Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De onwerkelijke wereld van Haruki Murakami

Cultuur

Maarten Boef

Review

De hoofdpersoon van 'Hard boiled wonderland en het einde van de wereld' stapt aan het begin van zijn avonturen een lift in:

Deze lift was zo ruim dat hij als kantoor dienst had kunnen doen. Als je er een bureau in zou zetten, samen met een wand- en archiefkast, en er ook nog een klein keukentje in bouwde, had je nog steeds ruimte over. Je zou er zelfs drie kamelen en een middelgrote palmboom in kunnen proppen, als je toch bezig was. Ten tweede was deze lift heel schoon. Antiseptisch als een splinternieuwe doodskist. De wanden en het plafond waren van absoluut smetteloos gepolijst roestvrij staal, en op de bodem lag een kraakheldere, fraai mosgroene vloerbedekking. Ten derde was het er doodstil. Er was geen geluid te horen geweest - letterlijk geen enkel geluid - vanaf het moment dat ik in de lift stapte en de deuren dichtschoven. Stille waters, diepe gronden.

De in 1949 geboren Haruki Murakami (niet te verwarren met generatiegenoot Ryu Murakami) debuteerde in 1979 en is sinds halverwege de jaren tachtig een van de populairste schrijvers in Japan. Ook daarbuiten is zijn werk bekend, met name in de Verenigde Staten, waar sinds enige tijd vrijwel ieder nieuw werk van hem onmiddellijk vertaald wordt en waar de schrijver zelf enige jaren woonde. In Nederland heeft uitgeverij Atlas vorig jaar twee eerder bij Bert Bakker uitgegeven vroege werken van Murakami herdrukt: begin 2002 kwam 'De jacht op het verloren schaap' uit (in Japan oorspronkelijk verschenen in 1982) en tegen het eind van het jaar het uit 1985 daterende 'Hard boiled wonderland en het einde van de wereld', waar bovenstaand fragment uit afkomstig is. In 2001 verscheen de vertaling van het kortere werk 'Ten zuiden van de grens' (1992), ook bij Atlas.

Hoewel de romans van Murakami zich in Japan afspelen, is de sfeer die zijn boeken uitademt niet 'typisch' Japans in de traditionele, laten we zeggen, samoerai-en-geisha-zin-des-woords. Bovenstaand fragment is typerend voor de vlotte, ironiserende verteltrant van Murakami, wiens hoofdpersonages meestal sympathieke, maar enigszins saaie mannen zijn met een voorliefde voor bier en spaghetti, leeftijd eind twintig, begin dertig. Deze goeierds raken zonder daar zelf invloed op te hebben en in tegenspraak met hun saaie persoonlijkheid, in vrij onwaarschijnlijke situaties verzeild. De luchtige sfeer is de voornaamste reden waarom in Japan zelf door het oude literaire establishment Murakami niet als behorende tot de 'ware' of 'pure' literatuur (jun-bungaku) wordt beschouwd, zoals die destijds bedreven werd door grote naoorlogse schrijvers als Kawabata, Tanizaki, Mishima en, tot op de dag van vandaag, Nobelprijswinnaar Kenzaburo Oë. Gelukkig trekt het jongere Japanse lezerspubliek zich daar niets van aan.

De onderkoelde humor maakt dat Murakami's romans licht verteerbaar zijn, terwijl ze tegelijk een vreemde afstand tot het beschrevene in zich bergen. Alsof wat er allemaal gebeurt niet echt is. En dat is het waarschijnlijk ook niet.

'Hard boiled wonderland en het einde van de wereld' bestaat uit twee parallel vertelde verhalen: 'Hard boiled wonderland' en 'Het einde van de wereld'. De hoofdstukken van deze twee verhalen wisselen elkaar af. In de loop van het boek wordt duidelijk dat de verhalen verweven zijn: door subtiele aanwijzingen in het ene verhaal begrijpt de lezer de gebeurtenissen in het andere verhaal steeds beter, wat de spanning erin houdt en de op het eerste gezicht geforceerd aandoende vorm waarin het verhaal gegoten is, functioneel maakt.

De twee verhalen zijn elkaars tegengestelde en tegelijkertijd twee kanten van dezelfde medaille. 'Hard boiled wonderland' is - de titel geeft het al aan - een sciencefiction-achtig actieverhaal dat in het moderne Tokio speelt, maar niet het Tokio zoals de gemiddelde inwoner van die stad het kent. De ik-figuur met Philip Marlowe-trekken is een zogenaamde 'Calcutec', een hightech gegevensbeveiliger, die, zonder het zich te realiseren, de hoofdrol speelt in een informatie-oorlog tussen 'Het Systeem' en 'De Fabriek'. Hij wordt gehersenspoeld door een verstrooide professor, trekt samen op met diens te dikke maar aantrekkelijke kleindochter, begint een relatie met een niet minder aantrekkelijke, door voedsel geobsedeerde maar toch slanke bibiliothecaresse en wordt achtervolgd door Hekelingen, agressieve trol-achtigen die ondergronds Tokio onveilig maken en samenspannen met de maffiose medewerkers van 'De Fabriek'.

Deze onwaarschijnlijke omgeving wordt voor de lezer acceptabel door Murakami's humor, die de scherpe kantjes van de soms onwerkelijke spanning op een prettige manier wegvijlt. En voor de verdere balans is er het tweede verhaal, 'Het einde van de wereld': dit verhaal speelt zich af in een 100% surrealistische maar wel zeer rustige setting waarin hoegenaamd niets gebeurt: geen Tokio dus, maar een ommuurde stad waar niemand uit kan, bewoond door mensen zonder schaduw of geest en door eenhoorns, die bij bosjes sterven als het winter wordt. De ik-figuur van dit verhaal komt als nieuweling in de stad er maar langzaam achter dat hij in het einde van de wereld verzeild is geraakt. Zijn schaduw is van hem afgenomen, maar leeft nog wel. Van de poortwachter van de stad, de de-factobaas over iedereen, mag hij zijn schaduw soms even spreken. Zonder daar zelf zeggenschap over te hebben, wordt de ik-figuur als lezer van 'oude dromen' tewerkgesteld in de bibliotheek van de stad, alwaar hij verliefd wordt op, jawel, de bibliothecaresse.

Dit artikel zou zijn doel voorbij schieten als op deze plek de ingenieuze manier waarop beide verhalen met elkaar verbonden zijn, uit te doeken gedaan werd. Blijft over een poging te duiden hetgeen Murakami gepoogd heeft over te brengen op de lezer. Zoals de uitgever op de achterflap stelt kan het boek gezien worden als 'een even hilarisch als doordacht beeld van de menselijke natuur en de werking van ons verstand'. Een culturelere uitleg is mogelijk maar tegelijkertijd gevaarlijk, omdat bij besprekingen van niet-westerse literatuur de neiging van de westerse recensent om te veel belang te hechten aan het niet-westers (in dit geval Japans)-zijn van de auteur, zeker niet altijd ter zake is. Toch kan het verhaal zonder al te ver te zoeken als kritiek op de Japanse maatschappij gelezen worden: de verstikkende invloed van 'Het Systeem' en 'De Fabriek' op het willoze individu zijn een uitstekende metafoor voor de ongezonde macht die staat en bedrijfsleven in Japan uitoefenen en de kansloze positie van de burger te midden daarvan. Of, breder, een metafoor voor de hele geïndustrialiseerde wereld en de geestelijke armoede van de hedendaagse stadsbewoner en de onmacht van die stadsbewoner te vluchten voor dit alles.

Hoe het ook zij, met de heruitgave van dit boek is een fascinerend verhaal van een bijzondere auteur (wederom) ontsloten voor het Nederlandse taalgebied, en dat is toe te juichen. Hopelijk zal Atlas in de nabije toekomst het aantal titels van Murakami verder uitbreiden, want hoewel 'Hard boiled wonderland en het einde van de wereld' een vroeg hoogtepunt in het oeuvre van Murakami is, heeft hij zich sinds die tijd verder ontwikkeld tot een veelzijdig en, op indirecte wijze, steeds maatschappelijk relevantere schrijver. Het nu al beschikbare vroege werk 'De jacht op het verloren schaap', destijds zijn doorbraak in Japan, is zeer de moeite waard om een beeld te krijgen van zijn obsessies: schapen, helderziende vrouwen, eventueel met lichamelijke gebreken of andere bijzonderheden, muziek (vooral jazz), whisky, het eiland Hokkaido en (lekker) eten.

In 1995 voltooide Murakami zijn meest ambitieuze werk tot nu toe, 'The Wind-up Bird Chronicle', zoals de Engelse vertaling luidt, over de geestelijke bewustwording van een werkloze jongeman, waarin veel van eerdergenoemde obsessies van Murakami tot de schapen aan toe weer een rol spelen. De manier waarop Murakami soortgelijke personages of fenomenen telkens weer een rol laat spelen in verschillende verhalen doet denken aan de manier waarop John Irving te pas en (soms) te onpas beren, de stad Wenen, weeskinderen en de worstelsport in zijn romans laat opdraven. Het verschil met Irving is dat Murakami niet vervalt in slapstick en de lezer niet het gevoel geeft dat zijn obsessies gezien moeten worden als autobiografische elementen, daarvoor zijn veel van de gebeurtenissen te onwerkelijk. Recentelijk heeft Murakami zich op non-fictie gestort in de vorm van een serie interviews met slachtoffers van de sarin-gasaanval op de Tokiose metro in 1995 ('Underground - The Tokyo Gas Attack and The Japanese Psyche'). Kortom, een bijzondere, moderne schrijver met een rijk oeuvre dat klaarligt om ook in Nederland verder ontdekt te worden.

Deel dit artikel