Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De verwarring van Judas

Cultuur

Seije Slager

De figuur van Judas werd in de kunst in de loop van de eeuwen steeds minder demonisch. Een video-installatie van Pavèl van Houten laat Judas’ verwarring zien, die tegelijk de vertwijfeling van de meeste mensen verbeeldt.

Als je de installatie ’Judas Iscariot’ binnenloopt, zie je eerst niets, behalve een verblindend licht. Het is afkomstig van een snorrende projector. Maar het zou net zo goed het goddelijke licht kunnen zijn.

Bij de opening van zijn video-installatie over Judas in het Museum voor Religieuze Kunst in Uden stelde kunstenaar Pavèl van Houten tevreden vast dat alle bezoekers bij de eerste betreding van de ruimte hetzelfde patroon volgen. Ze stappen uit het licht en lopen naar een plek achter de projector.

Daar krijgen ze, terwijl de witte vlekken op hun netvlies uitdoven, langzaam zicht op de ruimte. Aan een kant, de kant waar de toeschouwers zich bevinden, hangen twee kleine schermen met videoloops, zich steeds herhalende videobeelden. Een ervan toont een verward uit zijn ogen kijkende Judas uit de film ’Jesus Christ Superstar’, de ander is een videocitaat uit een clip van de controversiële Duitse rockgroep Rammstein.

Aan de andere kant van de ruimte bevinden zich drie grote, verstilde projecties. Een close-up van een lelie, een beeld met abstracte, langzaam bewegende vlakken, waarschijnlijk een grasveld, en een roerloze wolkenhemel, waarin alleen de hoeveelheid licht langzaam verandert.

Wat wordt hier precies bedoeld, met dit bombardement van abstracte beelden? Zeker is dat we een heel eind verwijderd zijn van de Judas zoals die in Middeleeuwse kunstwerken figureerde. Dat was gewoon een eendimensionale schurk. Schilders beeldden hem af met een rammelende geldbuidel, symbool voor de hebzucht die hem ertoe dreef om Christus te verraden. Een aureool heeft hij, in tegenstelling tot de andere apostelen, op zulke schilderijen niet.

Schrijvers verlekkerden zich in het bedenken van de meest duivelse kwellingen waaraan Judas in het hiernamaals blootgesteld zou worden. In ’De goddelijke komedie’ van Dante resideert hij in de allerdiepste krochten van de hel, onder andere in het gezelschap van Brutus en Cassius, de moordenaars van Caesar.

Veel kunsthistorici hebben bovendien opgemerkt hoe het beeld van Judas in de Middeleeuwse kunst langzamerhand samenviel met een antisemitisch beeld van de Jood.

In het dagelijkse spraakgebruik is de term ’Judas’ nog steeds een scheldwoord dat je gebruikt om een laaghartige verrader mee af te doen. Maar vanaf de Renaissance wordt het beeld van Judas in de kunst gecompliceerder. Zo schilderde Caravaggio omstreeks 1602 Judas die Jezus met een kus verraadde. Judas is hier niet meer de archetypische verrader: sommigen, zoals de historica Susan Gubar, ontwaren iets liefdevols, zelfs homo-erotisch, in de kus van Caravaggio.

Opvallend is verder dat Caravaggio op het doek ook zichzelf geschilderd heeft. Hij staat tussen de Romeinse soldaten die op het punt staan om Jezus te arresteren en licht het tafereel bij met een lantaarn. Maakt de schilder zichzelf hier medeplichtig aan het verraad? Is het verraden van Jezus enkel aan de verdorvenheid van Judas toe te schrijven, of ligt de schuldvraag ingewikkelder?

Ook theologen worstelen met die vraag. De Zwitserse theoloog Karl Barth bestempelde Judas als ’na Jezus de belangrijkste figuur van het Nieuwe Testament’. Jezus moest immers sterven voor de zonden van de mensheid, dus zou je kunnen zeggen dat hij juist een bijdrage leverde aan het uitvoeren van de wil van God.

Dat de vier evangelieschrijvers er verschillende versies van het verraad van Judas op nahouden, compliceert de zaak alleen maar. Johannes beschrijft een door de duivel bezeten Judas, terwijl Marcus juist de nadruk legt Judas’ verontwaardiging over het feit dat Jezus zich met dure olie liet balsemen, terwijl het geld beter voor de armen gebruikt had kunnen worden.

Judas als teleurgestelde revolutionair: het is ook die Judas die in de rockopera ’Jesus Christ Superstar’ uit 1970 geportretteerd wordt. En met die musical zijn we terug bij Pavèl van Houten, die de film talloze malen zag en er een citaat uit gebruikte in zijn video-installatie.

De bijbelpassage over het balsemen van Jezus vindt hij tekenend voor het christendom als geheel. „Judas leefde in de nabijheid van Jezus, een groot goddelijk licht, maar hij had toch moeite om zich daaraan over te geven. Hij bleef loyaal aan het aardse en werd boos over de verspilling van dure olie.”

Van Houten vermoedt dat de moeite die Judas had om het aardse en het hemelse te verenigen voor veel mensen geldt. Hij ziet dat bevestigd in de bezoekers van zijn installatie, die allemaal uit het licht van de projector stappen, zich bij de vertwijfelde Judas voegen en dan van een afstandje naar de serene verlichte wolkenlucht kijken.

De installatie is een van de eerste museale presentaties van Van Houten, die een paar jaar geleden afstudeerde. Het is het resultaat van drie jaar onderzoek. „Aanvankelijk wilde ik een boek schrijven over de apostelen. Maar ik bleef steeds hangen bij de figuur van Judas.”

De installatie bestaat dan ook niet alleen uit beelden, maar ook uit een ’pamflet’ met teksten van zeer uiteenlopende afkomst: van de bijbelboeken tot liedjes van popzangeres Björk en een tekst van de Friese zangeres Nynke Laverman, naar Slauerhoff.

Wat zeggen die teksten over Judas? Van Houten: „Ze laten verschillende manieren zien om Judas te beschouwen. Zoals die tekst van Nynke Laverman. Die zingt over een vrouw die verlangend uit het raam kijkt en het leven daarbuiten wil omarmen, maar niets vindt om te kussen, behalve haar eigen schouder. Dat is voor mij Judas.” Een Judaskus dus, niet langer uit verraad, maar uit onmacht.

Deel dit artikel