar nadat hij met stille trom uit Almelo vertrok, belichaamt Steve Mokone voor de oudere supporters van het nu in de eerste divisie spelende Heracles het sportieve succes uit vervlogen tijden.

Steve Mokone was niet alleen een fantastische voetballer, die Heracles in het seizoen 57/58 naar het kampioenschap van de tweede divisie leidde, maar vooral ook een bijzonder mens. Bijna niemand in Almelo heeft na zijn vertrek ooit nog wat vernomen van 'de zwarte goochelaar', zoals Mokone liefkozend werd genoemd.

De mysterieuze omstandigheden waaronder Mokone destijds Heracles verliet - door de stad ging de mare dat het iets met 'een vrouw' te maken had - droegen alleen maar bij aan de mythevorming rond de magistrale dribbelaar.

“Ik heb hem zelf nooit zien spelen”, zegt Tom Egbers, presentator van Studio Sport en 'Heraclied sinds 1966'. “Maar Steve Mokone was mijn held. Naar de verhalen die mijn vader over hem vertelde, luisterde ik met rode oren. Twee jaar geleden kreeg ik van een collega van Studio Sport een prachtige elftalfoto van Heracles, die Esso destijds cadeau deed. Toen wist ik hoe Mokone eruit zag en vanaf dat moment wilde ik weten wat er van hem was geworden.”

En zo begon Tom Egbers een zoektocht naar de geliefde voetbalheld. Steve Mokone ontving het tastbare resultaat van die speurtocht, het boek 'De zwarte meteoor', gisteren in het stadion van Heracles uit handen van de Zuidafrikaanse ambassadeur in Nederland, dr. Z. J. de Beer. De vedette van weleer kon zijn tranen daarbij niet bedwingen.

“Dit is heel emotioneel voor mij. Toen ik hier 36 jaar geleden vertrok, dacht ik dat ik nooit in Almelo zou terugkeren. Dit is fantastisch.”

Tom Egbers' beknopte biografie over het leven en de doelpunten van Steve Mokone zou een prima basis zijn voor voor een filmscenario. Alle ingrediënten zijn daarvoor aanwezig: humor, spanning, ontroering en een happy end. Neem alleen al de manier waarop Mokone in Almelo arriveerde. Het bestuur van Heracles had Mokone, destijds spelend voor het Britse Coventry City, in de zomer van 1957 uitgenodigd voor een proefwedstrijd. Voor een vergoeding van honderd gulden bleek de toen 24 jaar oude Zuidafrikaan bereid te overtocht te wagen.

Toen Mokone echter niet in het vliegtuig uit Londen bleek te zitten, sloeg de paniek spontaan toe bij de Heracles-delegatie die hem op Schiphol opwachtte. Omdat de komst van 'de zwarte parel' al met veel bombarie was aangekondigd in Almelo, stelde vice-voorzitter Frits van den Elst voor om dan maar ergens in een Amsterdams café 'een andere neger' te rekruteren. Dan kwamen ze tenminste niet met lege handen thuis en werd gezichtsverlies tegenover de achterban vermeden.

Het noodscenario hoefde niet te worden uitgevoerd, want met enige vertraging stond hij daar dan: “een kleine donkere gestalte in een veel te grote regenjas met alleen een draagtas als bagage”. Mokone laat contractaanbiedingen van grote clubs als Barcelona en Valencia lopen voor een contractje bij een club uit de Nederlandse tweede divisie.

“In Engeland kon ik het niet langer uithouden. Ik werd er als zwarte speler gediscrimineerd en wilde terug naar huis. Omdat ik geen Spaans sprak, wilde ik ook niet naar Spanje. Toen kwam dus Heracles, een club waarvan ik nog nooit had gehoord. 'Daar spreken ze Nederlands, net als in Zuid-Afrika', werd mij verteld. Dat gaf voor mij de doorslag. En ik moet zeggen dat ik mij als mens gedurende m'n hele voetbalcarrière nergens beter thuis heb gevoeld dan in Almelo.”

Naast een fenomenale voetballer blijkt Steve Mokone ook vooral levensgenieter. Vrouwen vallen bij bosjes voor hem en niets menselijks was de dribbelkoning vreemd. Zo beschrijft Tom Egbers een trip van Heracles naar de voormalige DDR, waarbij de voetballers worden uitgenodigd een operette bij te wonen. Na de voorstelling missen zijn ploeggenoten Mokone. Maar hij wordt sneller gevonden dan hem lief is.

Dat ging zo: “Inmiddels was achter het neergelaten doek op het toneel de verlichting ontstoken. Plotseling werden de silhouetten zichtbaar van een man en een vrouw, die zich duidelijk niet bespied waanden. Zij voerden voor de hele zaal een toegift op die met het voorgaande niets te maken had. Hier werd kort, snel en hevig de liefde bedreven. De man werd voor de Heraclieden in de zaal onmiddellijk herkend: onze Steve. Met een mevrouw van de operette . . .”

In juli 1959 is de roes waarin Steve Mokone de Heracles-supporters twee seizoenen lang heeft gehouden, plotseling over. Steve Mokone is min of meer met de noorderzon vertrokken naar Wales, waar hij voor Cardiff City gaat spelen. In een brief, in z'n geheel afgedrukt in 't Dagblad van het Oosten, schrijft Mokone dat hij vanwege verschil in opvatting met trainer Bijl is vertrokken. Maar of dat helemaal de waarheid is?

“Een week na de publikatie van Mokones brief in de krant duwde een roodharige vrouw een kinderwagen door de Grotestraat. Zij trok veel aandacht met haar pasgeboren tweeling. Een jongen en een meisje. Ze hadden kroeshaar en een donkerbruine huid . . .”, schrijft Tom Egbers.

Darius Dhlomo, de Zuidafrikaanse landgenoot, die een jaar na Mokone zijn opwachting maakte bij Heracles, schrijft Mokone over zijn vaderschap. Er kwamen sindsdien geen brieven meer uit Cardiff.

In juni 1994 valt oud-Heraclied Joop Schuman, die in de jaren '50 tientallen voorzetten van Mokone omzette in doelpunten, tijdens het kijken naar de WK-voetbalwedstrijd tussen Ierland en Italië bijna van zijn stoel van verbazing. De camera zoomt in op het ere-terras, waar politicus Mario Cuomo en Giorgio Chinaglia, een Italiaanse voetballer die in de VS fortuin heeft gemaakt, de wedstrijd volgen. Maar die derde man, dat lijkt Steve Mokone wel! “Maar dat kan hem niet zijn. Die is niet zo hoog”, denkt Schuman.

Wat Schuman niet weet, is dat Tom Egbers op dat moment al in archieven neust, brieven schrijft en tientallen telefoontjes over de hele wereld pleegt met als doel Steve Mokone te traceren. Egbers vindt hem uiteindelijk in New Jersey. Mokone blijkt doctor te zijn in de politicologie en doceert dit vak aan de universiteit op Long Island. Daarnaast is hij ook nog gepromoveerd in de psychologie en psychiatrie. Als Egbers hem in april van dit jaar voor het eerst telefonisch spreekt, is Mokone een paar maanden eerder voor de eerste keer teruggeweest in Zuid-Afrika.

In zijn vaderland werd 'Kalamazoo', zoals Mokone's bijnaam luidt, onthaald als een held. Hij ontmoette er Desmond Tutu - inmiddels aartsbisschop - met wie hij nog in het schoolelftal van de kweekschool in Pretoria speelde en werd door de Zuidafrikaanse regering officeel benoemd tot 'goodwill ambassador' van het toerisme.

Een aanbod om bondscoach van de nationale Zuidafrikaanse ploeg te worden, slaat hij beleefd af. “Oudere spelers zijn niet meer te veranderen”, zegt hij. “Ik werk daarom liever met de jeugd. En geloof me, de wereld gaat in de toekomst nog veel van het nieuwe Zuid-Afrika horen. Ook op voetbalgebied.”

Deel dit artikel