Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De tandpasta-glimlach van Gustav Mahler

cultuur

Anthony Fiumara

Review

AMSTERDAM - In zijn befaamde Mahler-cyclus met het Nederlands Philharmonisch Orkest bracht dirigent Hartmut Haenchen maandag in het Amsterdamse Concertgebouw de emotioneel gecompliceerde 'Zevende Symfonie' ten gehore. Achter Mahlers stralende zon hielden zich vervaarlijke donderwolken op, al wilde het orkest dat lang niet altijd laten horen.

Vreemd is het niet om, zoals Haenchen maandag deed, Gustav Mahlers 'Zevende Symfonie' te koppelen aan Wagners ouverture uit de 'Meistersinger von Nürnberg'. Een paar jaar na het ontstaan van Mahlers 'symfonie van de nacht', zoals het werk ook wel wordt genoemd, bestempelde een Oostenrijkse recensent de finale immers als 'Kermisjubel' en 'Meistersinger-vrolijkheid'.

Op het eerste gehoor lijkt het inderdaad geen probleem om Mahlers Zevende te koppelen aan het goede humeur dat Wagner in zijn 'Meistersinger' aan de dag legt. De relatief lichte bezetting, de aanwezigheid van Lündler-instrumenten zoals gitaar en mandoline en (met name in de finale) het uitblijven van de verregaande, expressionistische chromatiek: het lijkt allemaal even positief. Wie beter oplet, ziet echter dat de tandpasta-glimlach van Mahler in wezen een schrijnende doodsgrimas is. Hoe hard de componist ook probeert de schade van zijn gitzwarte 'Zesde Symfonie' te herstellen, in de Zevende sijpelt het gif ongemerkt weer door de poriën binnen.

Voor een uitvoerder betekent die Januskop een soort psychologische spagaat. Lijkt bijvoorbeeld de tweede 'Nachtmusik' (met de eerste 'Nachtmusik' het eigenlijke hart van de symfonie) een ode aan Mahlers vrouw Alma, zo werkt de componist uiteindelijk veelzeggend toe naar een 'verstervende' klank. Het is lachen met een pistool tegen je slaap gedrukt. En er zit dan ook niets anders op dan de hele symfonie op een extreme manier te vertolken.

Hoewel je maandag de indruk kreeg dat dirigent Hartmut Haenchen dat brede palet aan stemmingen wel uit het Nederlands Philharmonisch Orkest wilde ontlokken, speelden de musici met name in het eerste deel wat terughoudend en zelfs vlak. De doodsmars werd mooi puntig gespeeld en het hoornthema kreeg veel ruimte, dat wel, maar Haenchens pogingen een dieper profiel aan te leggen werden niet door de spelers opgepikt.

Dat veranderde gelukkig in de daaropvolgende delen, waarin het leek of de spelers zich vrijer door Mahlers verwrongen geesteswereld bewogen. Haenchen kreeg meer grip op zijn musici. Hij liet het scherzo (met zijn gewonde walsritme) prachtig krijsen en toonde een mooi clair-obscur in de finale. Vooral in die twee delen wist Haenchen de orkestklank naar een hoger plan te tillen en maakte hij zijn naam van dé Mahler-vertolker van dit moment volledig waar.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie