Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De vraag of dit een echte rechtszaak is, blijft de hele middag rondzoemen

cultuur

Peter Henk Steenhuis

De achteringang van het nieuwe Paleis van Justitie in Amsterdam, waar gisteren een proces tegen de dood werd gevoerd. © ANP
Reportage

De meest complexe strafzaak ooit diende gistermiddag in Amsterdam, tegen de dood. Aanklager André Coumans legde uit dat bijna niemand van de getuigen tegen de dood is. "Er bestaan wel bezwaren tegen de wijze waarop de dood opereert."

Om 15.15 uur vormt zich de langste rij die ooit voor het nieuwe Paleis van Justitie in Amsterdam heeft gestaan. Niet verwonderlijk, over een kwartier begint de meest complexe strafzaak ooit: een proces tegen de dood. Kunstenaars Eva Knibbe en Bart van de Woestijne klagen de dood aan en zij beroepen zich daartoe op Artikel II-62 van de Europese grondwet: ‘Eenieder heeft recht op leven.’

Lees verder na de advertentie

Ineens staan er twee opgeschoten jongens naast de rij. Ze twijfelen, voordringen bij het Paleis van Justitie, kan dat? Het lukt niet echt. Na een tijdje: "Ik moet voorkomen."

"Wij ook." Gelach.

"U allemaal?"

"Misschien niet allemaal vandaag. Er is een rechtszaak tegen de dood. Dat gaat ons allemaal aan."

De jongen zet grote ogen op. "Mag ik er dan toch even langs, want ik moet over een kwartier voorkomen."

Bij de voorbeschouwing op deze rechtszaak in de krant van donderdag, ontstond onder enkele redacteuren verwarring: is dit nou echt, of is het een voorstelling? En als het een voorstelling is, hadden we dat in de krant dan niet beter moeten uitleggen? De vraag of dit een echte rechtszaak is, blijft de hele middag rondzoemen.

We zullen de dood een poepie laten ruiken

Kim Sterrenburg, vlak voor haar overlijden

Stadsschouwburg

Neem de rij voor het Paleis – we staan niet voor de Stadsschouwburg, dat maakt al een essentieel verschil: hier staat échte beveiliging écht te controleren. Riem af, portemonnee in een bakje, en jij onder een poortje door. Exact hetzelfde als bij de entree van de Tweede Kamer.

Door de beveiliging heeft de zitting flink vertraging opgelopen. Twintig minuten later dan gepland roept de bode: "Het tribunaal, allemaal staan." Natuurlijk gaan de aanwezigen staan, er is niemand die denkt dat dit bij een toneelstuk hoort, en dat hij kan blijven zitten. Laat staan dat iemand applaudisseert als de spelers opkomen.

Voorzitter van de rechtbank, Mark Boekhorst Carrillo, in het dagelijks leven senior-raadsheer bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, heet de aanwezigen welkom en legt de gang van zaken uit: de aanklager zal de klacht formuleren, er zullen getuigen à charge gehoord worden, de verdediging zal getuigen à decharge oproepen, er zullen getuige-deskundigen aan het woord komen, en ten slotte zal het Hof tot een oordeel komen. "Hoewel de verdachte de dagvaarding niet heeft getekend, gaan wij ervan uit dat hij op de hoogte is, kennis heeft van wat hier speelt."

Hoewel de verdachte de dagvaarding niet heeft getekend, gaan wij ervan uit dat hij op de hoogte is, kennis heeft van wat hier speelt

Voorzitter van de rechtbank, Mark Boekhorst Carrillo

Onvakkundig handelen

De aanklager, André Coumans, rechter-commissaris Gelderland, legt uit dat bijna niemand van de getuigen tegen de dood is. "Er bestaan wel bezwaren tegen de wijze waarop de dood opereert." De aanklager verwijt de dood dan ook onder meer onvakkundig handelen, zoals een chirurg vervolgd kan worden als hij ernstige fouten maakt.

Coumans somt een indrukwekkende lijst sterfgevallen op van mensen ‘die ten gevolge van, althans na, althans door… - en dan volgt een ziekte - zijn overleden. Deze mensen hebben vaak op mensonterende wijze geleden voor zij veel te vroeg zijn gestorven.

Voor de getuigen opgeroepen worden, is het woord aan Eugène Sutorius, emeritus-hoogleraar strafrecht aan Universiteit van Amsterdam en vandaag verdediger van de dood. Hij noemt zijn taak buitengewoon lastig, om zijn functie als tolk van de verdachte te kunnen vervullen is een zekere empathie nodig, een vertrouwensrelatie. "Die is er niet." Maar volgens Sutorius is het ook een functie van het recht dat de rechtstaat verdedigd wordt. "Ik zal verdediger zijn."

De eerste getuige wordt opgeroepen. De rechter controleert bij Marijke Sterrenburg haar persoonlijke gegevens. De getuige legt de eed af. Wellicht door de zenuwen gaat dat in eerste instantie niet helemaal goed. De rechter helpt haar: "Zo waarlijk helpe mij God almachtig." Niemand in de zaal denkt dat hier een spel gespeeld wordt of dat de getuige niet echt onder ede staat.

Doodstil

Het is doodstil als Sterrenburg vertelt over haar dochter Kim, net bevallen van haar tweede kind. ‘Kim heeft tot een week voor haar dood hoop gehad.’ Zelfs in het hospice zei Kim: "We zullen de dood een poepie laten ruiken." Toch sloeg de dood na een week toe.

Op verzoek van de aanklager leest de griffier een stukje voor uit het dagboek dat Sterrenburg bijhield. “Wat was je dapper en strijdbaar, en allemaal voor niets.”

Omdat de zitting is uitgelopen, wordt tussen de getuigen à charge door een getuige à decharge, alpinist Wilco van Rooijen, gehoord. “Het is eigenlijk mijn derde leven al. Dan denk je: dit kan geen toeval zijn.” Van Rooijen probeert zich tegenover de dood ‘nederig’ op te stellen. “Ik zie de dood als een oproep tot het leven.”

Van alle getuigen was wellicht die van Merijn Moerman het meest indrukwekkend. Zij vertelde over haar nichtje Florien. “Zij was vijf toen ze overleed.” Het is nu zes jaar geleden dat haar nichtje overleed aan een hersentumor. Moerman vertolkt de visie van haar nichtje: “Op het moment dat ik dit uitspreek, zou ik elf geweest zijn.”

Kern van dit emotionele betoog: "Ik ben beroofd van ervaringen", en dan volgt een emotionele opsomming: "een grote zus zijn voor mijn broertje, leren lezen, fietsen, pianospelen, zwemmen in de zee, cijfers krijgen, niet meer brugklasser zijn." Florien, in de woorden van haar tante, eindigt: "Ik vind dat ik het recht heb de dood aan te klagen wegens deze diefstal."

Een taakstraf, zodat de dood in de gaten krijgt wat hij aanricht

Merijn Moerman, tante van de overleden Florien (6)

Strafmaat

Een van de andere aanwezige rechters stelt Moerman ontroerd de vraag: "Wat zou het tribunaal voor straf moeten uitspreken?" Moerman: ‘Een taakstraf, zodat de dood in de gaten krijgt wat hij aanricht.’

Kunst moet vervreemden, moet je anders naar de werkelijkheid laten kijken – dat is nog steeds de meest gehoorde eis aan een kunstwerk. Dat doet deze rechtszaak zodanig dat zelfs de deelnemers af en toe in verwarring zijn. In de pauze staat de ene getuige à decharge, filosoof en voormalig verpleeghuisarts Bert Keizer, de andere getuige à decharge, psychiater Damiaan Denys, omstandig uit te leggen dat de getuigen géén acteurs zijn. "Dit is allemaal waar gebeurd."

Keizer is in zijn oordeel over de getuige trouwens niet mals. Hij noemt het verhaal van Florien begrijpelijk, maar het is "natuurlijk duimenwerk van een slachtoffer die haar eigen wond verdiept. Florien kende deze lijst niet. Dit is haar niet aangedaan."

Kunst moet vervreemden. Dat doet deze rechtszaak zodanig dat zelfs de deelnemers af en toe in verwarring zijn

Sterke argumenten

Na de pauze, als de verdediging aan het woord komt, krijgt de dood sterke argumenten in handen. Vooral psychiater Damiaan Denys, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiaters, overtuigt. “Ik heb nog niets gehoord over de dood. Wat ik gehoord heb, gaat over ziekte, technisch gezien is dit een kenmerk van het leven. Ik zou het waarderen als er scherpte wordt aangebracht in het debat.” 

Wat ik gehoord heb, gaat over ziekte, technisch gezien is dit een kenmerk van het leven. Ik zou het waarderen als er scherpte wordt aangebracht in het debat”

Damiaan Denys, psychiater

Denys spreekt over onze menselijke behoefte betekenis aan te brengen in het leven. “Gebeurtenissen zijn alleen maar zinvol als ze eindig zijn.” Bovendien: “Het leven is veel wreedaardiger dan de dood.”

Denys wordt op zijn wenken bediend: de aanklager brengt scherpte in het debat als hij even later getuige à decharge Bert Keizer hard aanpakt. Ook Keizer – “deze zitting is een fascinerende meditatie over de dood” - verdedigt die dood aanvankelijk met verve, maar komt toch in de knoei. De aanklager vraagt hem: "U bent tegenwoordig werkzaam bij de Levenseindekliniek. Waarom?"

Keizer sputtert een beetje, maar geeft uiteindelijk toe dat hij mensen kan helpen, omdat de 'dood onhandig optreedt’. De aanklager geeft aan dat dit precies is wat hier de dood verweten wordt: onvakkundig optreden. Keizer kijkt vragend naar Sutorius, de raadsman van de dood, die hem heeft opgeroepen. Keizer: "Dit had ik niet moeten zeggen, wel?"

Denker des vaderlands

Als laatste roept het Hof Denker des Vaderlands, René ten Bos op. Hij vervult de rol van getuige-deskundige voor het Hof. Ten Bos vergelijkt de zaak met het meest hardnekkige debat dat gevoerd is in de theologie, dat van de theodicee: er moet een rechtvaardiging te vinden zijn voor het vaak onbegrijpelijk en onrechtvaardige handelen van God. “Er wordt in dat debat empathie van God gevraagd. Zo wordt hier empathie van de dood geëist. Dit is trouwens de reden dat het Nieuwe Testament ontstaan is: God krijgt een zoon, waardoor hij menselijker wordt en meer empathie krijgt.”

De vergelijking doet de rechter vragen: "Moet de dood een zoon krijgen?"

Dat lijkt Ten Bos een goed idee. Maar een taakstraf, dat ziet de Denker des Vaderlands niet zitten. “De dood is een psychopaat, die leert niets van een taakstraf.”

“De dood is een psychopaat, die leert niets van een taakstraf”

René ten Bos, Denker des Vaderlands

De zitting begint lang te duren, te lang voor een voorstelling. Ook dat zou door de makers bedacht kunnen zijn: de werkelijkheid heeft maling aan de spanningsboog van de toeschouwers.

Maar het einde nadert. De aanklager houdt zijn requisitoir, waarin hij de getuigenverklaringen weegt en besluit: "Ik vraag veroordeling zonder straf." De eis past bij de zitting, die al een paar keer vergeleken is met een therapeutische sessie, waardoor wij allen beter in staat zijn te praten, te denken over de dood, en die ook leren accepteren.

Persbericht

De verdediging is ten slotte mordicus tegen elke veroordeling van de dood. Sutorius: “Wij maken van de dood een bokje, dat we beladen met onze zonden de woestijn insturen. We kunnen de dood niet veroordelen omdat hij de regelen van de kunst niet zou naleven. Er zijn geen regelen van de kunst. Wat de getuigen ons hebben laten zien, is tragiek. En tragiek en recht hebben niets met elkaar te maken. Het recht faalt hier ten ene malen.”

Als de verdediging zwijgt, volgt er geen applaus, er is hier immers geen sprake van een voorstelling. De rechters trekken zich kort terug om zich te bezinnen. Zij hebben niet de tijd om tot een oordeel te komen, de zitting duurt inmiddels ruim vier uur en over twintig minuten sluit het gebouw. Daarom besluit rechter Boekhorst Carrillo dat het tribunaal alles wat er gezegd is rustig laat bezinken en over een week een oordeel uitspreekt. "Er zal een persbericht volgen."

De aanwezigen zijn niet teleurgesteld. Integendeel. Peter Millenaar, een van de aanwezigen op de publieke tribune: “Ik heb in het verleden veel performances meegemaakt van de Duitse kunstenaar Joseph Beuys. Maar ik weet zeker: Beuys zou hier strontjaloers op geweest zijn.”

Ineens is die vraag er weer: echt of niet echt? Waren we dan toch geen getuige van een rechtszaak maar alleen van een voorstelling?

Het was echt én het was een voorstelling. Dat zoiets tegelijk mogelijk is, maakt van dit theaterstuk een van de sterkste kunstwerken die ik afgelopen jaren gezien heb.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie
We zullen de dood een poepie laten ruiken

Kim Sterrenburg, vlak voor haar overlijden

Hoewel de verdachte de dagvaarding niet heeft getekend, gaan wij ervan uit dat hij op de hoogte is, kennis heeft van wat hier speelt

Voorzitter van de rechtbank, Mark Boekhorst Carrillo

Een taakstraf, zodat de dood in de gaten krijgt wat hij aanricht

Merijn Moerman, tante van de overleden Florien (6)

Kunst moet vervreemden. Dat doet deze rechtszaak zodanig dat zelfs de deelnemers af en toe in verwarring zijn

Wat ik gehoord heb, gaat over ziekte, technisch gezien is dit een kenmerk van het leven. Ik zou het waarderen als er scherpte wordt aangebracht in het debat”

Damiaan Denys, psychiater

“De dood is een psychopaat, die leert niets van een taakstraf”

René ten Bos, Denker des Vaderlands

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.