Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De storm van 1894 die Scheveningen veranderde

Cultuur

Monica Wesseling

Na de schipbreuk, 1864 door L. Meijer
Mooiste Nederland

Museum Panorama Mesdag blikt terug op de storm van 1894, die de aanleg van de Scheveningse haven deed versnellen. Voor sommigen een droom, voor de kleine vissers het einde van hun bestaan.

Heerlijk: code rood. Storm op komst. Striemende regens, geselende wind en baren die woelen. Maar dat is nog even niet zo. En dus ga ik eerst naar museum Panorama Mesdag voor een tentoonstelling over storm. Storm door de ogen van schilders, vooral de vertegenwoordigers van de romantiek en de Haagse School, onder wie natuurlijk Mesdag. Storm en vooral die van 22 december 1894, vandaag precies 124 jaar geleden: het natuurgeweld dat Scheveningen voorgoed veranderde. Dwalend over de tentoonstelling aan de hand van conservator Laura Prins openbaart zich het verhaal.

Lees verder na de advertentie
Ramptoeristen kwamen kijken naar de ravage op het strand

Het was een zwaar seizoen geweest voor de Scheveningse vissers. Zwaar, maar niet slecht. De bomschuiten waren het strand op getrokken; een korte winterstop brak aan. De vis smaakte weer goed, die avond van 22 december 1894. De wind loeide om de kleine huizen, maar wat kon het deren. De bomschuiten lagen veilig op het strand, de vissers waren eindelijk thuis, bij moeder de vrouw en de almaar uitdijende schare kinderen.

Straffe Gods

En de Scheveningers waren wel wat gewend. Al eeuwenlang teisterden stormen het vissersdorp. De ergste was wel de Allerheiligenvloed van 1570 toen het dorp zo’n beetje overstroomde en de boten door het dorp dreven. Zeedijk, duinen en huizen werden in 1567, 1653 en 1665 meegesleurd door het water, stormen in 1751 en 1860 deden grote kotters stranden. Storm en schade hoorden gewoon bij het leven, ook al was ‘het gezigt verschrikkelijk; het gejammer der bewoners akelig, en de storm, sneeuw en zee allergevaarlijkst’.

Gezicht op Scheveningen, 1850 door B.J. van Hove © RV

Aanvankelijk werd een vernietigende storm gezien als straffe Gods. De Allerheiligenvloed was ‘eigen schuld’, vergelding voor de beeldenstorm, die van 1775 het gevolg van de nieuwe psalmenberijming. Vroom zijn zou behoeden voor noodlot en nooddruft. Dacht men. Maar het realisme kwam op, het idee dat misère gewoon hoort bij het leven, ongeacht geloof of goedertierenheid.

Ook deze decemberavond in 1894, de dag waarop de krant nog berichtte dat alle bomschuiten - de bommen - veilig op de kant lagen en de vissers aan een welverdiend kerstreces konden beginnen. Het pakte anders uit. De nacht was onrustig. In de schamele huisjes werd de olielamp aangestoken, bezorgd geijsbeerd.

In een poging hun bommen te redden gingen de schippers toch het strand op, maar tevergeefs, zo bleek de volgende ochtend. De ravage was verpletterend, het strand was een bommenkerkhof geworden. Wrakstukken dreven in de golven, bootkarkassen als door een reus hardhandig op een hoop gegooid, jammerende vrouwen en tobbende mannen ertussen. En ramptoeristen, want die had je toen ook al; stedelingen die genoten van de ravage, zich verlekkerden aan de komende armoede, lachten over de jeremiërende vrouwen.

Om de hotels te beschermen werden golfbrekers en een strandmuur gemaakt. Funest voor de bomschuiten die daardoor niet meer op het strand getrokken konden worden

Vissers, ramptoeristen én lieden die in de ramp hun toekomstdroom dichterbij zagen komen: een haven voor Scheveningen, de enige mogelijkheid om mee te liften op de vaart der volkeren! Een zeepoort zou het immers mogelijk maken met diepere, grotere schepen aan te meren in plaats van met de logge kleine bomschuiten.

Pure narigheid

Het plan voor een haven lag er al jaren, maar stuitte op veel weerstand. Niet alleen van de kleine vissers, maar ook van schilders als Mesdag. Hij gruwde van de veranderingen die zich toch al in zijn Scheveningen voltrokken: de opkomst van het toerisme en de bouw van steeds meer hotels. ‘Al die nieuwigheden, waar dient het voor?’

De boosheid en verontrusting leidde tot het - voor zijn tijd - uiterst merkwaardige schilderij ‘Na de storm van 1894’. Als representant van de Haagse School schilderde hij vooral dramatische luchten en golven, kloeke vissers en een puur en onbedorven leven. Maar nu even niet. Nu niets dan een ravage van bomschuiten met terneergeslagen maar niet verslagen vissers ertussen. Geen toerist te zien, geen rampenkijker. Pure narigheid.

Schepen op een onstuimige zee, 1826 door J.C. Schotel © RV

Protest zonder effect. Om de hotels te beschermen werden golfbrekers en een strandmuur gemaakt. Funest voor de bomschuiten die daardoor niet meer op het strand getrokken konden worden. De wet tot aanleg en onderhoud van ‘eene visschershaven te Scheveningen’ deed de rest. De kleine vissers werden brodeloos.

De tentoonstelling geeft een mooi beeld, compleet met technische tekeningen van de haven. En niet alleen uit de negentiende eeuw maar ook van veel eerder. Ik drentel wat rond, geniet toch nog het meest van de meer romantische schilderijen met hun dramatiek en word onrustig. Zou het al echt stormen? Kan ik afreizen naar stuivend strand en hoge golven? De neus buiten de deur, jas aan, koers naar het strand.

De wind loeit en op het strand heerst een ware zandstorm. De schoenen stuiven vol, zandkorrels schuren, maar niets deert. Boven me jagen de wolken in grijs, grijzer en grijst en scheren meeuwen als luchtacrobaten. Heel onverstandig laat ik eerst de wind me voortduwen, nog niet denkend aan de terugtocht. Achter de schelpen vormen zich miniduintjes, het water ribbelt het zand en de helm lijkt verslagen. Ik loop, dans en ga op in het geweld. Tot ik me realiseer dat het strand langzamerhand wel erg smal wordt. De zee rukt op. Ik talm om zo lang mogelijk mee te tumulteren maar moet uiteindelijk het duin op vluchten. Net op tijd. De zee knabbelt en veilig binnenduins, geluwd maar nog altijd met straffe tegenwind tijg ik terug naar Scheveningen. Hoe dichter ik nader, hoe nauwer de blik in een poging de gruwelijke skyline van de kustplaats te vermijden.

Nog voor de werkelijke misère van strandtenten, hotels, amusementshallen en immer drommende meute in volle omvang losbreekt, spring ik op de tram, op weg naar huis. Doe mij maar de romantiek met haar mooimakerij en kleine leugen. Doe mij maar puur natuurgeweld.

Rondleiding voor lezers

Conservator Laura Prins geeft speciaal voor de lezers van Trouw op 3 januari 2019 een rondleiding over de tentoonstelling ‘Storm’. Schilderijen en geschiedenis worden in drie kwartier geduid. Start: 14.00 uur. Kosten: € 15 inclusief entree en kop koffie of thee. Houders museumjaarkaart € 5. Opgeven voor 1 januari via info@panorama-mesdag.nl. Maximum aantal deelnemers is twintig. Bij grote belangstelling wordt er dezelfde middag om 15.00 uur nog een rondleiding georganiseerd. De tentoonstelling is tot en met 3 maart 2019 te zien in museum Panorama Mesdag, Zeestraat 65, 2518 AA, Den Haag. Zie www.panorama-mesdag.nl.

Voor ‘Het mooiste Nederland’ probeert de redactie van Trouw de mooiste fiets- en wandelroutes door Nederland uit. Lees meer in ons dossier.

Deel dit artikel

Ramptoeristen kwamen kijken naar de ravage op het strand

Om de hotels te beschermen werden golfbrekers en een strandmuur gemaakt. Funest voor de bomschuiten die daardoor niet meer op het strand getrokken konden worden