Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Spaanse woorden abra, amarrar, bolsa en dique hebben Nederlandse wortels

Cultuur

Ton den Boon

© anp
Taal

Hoewel een groot deel van ons taalgebied in de 16de en 17de eeuw de Spaanse Nederlanden heette, bevat onze moerstaal relatief weinig Spaanse leenwoorden. 

In de Dikke Van Dale hebben slechts zo'n 600 woorden Spaanse wortels, zoals armada, enteren (Spaans entrar), hangmat (hamaca) en spanjool (español). De meeste Spaanse leenwoorden zijn bovendien pas later in het Nederlands terechtgekomen. Vaak komen ze uit het Spaans in Zuid- en Midden-Amerika, zoals ananas (ananás), orkaan (huracán) en alligator. Dat laatste woord is een verbastering van el lagarto de las Indias, letterlijk de hagedis uit (West-)Indië. De laatste decennia zijn het vooral Spaanse culinaire termen die onze taal komen verrijken, zoals ceviche, manchego, mojito, nachochips (Spaans nachos) en paella.

Lees verder na de advertentie
Bolsa (beurs), dique (dijk) en gas zijn daarentegen wel rechtstreeks aan het Nederlands ontleend

Ondanks de vroegere bestuurlijke banden tussen beide taalgebieden heeft het Spaans ook maar weinig woorden uit het Nederlands overgenomen. Volgens de Uitleenwoordenbank zijn het er nog geen honderd. Vaak heeft het Spaans ze niet eens rechtstreeks, maar via het Frans aan onze taal ontleend. Zoals de visserij- en scheepvaarttermen abra (haven), amarrar (aanmeren), babor (bakboord), chalupa (sloep), escorbuto (scheurbuik) en foque (fok). Bolsa (beurs), dique (dijk) en gas zijn daarentegen wel rechtstreeks aan het Nederlands ontleend.

Een recente verrijking van het Spaans wordt toegeschreven aan Johan Cruijff, die de uitdrukking en un momento dado (op het moment dat je gegeven wordt) (her)interpreteerde als 'op een gegeven moment'. Sindsdien schijnt deze Spaanse uitdrukking ook in de Cruijffiaanse betekenis te worden gebruikt.

Grammaticale geschillen, etymologische enigma's en andere taaltwijfels, voor u opgehelderd door Peter-Arno Coppen en Ton den Boon. Lees alle stukken in ons dossier.

Lees ook:

Knäckebröd hebben we van de Zweden, maar ook de Zweden praten een beetje Nederlands

In het Nederlands zijn er slechts enkele Zweedse leenwoorden meteen herkenbaar: knäckebröd, öre (honderdste van een kroon) en smörgåsbord.

Deel dit artikel

Bolsa (beurs), dique (dijk) en gas zijn daarentegen wel rechtstreeks aan het Nederlands ontleend