Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De verdwijning van Van Oldenbarnevelt

Cultuur

Nicolaas Matsier

Het besneeuwde standbeeld van raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt in Den Haag. © Hollandse Hoogte / Martijn Beekman
Essay

Hij hoorde bij het in onbruik geraakte vak vaderlandse geschiedenis. Zo verdween Johan van Oldenbarnevelt uit het zicht, enkele exposities ten spijt. Waar is hij gebleven?

Johan van Oldenbarnevelt (1547-1619) is op het Binnenhof – zijn eigen Binnenhof, zou je wel mogen zeggen – zo goed als verdwenen. Hij is buiten neergezet, dat is waar. Maar zit hij daar niet nogal raar en ongemakkelijk, terzijde van de Hofvijver, in de stoel die hem is toebedacht door beeldhouwer Wenckebach? Goed beeld, daar niet van. Maar pas onthuld in 1954 op die gekke plek, met dat postume uitzicht op de Mauritstoren (rechts), plus al die achterkanten van de diverse kamers waar hij zijn leven al vergaderend heeft doorgebracht.

Lees verder na de advertentie
Had hij niet op het Binnenhof moeten staan? Bij voorbeeld op de plek waar Pierre Cuypers die fontein heeft neergezet

De Staten van Holland, het kleine kamertje van de Staten-Generaal van toen, de Treveszaal, zo genoemd naar het door hem tot stand gebrachte Twaalfjarige Bestand, dat inging in 1609 en doorliep tot twee jaar na zijn onthoofding, waarna de oorlog – waarvan hij verder geen weet meer heeft gehad, en al helemaal niet dat het een tachtigjarige zou worden – werd voortgezet.

En vanuit die al genoemde stoel zit hij ook nog eens te kijken naar de achterkant van voorheen de Hofkapel. In de kelder daarvan is naar alle waarschijnlijkheid de kist gesodemieterd met het hoofd en overig lijf van de grote staatsman. Begraven is Van Oldenbarnevelt niet, hij is verdwenen. Had hij niet op het Binnenhof moeten staan? Bijvoorbeeld op de plek waar Pierre Cuypers die fontein heeft neergezet? Met uitzicht op de ingang van de Ridderzaal, waar onze Staten-Generaal op Prinsjesdag hun jaarlijkse plechtigheid vieren?

Grove anachronismen

Hij is weggeraakt, Van Oldenbarnevelt. Ik stel me even een nationale drukte voor, huis aan huis, van enquêteurs. Ik vrees het ergste. Hoeveel procent, zelfs van de bewoners van die misschien paar honderd naar hem genoemde straten en pleinen en singels, zou – gevraagd naar wie dat was: de man van hun straat – de schouders ophalen?

En dat terwijl Van Oldenbarnevelt de man was die, met behulp van een paar grove anachronismen maar zonder veel overdrijving, gezien zou kunnen worden als onze eerste minister-president; plus onze eerste minister van buitenlandse zaken; plus onze eerste minister van financiën. Plus – als ik het anachronistisch nog een beetje bonter maak – de eerste commissaris van Noord- zowel als Zuid-Holland. Plus zoiets als de voorzitter van een soort van – maar hier wordt het echt te gek. Ik wilde zeggen: de voorzitter van een soort van volksvertegenwoordiging. Maar die was er in die zestiende en zeventiende eeuw nou juist niet. Nog lang niet. Het was destijds een en al meritocratie en coöptatie. Het was een tijd waarin de ene krachtige minderheid een andere minderheid opzij kon zetten. Of zelfs monddood maken.

Nicolaas Matsier © Keke Keukelaar

Wederopstanding

Van Oldenbarnevelt is in onze contreien – de noordelijke Nederlanden, in het zuiden is de Opstand helaas mislukt – zo’n drie, vier decennia de machtigste man geweest. Onze eerste en misschien meteen al grootste staatsman. Dat oordeel berust op een merkwaardig grote eenstemmigheid. Die loopt van Groen van Prinsterer (in de negentiende eeuw een van de voormannen van het Réveil) tot en met de liberale historicus Fruin. En die overeenstemming strekt zich uit van de communistische schrijver Theun de Vries en het historici-echtpaar Jan en Annie Romein tot en met de stugge protestant en briljante historicus Van Deursen.

In de eeuw die nu aan de gang is, treffen we dezelfde breedte aan, in het in elk geval partijpolitiek curieuze duo Van Raak (SP) en premier Rutte (VVD). Deze laatste twee waren ervóór om, als het Binnenhof binnenkort dan toch op de schop gaat, eens een goed onderzoek in te stellen naar aanwezigheid, al dan niet, van de botten van Oldenbarnevelt, onder in de anderhalve eeuw geleden gesloopte Hofkelder.

Alle genoemden vinden Van Oldenbarnevelt een groot staatsman. Hoezo dan vergeten, of weggewerkt, of verdwenen – waar heb ik het over? Zijn daar dan soms geen tentoonstellingen dit jaar, een stuk of drie, in Den Haag en in Amersfoort? En een paar publicaties?

Laat ik het dan zo zeggen. We maken momenteel een wederopstanding van de geschiedenis mee. Ik moet op mijn tenen lopen. Het woordje ‘we’ is hypersensitief geworden. Maar Van Oldenbarnevelt, als onderdeel van een compleet schoolvak dat vroeger in alle onschuld ‘vaderlandse geschiedenis’ heette, is samen met die geschiedenis vanaf laten we zeggen 1968 in een kwade reuk komen te staan. Een reuk van provincialisme of zelfs nationalisme, van te klein denken. Het vak geschiedenis, en niet alleen die van het zogenoemde vaderland, kreeg het in het onderwijs steeds zwaarder te verduren. Het verdween.

Schrijversreus

Vanaf 2005, toen mijn vorige roman verscheen, ben ik van plan geweest een historische roman te schrijven over Van Oldenbarnevelt. Zo lang al? Ik sta er ook zelf versteld van. De zaak is een paar keer onderbroken geweest door een levensbedreigende ziekte van iemand van wie ik houd.

Hoe dan ook kocht ik destijds antiquarisch de vijfdelige biografie van Van Oldenbarnevelt door mr. Jan den Tex. Een meesterlijk boek, zo’n drieduizend pagina’s, uiterst leesbaar, hier en daar bijna studentikoos van toon. Ik wil even stilstaan bij deze auteur, want hij is de reus op wiens schouders ik vooral de laatste drie jaar al schrijvend gestaan heb.

Den Tex kon Ol­den­bar­ne­velts notoir moeilijke handschrift lezen en heeft verscheidene tot dan toe raadsels gebleven coderingen in de brieven weten op te lossen

Den Tex zat wegens knapenliefde enige tijd in de gevangenis. Hij redde een Hongaars-Joodse vrouw het leven door met haar te trouwen, was als archeoloog werkzaam in Athene, dit alles vóór en deels in de oorlog, werkte in Alexandrië voor de Britse geheime dienst, alvorens zich op Van Oldenbarnevelt te storten. Wat je noemt een baan heeft hij nooit gehad of liever gezegd nooit nodig gehad.

Hij kon Van Oldenbarnevelts notoir moeilijke handschrift lezen en heeft verscheidene tot dan toe raadsels gebleven coderingen in de brieven weten op te lossen. Eigennamen vooral. Wat Den Tex niet van Van Oldenbarnevelt weet, dat weet niemand. Nog steeds geldt hij als een soort van primaire bron in aangelegenheden die Van Oldenbarnevelt betreffen.

De man die weet

Wat me aan Van Oldenbarnevelt fascineerde, dat was het isolement van de machtige man in zijn laatste maanden. Hij was incomunicado, zoals dat in het Spaans heet. Opgesloten in zijn eigen Binnenhof. Verstoken van zowat alle informatie waaraan hij gewend was geweest, spin in vele webben als hij was. Zonder toegang tot zijn eigen archief. Zonder advocaat, zonder papier en inkt, zonder beschuldiging. En grotendeels zonder daglicht en buitenlucht.

Standbeeld van Johan van Oldenbarnevelt in Den Haag. © Hollandse Hoogte

In afwachting, gedwongen tot passiviteit, alleen. Of laat ik zeggen nogal alleen, met zijn knecht. Of hij zijn arrestatie werkelijk niet had zien aankomen? Of hij het slinken van zijn gezag niet in de gaten heeft gehad, vooral inzake de binnenlandse verhoudingen, en dan speciaal met betrekking tot de steeds grotere onderlinge onverdraagzaamheid – over en weer – tussen de orthodoxe calvinisten en de veelal remonstrantse machthebbers? Heeft hij niet voorzien dat de door hem zolang als hij kon tegengehouden Synode van Dordrecht er toch heus van ging komen? Dat zijn arrestatie alleen maar een kwestie van tijd was? Of heeft hij er domweg niet van willen weten, volhardend in zijn houding van de man die het weet en de macht heeft?

Ik heb geprobeerd mij hem voor te stellen in dat prachtige Binnenhofcomplex, dat er met wat goede wil nog altijd zo bij lijkt te liggen als in Van Oldenbarnevelts tijd. Een geheel van poorten en binnenpleinen dat het oudste nog functionerende parlementsgebouw ter wereld herbergt. Dat las ik ergens en wil ik graag geloven.

Oude voorstellingen

Bij dat alles blijft de vraag natuurlijk wat je in die zestiende eeuw nu eigenlijk zoekt of wilt vinden. Wat drijft de nieuwsgierigheid? Zijn het die niet zo heel erg verenigde Nederlanden? Is het de kwestie van staat en godsdienst? Wat is een grens? Wat is een land? Wat is een volk? Wat is een vaderland? Nog een poos na de Tweede Wereldoorlog leken al die begrippen min of meer helder en intact.

De oude voorstellingen werken nog na. Ze verwarren. Minstens evenzeer als Willem van Oranje is het Van Oldenbarnevelt die de betiteling van Vader des Vaderlands zou verdienen – niettegenstaande het gegroeide besef dat de geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog een fictie is geweest, een bedenksel vooral (de benaming incluis) van de meest historiserende en romantiserende en nationaliserende eeuw die we gehad hebben, de negentiende. Die althans in het lager en middelbaar onderwijs nog doodkalm voortduurde tot een paar decennia na de Tweede Wereldoorlog. In de geschiedschrijving sindsdien is hoe dan ook de mot gekomen in de trotse aanduiding: De Tachtigjarige Oorlog. De historici spreken alleen nog van ‘De Opstand’.

Er is veel voor te zeggen dat de nog niet zo erg verenigde Nederlanden een hachelijk experiment waren. Dat er nog helemaal geen land was. Laat staan een vaderland. Om maar te zwijgen van zoiets als een volk.

Nicolaas Matsier (1945) is romancier en dichter. Dit essay is het eerste in een korte serie op weg naar 16 mei, de datum van Van Oldenbarnevelts onthoofding in 1619. Onlangs verscheen Matsiers roman ‘De Advocaat van Holland’.

Lees ook:

Opkomst en ondergang van het wonderduo, stadhouder Maurits en Van Oldenbarnevelt. Wie kent het verhaal nog?

De relatie tussen Johan van Oldenbarnevelt en stadhouder Maurits is een waar koningsdrama. Maar wie kent het nog?

De historische dag van SP-Kamerlid Ronald van Raak

Het gebeurt niet vaak dat een Kamerlid op één dag twee succesjes bijschrijft. Het overkwam Ronald van Raak, de overijverige parlementariër van de Socialistische Partij, in oktober afgelopen jaar.

Deel dit artikel

Had hij niet op het Binnenhof moeten staan? Bij voorbeeld op de plek waar Pierre Cuypers die fontein heeft neergezet

Den Tex kon Ol­den­bar­ne­velts notoir moeilijke handschrift lezen en heeft verscheidene tot dan toe raadsels gebleven coderingen in de brieven weten op te lossen