Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De romcom uit de polder krijgt een rauw randje

Cultuur

Ronald Rovers

Jim Bakkum zet in 'Zwaar verliefd!' knap een houtschavende bink neer, ook al geeft het script zijn personage amper diepgang. © -
Film

De romantische komedie is vaak een te gelikt sprookje in een te glossy decor. Gelukkig lijkt er een typisch Nederlandse variant van de romcom op komst. Die is rauwer, alledaagser, gewaagder.

 In de nieuwe romantische komedie ‘Zwaar verliefd!’ wordt dierenarts Isa verliefd op meubelmaker Ruben. Zij is een schattige chaoot ­(gespeeld door Barbara Sloesen), hij een stoere vent met een gespierde torso (Jim Bakkum). En ja, zijn shirt gaat uit. Dat van haar voor de verandering eens niet, tenminste niet als hij erbij is.

Lees verder na de advertentie

Er wordt in Zwaar verliefd!, vanaf donderdag in de bioscoop, heel aardig ge­acteerd, dat moet gezegd. Ook Jim Bakkum overtuigt als houtschavende bink, al krijgt hij van het scenario nauwelijks tekst of diepgang. Het lijkt wel Grieks-hellenistisch, zegt zij over een hondje dat hij heeft gekerfd. Hij kijkt alsof ie het in Keulen hoort donderen. Maar dat doet hij goed: Bakkum acteert hier vooral met z’n ogen en dat gaat hem goed af.

Vooraf  uit te tekenen

Verder volgt regisseur Jamel Aattache het standaardrecept van de romantische komedie. Jaarlijks verschijnen er 5 à 6 ‘romcoms’ van eigen bodem, met titels als ‘Ja ik wil’, ‘Gek van geluk’, ‘Weg van jou’ en ‘Verliefd op Ibiza’. Je kunt ze vaak al uittekenen voordat de film begint. Iemand fietst ergens, een vrouw bij voorkeur: in de Amsterdamse binnenstad (als ze jong is) of in een ­Vinexwijk (als ze van een zekere leeftijd is). In die locaties komt trouwens langzaam meer afwisseling, voornamelijk dankzij city-managers die hun stad als toeristische trekpleister weten te verkopen. Zo komt Den Bosch in Zwaar verliefd! herhaaldelijk en nadrukkelijk in beeld; de pittoreske kant van de stad, niet de verloederde.

De vrouw wil iets, een man dus, ook al weet ze dat nog niet, maar ze loopt te stuntelen of gaat te zeer op in haar werk om Marc of Casper of Daan op te merken. Terwijl die haar al jaren ­bewondert. Zodra ze hem wel ziet, ­ontstaat een dilemma dat later weer keurig overwonnen wordt. Vroeger kwamen de geliefden aan het eind pas samen, nu meestal halverwege, om vervolgens uit elkaar te worden gedreven en weer in elkaars armen te vallen. Soms doen ze samen boodschappen – net als echte mensen – maar meestal belanden ze op Ibiza. Aan het eind rent iemand naar een vliegveld om te verhinderen dat de ander voor altijd naar Madagaskar vertrekt.

Wanneer knapt het publiek af op al die schattige chaoten en gespierde torso's in een glossy decor?

Blijkbaar brengen zulke formulefilms nog steeds genoeg geld op om ze te blijven maken. Maar de vraag is of dat zo blijft. Wanneer gaat het publiek – of althans een deel ervan – afknappen op al die schattige chaoten en gespierde bovenlijven in een glossy decor? Wie gelooft dat al te gladde sprookje op den duur nog? We willen ons allemaal kunnen identificeren, we zoeken iets herkenbaars, iets rauws en rommeligs en gewoons, iets zonder prinsen en paarden. Het leven is geen sprookje. Een film die beweert van wél, voelt als bedrog.

Gelukkig zitten er onder de ruim dertig romantische komedies die sinds 2012 verschenen (op een totaal van ongeveer 200 Nederlandse films) een paar films die voorzichtig iets anders proberen. Je zou zelfs kunnen denken dat er een typisch Nederlandse variant van het genre aan het ontstaan is. Die variant is minder voorspelbaar (al blijft het natuurlijk eind-goed-al-goed) en biedt meer ruimte voor stille momenten, die niet met dialogen zijn dichtgeplamuurd. Want als het er echt om gaat bij romantiek en ruzies, praten we niet, maar kijken we.

Alledaags decor

Hoopgevend is bijvoorbeeld ‘De Matchmaker’, al begon een Volkskrant-recensent zijn bespreking van die film met: “Je dregt in de romcom-sloot, haalt een oud wrak op, geeft het een likje verf en zet er wat bekende gezichten op.” Het debuut van Jeroen Houben voelt wel degelijk als iets nieuws, de film schreeuwt dat alleen niet van de daken. Dat vernieuwende zit onder meer in het volstrekt alledaagse decor. Meestal overheerst in romcoms Gooisch design of juist postapocalyptisch meisjeskamerinterieur, omdat die zo efficiënt (maar in feite opdringerig) het karakter van de personages weerspiegelen. Het decor van een film lijkt een detail maar een film werkt alleen als alle details kloppen. Wat nog meer verraste, was het geduld van de ­camera die naar z’n personages durfde te blijven kijken en Benja Bruijnings ­ingetogen acteren, terwijl in roman­tische komedies nogal eens gejaagd wordt op komisch effect.

Ook in ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’, de verfilming van het boek van Paulien Cornelisse, wordt meer dan gemiddeld de tijd en de ruimte genomen om de personages kleur en diepgang te geven. Ook daar blijkt weer dat de films beter worden als de romantiek en de komedie even niet centraal staan. Nog een voorbeeld: ‘Huisvrouwen bestaan niet’, een film die de romantiek een groot deel van z’n speeltijd links laat liggen, omdat de personages daar gewoon geen tijd voor hebben. Want ze zitten met werk en de kinderen moeten naar school. Hollands pragmatisme dus. Des te overtuigender wordt het als ze uiteindelijk wel tijd vinden voor de liefde.

Tegenslagen

Om bijna dezelfde reden overtuigt ‘Doris’, waarin Tjitske Reidinga als ­alleenstaande moeder de ene na de ­andere tegenslag te verwerken krijgt. Bovendien besluit haar ex om naar de andere kant van de wereld te verhuizen, zodat ze de opvoeding van haar kinderen alleen mag afronden. Juist die tegenslagen maken de romantiek, die pas heel laat in de film komt, invoelbaar. En ook in Doris blijft de camera kijken, vooral naar Reidinga’s gezicht als ze het niet meer ziet zitten.

Er lijkt bij kijkers én bij makers behoefte aan pittige en meer realistische romantische komedies

Misschien zien we hier de geboorte van een nieuw soort Nederlandse romcom. Eentje die met z’n poten in de klei staat. Eentje waarin mannen misschien ook een keer een nerd mogen zijn in plaats van een bink – en dan geen karikatuur. Eentje waarin ook wel eens iets gewaagd wordt, zoals in Huisvrouwen bestaan niet, met die onver­getelijke zaadscène. Daarin rent Eva van de Wijdeven na de orale seks met een mond vol zaad over straat om in haar geparkeerde auto een pipet te ­vinden voor de bevruchting. Daar past de klucht perfect. Want ja, zo pragmatisch zijn we hier. Nederlanders staan internationaal niet bekend om hun ­romantische inborst.

Het is wel nog steeds zoeken naar de beste vorm. Doris is juist weer on­nodig kluchtig en in De Matchmaker worden sommige personages wel erg gereduceerd tot een typetje. En er zullen romcoms gemaakt blijven worden waarin mensen op Ibiza belanden (of voor de verandering op Cuba, zoals in de nieuwe film ‘Verliefd op Cuba’ van Johan Nijenhuis). Er lijkt bij kijkers én bij makers ook behoefte aan realistischer en pittige romantische ­komedies. Misschien is het gebrek aan diepgang in zulke films binnenkort ­helemaal niet zo natuurlijk meer.

Lees ook:

Wie blaast de romcom nieuw leven in?

Terwijl Nederland de romantische komedie omarmt, is het genre in Hollywood op sterven na dood. Daar ontstaan alternatieven, zoals de vrouwenvriendschapfilms.

Deel dit artikel

Wanneer knapt het publiek af op al die schattige chaoten en gespierde torso's in een glossy decor?

Er lijkt bij kijkers én bij makers behoefte aan pittige en meer realistische romantische komedies