Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De serieuze humor van Cilli Wang

Cultuur

HANNY ALKEMA

Review

Züzilie - Cilli - Wang (1909) reisde en speelde haar hele artistenleven over de wereld, en trad onder andere op in Wim Kans ABC-cabaret en Feike Boschma's marionettentheater. Hoe speels ze als kind al was; ze voerde haar mime- en dansnummers altijd even nauwgezet als uiterst serieus uit. “De beweging zelf moest alles uitdrukken. Je mocht nooit merken dat het geluid, het woord ontbrak.”In 1975 keerde Cilli Wang voorgoed terug naar haar geboorteplaats Wenen. “Ik geloof dat ik mijn schepper niet geblameerd heb. De talenten die ik meegekregen heb, heb ik naar vermogen tot ontplooiing gebracht. Ik geloof dat ik nooit iemand tot last ben geweest.” Dinsdag verschijnt de biografie 'De wondere wereld van Cilli Wang', die theatercritica Hanny Alkema van Trouw schreef. Vandaag een voorpublicatie. 'De wondere wereld van Cilli Wang', Hanny Alkema, 146 blz - ¿ 30,--, uitg Theater Instituut Nederland.

Hoewel Cilli Wang zelf haar nummers bloedserieus instudeerde en bedoelde, lachte haar publiek zich doorgaans tranen. Haar ouders waren haar beste publiek. Of zij nu met een paraplu, hoed en valse neus dé jood neerzette of de onbeholpenheid van tante Rosa uitbeeldde, haar vader en moeder amuseerden zich kostelijk. En, mocht iemand zich pijnlijk herkennen, dan voorkwam hun gulle lach gekwetste trots. Wat zij niettemin als spel beschouwden, was voor hun dochter pure ernst. Bij het ballet van Delibes begon bij Cilli Wang in feite pas echt het besef door te dringen dat haar ambities die richting uitgingen. Zij wilde aan het toneel. Ondanks de culturele interesse van haar ouders hoefde zij op medewerking van die kant voorlopig echter niet te rekenen. Zij zagen liever dat ze het in een praktisch beroep zou zoeken.

Cilli Wang, op l februari 1909 in Wenen geboren met als doopnaam Züzilie, kwam uit een joodse familie. Zij was het jongste kind van Marcus en Regine Wang. Haar broer Max en zusje Anna waren elf en zes jaar ouder. De religie speelde binnen de familie niet bepaald een overheersende rol. Dat was in het Wenen uit die tijd, en met name wat betreft de maatschappelijk geslaagdere klassen, niet uitzonderlijk. Na de juridische gelijkstelling van joodse burgers in de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie was het joodse inwonertal er, door toestroom vanuit het hele rijk, binnen vier decennia verhonderdvoudigd. Omstreeks Cilli Wangs geboorte woonden er zo'n honderdtachtigduizend, ongeveer tien procent van de Weense bevolking.

Onderling waren er grote verschillen. Grofweg hield de meerderheid - kleine handwerkslieden en veelal afkomstig uit de armere oostelijke grensgebieden van het keizerrijk - vast aan de godsdienstige riten en gebruiken; een veel kleiner aantal - in het algemeen beter opgeleid en van goede komaf- wist de mogelijkheden tot gelijkmaking positief aan te wenden. In de bloeitijd die Wenen toen doormaakte behoorden die zogenaamde assimilanten al spoedig tot de zakelijke, wetenschappelijke en artistieke elite. In het verlengde van de opkomst van het socialisme - tal van vooraanstaande leiders waren joden - en afschuw van het etnisch nationalisme van de verschillende volkeren binnen het rijk distantieerden velen van hen zich zelfs van een nadrukkelijk joods-zijn.

Een dergelijke houding - niet te vereenzelvigen met zoiets als joodse zelfhaat of afkeer - kenmerkte ook de vrijzinnigheid in dat opzicht binnen de familie Wang en heeft de opvattingen van Cilli Wang blijvend beïnvloed. Zij ontwikkelde een sterke drang tot onafhankelijkheid, wilde nimmer in een hokje worden ondergebracht en is nooit, ook niet na haar terugkeer naar Wenen, lid van de joodse gemeenschap geworden. Een aantal jaren geleden nog sprak zij tegenover een vriendin haar onbegrip, om niet te zeggen ergernis, uit over de orthodoxe joden in Wenen: “Waarom kunnen zij zich niet aanpassen?” Tegelijk uitte zij haar bevreemding over het feit, dat de buurvrouw van haar zuster in New York vrijdagsavonds van deze verlangt het licht bij haar aan te doen: 'Waarom? Mijn zuster is toch ook joods.' Daamaast heeft zij zich, ondanks de wrede confrontatie met haar joodse afkomst voor en tijdens de tweede wereldoorlog, al even gedecideerd weten te behoeden voor gevoelens van wraak en vergelding.

(-)

Op school behoorde Cilli Wang niet tot de beste leerlingen. Haar lievelingsvakken waren turnen en handenarbeid. Ondanks haar matige interesse voor de leervakken ontdekte zij bij zichzelf al spoedig een bijzondere voorliefde voor poëzie. Gedichten leerde zij spelenderwijs uit het hoofd en droeg zij graag zo beeldend mogelijk voor. Bij een gedicht over een gans bedacht ze, dat het wellicht veel aardiger zou zijn wanneer de voordracht de indruk wekte alsof de waggelende gans zelf het verhaal van haar leven vertelde. Haar inlevingsvermogen bleek indrukwekkend. De gans werd haar eerste nummer, haar eerste voorstelling in de klas. Sinds die tijd werd zij zoiets als een schoolentertainer. Zij speelde de clown, haars ondanks eigenlijk. Zelfbedoelde ze zelden iets grappig. Dat deden haar vermogen tot inleving en observeren, en haar oog voor saillante details.

Tekenend is hoe vaak later met verbazing over 'de serieuze humor van Cilli Wang' werd geschreven. “In al haar werk”, schreef een criticus in 1949, “ligt een diepere filosofische grondslag. Hoewel men zich tranen lacht, zou men vaak tranen kunnen huilen.” Bijna vijftien jaar later refereerde de 'Haagsche Courant' aan de kwalificatie 'Grock des Tanzes' van de 'Wiener Illustrierte': “Zoals Grock is ook Cilli Wang meer dan clownesk alleen, ook zij bezit gevoeligheid en diepte, tragiek en menselijkheid.” Ernst is altijd haar basishouding geweest, 'der Grundzug meines Wesens', zei zij ooit en beschreef zichzelf als 'ein ernstes Kind, sehr traurig und sehr verspielt. Und das bin ich geblieben.' Uren kon zij volwassenen en hun gedragingen observeren om juist de typerende eigenaardigheden in beweging en mimiek te treffen. Op verjaarspartijtjes werden dat vanzelf de komische succesnummers. “Deze kleine, onaanzienlijke vrouw moet een grote mensenkennis hebben om het leven van anderen zo te parodiëren”, concludeerde een krant in de jaren vijftig.

“Als het leven minder ernstig was, dan zou het ook veel minder komisch zijn,” vond Cilli Wang en zij nam het leven zeer ernstig, in al zijn facetten. Het maakte voor haar geen verschil of het om volwassenen of om poppen ging. Die behoorden tot dezelfde realiteit. Een van de grootste geluksmomenten in haar kindertijd beleefde zij op de ochtend van haar achtste verjaardag: “Ik voel nog de huivering van geluk, toen ik wakker werd. Voor mijn bed stond een prachtig beklede poppenwagen met een pop met echt haar en een door mijn moeder zelfgemaakt kanten japonnetje.” Ze ging met de pop om als was het haar kind. Eenmaal volwassen had ze de pop nog altijd bij zich - met een jongenskop inmiddels. Zorgzaam had ze het haar van tijd tot tijd geknipt. Eenzelfde innige, welhaast symbiotische band voelde ze met veel figuren waarin zij zich in haar theatervoorstelling zou transformeren, gedaantes die letterlijk en figuurlijk een deel van haar waren. Over de damespop in een van haar beroemdst geworden nummers 'Het mondaine danspaar' zei ze eens: “Als ik dan van het toneel af ben en bijvoorbeeld iemand achter ons - of achter mij, bedoel ik - hoor praten, dan draai ik soms haar hoofd om te kijken wie het is.”

Op het lyceum opende omgang met kinderen uit de betere kringen nieuwe werelden voor Cilli Wang. Net zomin als op de lagere school waren het de schoolvakken die haar nieuwsgierigheid prikkelden, maar buitenschoolse activiteiten van medescholieren. Gretig liet ze zich door klasgenootjes die op ballet- of schilderles zaten alle daargeleerde passen en technieken bijbrengen, wat haar vervolgens weer op nieuwe ideeën bracht. De rekenles bleek een ideaal lesuur. De docente kon het niet veel schelen wat haar leerlingen uitspookten als ze maar zoet waren. Tekenen en schilderen behoorden sindsdien tot haar liefste bezigheden. De cover van haar eerste theaterprogramma was een clownesk zelfportret, haar zelfgemaakte nieuwjaarskaarten worden door vrienden en goede kennissen sinds jaar en dag teder gekoesterd en meestal bewaard.

In haar schooltas droeg Cilli Wang altijd een verhalenbundel van de humorist Marcel Salzer bij zich zodat, mocht er een les uitvallen, zij onmiddellijk het podium op kon met een amusante voordracht. Of met een van de vertellingen uit Hoffmanns 'Der Struwwelpeter' - Piet de Smeerpoets - die ze tot minidrama's had uitgewerkt. 'Der Suppenkaspar' (SoepHein) werd aldus het oudste nummer dat jarenlang deel zou uitmaken van haar professionele repertoire.

(-)

Haar eerste rolletje bij het Akademie-Theater kreeg een door haar totaal niet verwacht succes. De balletleraar had haar uitgekozen voor een groepje dat in de opera Carmen de zigeunermeisjes danste. Apetrots nodigde zij haar familie Uit. Onherkenbaar bruin geschminkt danste ze vol overgave, een prestatie die, tot haar verbazing net als bij haar huisoptredens, haar ouders en ook de collega's in een niet tot bedaren te brengen lachbui stortte. Ze begon zich, tegen het eind van de puberteit, ervan bewust te worden, zoals zij later opmerkte, 'dat dingen, die heel ernstig bedoeld zijn, voor anderen heel grappig kunnen zijn'.

Met een aantal broeders en zusters in de kunst vormde Cilli Wang een artistieke kring die regelmatig bijeenkomsten hield, waarop ieder een bijdrage leverde. Behalve zijzelf als danseres zaten in het groepje onder meer een violiste, een zangeres, een celliste een voordrachtskunstenaar. De avonden vonden meestal plaats in grote huizen, waar ouders afwezig waren en een piano voorhanden was. Op zo'n avond is bij toeval een nummer ontstaan. Bij een van de voordrachten begon Cilli Wang, geïnspireerd door het ritme van de taal, van de verzen, dansbewegingen te maken die beeldender werden naarmate het gedicht dramatischer werd. Het enthousiasme binnen de kring was zo groot, dat zij en de declamator, Ernst Ceiss, besloten zich samen aan te melden voor de artiestenproeve. Wie dat examen haalde mocht zich beroeps noemen en zelfstandig engagementen aannemen.

Vaste kijkgasten bij die proeven waren theateragenten, op zoek naar nieuwe nummers. En nieuw was het, dansen naar gesproken woord. Cilli Wang had er zelf kostuums bij ontworpen. In 'Gesang der Geister über den Wassern' van Goethe droeg zij een fraai gebatikt sluiergewaad, voor 'Das Klavier' van Wilhelm Busch had zij zich uitgedost als een virtuoos à la Liszt, een Turkse witte broek en gouden tulband waren er voor Morgensterns 'Das grosse Lalula'. Ze vond het belangrijk dat de kleding overeenkwam met de stijl van de poëzie. Voor 'Züzilie' van Christian Morgenstern bijvoorbeeld, dat ze omstreeks diezelfde periode had ingestudeerd, vond zij geen passender kleding dan het schort van een achterlijk buurmeisje, dat dagelijks kolen vanuit de kelder vier verdiepingen omhoog moest dragen.

Deel dit artikel