Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De twintigste eeuw van A. J. P. Taylor, onveranderlijk tegendraads historicus

Cultuur

J. W. SCHULTE NORDHOLT

Review

A. J. P. Taylor: From the Boer War to the Cold War. Essays on Twentieth-Century Europe. Hamish Hamilton, Londen; 454 blz. - £25.

Een historicus die met hartstocht de ouderwetse diplomatieke geschiedenis, de histoire évenementielle, beoefende, en niet de minste interesse had voor de Franse noviteiten in het vak, ja die zelfs een grondige afkeer koesterde van alle gefilosofeer over de geschiedenis. Die daarbij bijzonder graag aan de weg timmerde, wat hem door de ware wetenschappers in Oxbridge niet in dank werd afgenomen.

Men kan in de wereld van de wetenschap niet zomaar ongestraft een liaison met de media aangaan, men mag niet tegelijkertijd een consciëntieuze geleerde en een populair journalist en televisie-personage zijn; men mag het wezen niet binden aan de schijn, niet vallen voor de verlokking van de taal. Een man van de wetenschap behoort alleen maar de waarheid te dienen en niet op het scherm te verschijnen of columns te schrijven voor kranten, en die vluchtige stukjes al helemaal niet ook nog te bundelen in quasi-wetenschappelijke publicaties.

Essays mogen desnoods nog in een bundel, maar geen eendagsvliegen als recensies, in memoriams en dergelijke. Voor mij ligt een lijvig boekwerk met de zoveelste verzameling opstellen van de man die dat allemaal wel deed, en al tijdens zijn leven naast talrijke andere boeken bundel na bundel het licht deed zien. Posthuum is nu deze kolossale bundel verschenen, zodat het lijkt alsof hij na zijn dood (1990) maar voort blijft spreken.

Een groot publiek zal dat waarderen, het ziet hem al lezend weer voor zich, die kleine kordate prater die zo vlijmscherp en meedogenloos uit de hoek kon komen, zo raak en ad rem kon karakteriseren, zo ongeneerd zeggen wat hij er van vond, die zo graag uitdaagde en prikkelde. Terecht ziet de uitgever daar brood in, de lezer mag er wel dankbaar voor zijn. Wat blijft die man leesbaar!

Wat de stukken in deze uitgave samenbindt, is het verleden van onze eeuw. Natuurlijk gaat het dan over zaken die al vele malen zijn behandeld, over vraagstukken als de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog, het Duitse gevaar, de betekenis van het communisme, de rol van Hitler in het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, de Koude Oorlog en zo nog veel meer. Maar de eigengereide historicus die Taylor was, weet daar vaak verrassende dingen over te zeggen en tekent en passant meesterlijke portretten van vele boeiende figuren: Joseph Chamberlain, Balfour, Shaw, Asquith, Smuts, Sir Roger Casement, R. H. Tawney en vele anderen.

Taylors helden zijn meestal de rebellen in de geschiedenis, mannen die als hij tegendraads waren. Maar tegelijk was hij warm Engels en de ware held van deze uit de linkse hoek voortgekomen radicaal blijkt tenslotte Sir Winston Churchill, over wie hier een fraai opstel is te vinden waarin hij wordt geprezen om zijn courage, benevolence en generosity, maar waarin tegelijk goed wordt uitgelegd waarom deze impulsieve conservatief alleen in een tijd van crisis de verpersoonlijking van het Engelse volk kon zijn.

Dat al dit materiaal, dat verspreid lag in zoveel bladen, her en der hier bijeen is gebracht, is verrukkelijk. Zelfs de kortste stukken zijn belangrijk, maar er zit ook een heel boek in, zij het wel een klein, dat de titel draagt 'War bij Time-Table'. Het is de mooiste samenvatting van de omstreden geschiedenis van het ontstaan van de oorlog van 1914-18 die men zich denken kan.

Daarin komt een these naar voren die Taylor graag verdedigde, namelijk dat de geschiedenis niet kan worden begrepen als een complex van causale ontwikkelingen volgens een bedacht systeem van Marx, Toynbee of wie ook, maar dat zij voortgaat, om de dichter John Masefield te citeren, “not as the wise man thinks, but with blind force to each his little hour”. Taylor beaamt het beroemde oordeel van Lloyd George dat de Europese volken verblind en blunderend in de Eerste Wereldoorlog terecht kwamen, gebiologeerd door de complexe mobilisatieplannen van de generaals. Het Duitse Von Schlieffen-plan is volgens hem de voornaamste oorzaak van de oorlog van 1914.

Hier zit ook wel het probleem van Taylors benadering, want de verhalen van de dwaasheden en boosheden van mensen mogen nog zo boeiend zijn, ze kunnen toch pas goed worden begrepen in grotere verbanden. Niet verklaard misschien; Taylor poneert gretig dat de mensen eerder te veel dan te weinig leren van de geschiedenis. Daarom zijn bijvoorbeeld de Britse politici in de jaren dertig al te geneigd tot een verzoenende houding tegenover Hitler (de appeasement) omdat ze zich generen over de straffe vrede van Versailles en daarom stellen ze zich na 1945 te strak op tegen de Sovjet-Unie, uit spijt over de toenadering in München. Zo ontstaat de Koude Oorlog.

Maar Taylors afstandelijk lijkende scepsis had wel diepe wortels in zijn persoonlijke achtergronden, in visies en sentimenten die toch lijnen in de geschiedenis ontwaarden. Hij bleef, al zwoer hij het marxisme later geheel af, altijd een warme sympathie koesteren voor Rusland. Hij geloofde in het blijvende gevaar van het Duitse militarisme (vandaar zijn beruchte boek over het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog, waarin hij Hitler meer veroordeelde om zijn Duits-zijn dan om zijn demonie) en hij beweerde nog lang na de oorlog dat Europa beter af was met Russische dan met Amerikaanse bemoeienis. Er waren in de historische ontwikkeling blijkbaar wel permanente gegevens, hoe onvoorspelbaar, zoals hij telkens weer zei, de toekomst ook was.

Al pratend en schrijvend lanceert hij ook in deze bundel zijn toch wel generaliserende aforismen, lessen uit de geschiedenis. Zo leert het Schlieffen-plan hem dat grote oorlogen beginnen bij de ontwerpen van generaals achter de tekentafel. Zo ontmaskert hij de beroemde mythe van de geheime invloed van Holstein in de buitenlandse politiek van het keizerlijke Duitsland en komt dan tot de conclusie: “Het heeft me altijd verbaasd waarom de mensen van diplomaten verwachten dat die weten wat erin de wereld aan de hand is. Ze zijn een soort kloosterorde - van hun eigen land afgesneden omdat ze altijd met buitenlanders te maken hebben en van het buitenland afgesneden omdat ze altijd bij hun eigen land horen.” Zo begint hij een opstel over een Engelse journalist die weinig succes had, met de fraaie zinnen: “Hoe te slagen zonder je in te spannen is een zeldzame kunst. Maar er is er een die nog zeldzamer is, een specialiteit van intellectuelen: Hoe te slagen terwijl je hardnekkig probeert om te mislukken. Rousseau is de erkende meester in die kunst.” En tenslotte naar aanleiding van Roosevelt: “De ware kunst van de politiek is idealen te hebben en erin te geloven, maar niet al te veel.”

Er staat zoveel wijs en waars en aardigs en eigenzinnigs in dit boek dat ik mijn bespreking graag eindig met de geijkte maar wel warme aanbeveling om het kritisch te lezen. Dat is dan geheel in de geest van de auteur.

Deel dit artikel