Neil Young drie jaar geleden op het Roskilde Festival in Denemarken.

Recensie Cultuur

De tijd lijkt nauwelijks vat te krijgen op Neil Young

Neil Young drie jaar geleden op het Roskilde Festival in Denemarken. Beeld REUTERS

Neil Young
Rebel Content Tour
★★★★☆

Als een dirigent gooide Neil Young, flink voorovergebogen, steeds zijn wijsvinger omhoog. Nog een keer! En nog een keer! “Keep on rockin’ in the free world!” Hij sommeerde zijn bandleden hun bas-, gitaar- en drumsolo’s eruit te gooien. Ondertussen dwong hij zijn flink doorleefde gitaar tot die sound waarmee hij zo beroemd is geworden: gruizig, gruiziger, gruizigst.

Young nam woensdagavond het applaus in ontvangst in een volgepakt Ziggo Dome en spreidde zijn armen. De Canadese zeventiger had enkel de muziek laten spreken, maar riep nu dan toch: “Promise of the Real!” Hij prees zijn begeleidingsband, van de broers Lukas en Micah, zoons van countrylegende Willie Nelson. Ze vergezellen hem op deze Europese tour, zoals Crazy Horse eigenlijk altijd doet, dit jaar nog in Amerika en Canada.

Ja, dat grijze haar verraadt zijn ware leeftijd wel, wapperend onder zijn zwarte hoedje, en die bakkebaarden als borstels. Maar tussen de twintigers en dertigers van Promise of the Real lijkt Young niet 73 maar 37. In zijn groot uitgevallen zwartgrijze houthakkershemd en op sportschoenen met zolen zo dik als de rompen van een catamaran. 

Terwijl om hem heen zijn ex-vrouw en muze Pegi en manager Elliot Roberts zijn overleden, lijkt de tijd nauwelijks vat te krijgen op Young. Ook niet op zijn afgeknepen falsetstem. Het is haast niet te bevatten dat deze man vijftig jaar geleden zijn eerste naamloze soloplaat uitbracht, vlak na het uiteenvallen van Buffalo Springfield. Inmiddels heeft hij ruim 40 albums achter zijn naam staan. En in september komt wéér een nieuwe plaat uit, samen met Crazy Horse.

Godfather

Hij sprak dit jaar ook zijn rijke archief nog maar eens aan en bracht liveplaat ‘Tuscaloosa’ uit, een concert uit 1973 in Alabama. Hij was destijds net naar grote hoogten gestegen door ‘Harvest’. Natuurlijk met ‘Heart of Gold’ en ‘Old Man’, die hij woensdagavond al vroeg inzette. Om vervolgens flink te rocken en te rocken.

Samen met de gitaristen en bassist van Promise of the Real kroop de ouwe hippie bijeen op de vierkante meter om te jammen, nummers uit te spinnen, zoals het Young betaamt. Maar eigenlijk nooit tot vervelens toe. Met ‘Cortez the Killer’ en ‘Fuckin’ Up’ deed hij zijn naam als ‘Godfather of the Grunge’ eer aan. 

“Once you’re gone you can’t come back”, zong Young op ‘Hey Hey, My My (Into the Black)’. Blijf dan nog maar even en kom nog eens terug. Maar als dit stilletjes het Nederlandse afscheidsconcert blijkt, dan was het toch zeker waardig en juist. En hoe dan ook: “Rock and roll can never die.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden