Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Nederlandse buitenkunst is nogal braaf - maar is dat erg?

Cultuur

Joke de Wolf

'Santa Claus', beter bekend als Kabouter Buttplug, op de Rotterdamse Nieuwe Binnenweg. © Hollandse Hoogte / Peter Hilz

Joke de Wolf bekijkt deze zomer beelden langs de snelweg, op de rotonde, het plein en in de vinexwijk. Voorafgaand aan een serie 'Buitenkunst' maakt ze de balans op. Kunstwerken in de openbare ruimte zijn braver dan ooit. Hoe komt dat? En is dat erg?

Een waarschuwing vooraf: dit stuk gaat over opdringerige kunst. Kunst die in de weg staat, parkeerplaatsen kost, het uitzicht beïnvloedt, de horizon verstoort met haar rare vormen, haar foute kleur, haar grootte, haar lelijkheid. Kortom: dit stuk gaat over kunst in openbare ruimte.

Lees verder na de advertentie

Trouw staat deze zomer stil bij de beeldende kunst die we meestal gewoon voorbijgaan: de kunst in het weiland, op het plein, langs de snelweg, in de vinexwijk en op de rotonde. Vele duizenden beelden - hoeveel precies weet niemand - verspreid over vele duizenden locaties, die niet zo vaak worden beoordeeld en beschreven. Wat maakt die beelden goed, of niet?

Vanaf volgende week woensdag brengt Trouw zes afleveringen van de serie Buitenkunst, met besprekingen van een kleine, subjectieve selectie uit het onmetelijke openluchtmuseum dat Nederland heet.

Kunst is on­voor­spel­baar, wat kunstenaars doen, kun je niet van tevoren bepalen

Jeroen Boomgaard

Hoe staat dat openluchtmuseum erbij? Buitenkunst zégt iets over een land, zegt Jeroen Boomgaard, lector kunst en publieke ruimte aan de Amsterdamse Rietveld Academie. "Als je het vliegveld of het station uitstapt in een vreemd land en je ziet een nieuw beeld van een koning of militair, dan weet je meteen dat er weinig bewegingsvrijheid is. Zie je een glimmend roestvrijstalen ding, dan kan je ervan op aan dat een bank of andere grote onderneming er veel te zeggen heeft."

Boomgaard ziet kunst in openbare ruimte niet alleen als een verfraaiing van de omgeving, het zegt ook iets over de culturele en politieke situatie van die omgeving, van het land. Hoe staat het er, als je het zo bekijkt, voor met Nederland?

'Kissing Earth' op het Stationsplein in Rotterdam. © Hollandse Hoogte / Maarten Hartman

Eerst maar eens een verkenningsrondje over Nederland. Wat viel er op, het afgelopen jaar? De sluizen op de Afsluitdijk lichten gezellig op als je er met je koplampen op schijnt: een werk van vormgever Daan Roosegaarde. Van de fonteinen in de elf Friese steden was het overgrote deel een dier. Architecten Zeinstra en Van Gelderen maakten in Ede een betonnen huisje met daarin een replica van de slaapkamer van Van Gogh. Op het Museumplein in Amsterdam staat deze zomer een beeld van twaalf meter hoog van Joseph Klibansky. Het is een astronaut die zweeft tussen de stoel van Van Gogh en een vaas met zonnebloemen. Meer beelden zijn tijdelijk, sommige beelden komen er helemaal niet. De gemeente Rotterdam zag af van het kunstwerk van Olafur Eliasson op het stationsplein na gemopper van bewoners, nog voordat het kunstwerk er was. Zo verging het ook Femke Schaaps videokunstwerk voor een parkje in Amsterdam-Zuid, in opdracht van de gemeente. Daarover later meer.

Braafheid

Erg spannend is het allemaal niet. Waar komt die braafheid in openbare ruimte vandaan? Durven de kunstenaars niet, of zijn het de bestuurders? Of speelt er nog iets anders mee?

Aan de kunstenaars ligt het niet. Buitenkunst is anders dan museumkunst. Een schilderij komt in een museum omdat een museumdirecteur het schilderij goed vindt. De kunstenaar heeft dat werk meestal uit eigen beweging gemaakt, en verkoopt het aan het museum. Bezoekers kopen een kaartje voor het museum omdat ze denken dat ze er iets moois of bijzonders zullen zien. Als ze het niet goed vinden, gaan ze weer weg. Ze kiezen voor de gok.

Bij kunst in de openbare ruimte gaat het anders. Daar is het niet de kunstenaar, maar de eigenaar of beheerder van de grond die het kunstwerk kiest. Bij een beeldentuin is het werk er al, maar in vrijwel alle andere gevallen moet het kunstwerk nog gemaakt worden. Het resultaat is onvoorspelbaar, en alle voorbijgangers en gebruikers van de ruimte voelen zich een beetje eigenaar. Hier neemt de bestuurder een gok.

De grootste openbare ruimte, het internet, verlamt de besluiten over de echte buitenruimte

Gokken hoort bij kunst, maar niet per se bij besturen, weet lector Boomgaard: "Veel gemeenten realiseren zich niet wat het betekent als ze om een kunstwerk vragen. Kunst is onvoorspelbaar, wat kunstenaars doen, kun je niet van tevoren bepalen. Dat is een grote valkuil voor opdrachtgevers die het eindresultaat zoveel mogelijk willen sturen."

'Lichtpoort' op de Afsluitdijk. © RV

Kunst die zich niet meteen prijsgeeft, waarvoor je misschien eerst zelfs afkeer voelt, is wat hem betreft het spannendst. Want juist die kunstwerken maken ruimte voor verhalen en discussies. Discussies die er mógen zijn. Om die gok te wagen, te weten welke kunstenaar je kunt vertrouwen, is kennis nodig, ervaring met kunst in openbare ruimte. En laat die kennis nou precies zijn wegbezuinigd.

Geen centrale instantie

De kennis was verspreid over alle bestuursorganen die kunst konden en wilden plaatsen: de gemeente, de provincie, het Rijk, zorginstellingen en particulieren. Er is geen centrale instantie voor kunst in openbare ruimte, die is er ook nooit geweest. Een van de weinige instanties die wél in het hele land actief waren, tussen 1999 en 2011, was de Stichting Kunst en Openbare Ruimte, Skor (vanaf 1982 al actief als Praktijkbureau Beeldende Kunstopdrachten).

Wat Daan Roosegaarde doet, is interessant, maar heeft weinig met kunst te maken

Tom van Gestel, directeur Skor

Deze stichting richtte zich op het bedenken en organiseren van speciale kunstprojecten. Voormalig Skor-directeur Tom van Gestel: "Vóór de bezuinigingen van 2011 (die ook de geldkraan voor de stichting zelf dichtdraaiden, JdW) waren er cultuurraden bij de provincies en in de gemeenten, instanties die zich continu bezighielden met kunst en cultuur. Er was meer kennis en meer geld." Dus werd de stichting regelmatig gebeld voor advies, en als het idee aan de andere kant van de lijn hun interessant leek, kon er een project uit groeien. Daarnaast wisten de opdrachtgevers zelf ook vaak de weg naar de kunstenaars te vinden, er was een geoliede infrastructuur.

Nederland hád een voorbeeldfunctie in de wereld. Die is het volgens Van Gestel nu kwijt. "Ik zou geen twintig uitblinkers meer kunnen noemen van de laatste vijf jaar." Ook volgens hem wordt er weinig avontuurlijk gedacht. "De nadruk ligt meer op vormgeving. Wat Daan Roosegaarde bijvoorbeeld doet, is interessant, maar heeft weinig met kunst te maken."

Met het wegvallen van de kennis en begeleiding aan de opdrachtkant is veel veranderd. Toch is het niet allemaal treurnis. Er zijn nieuwe kleinere initiatieven en vindingrijke gemeenten die zelf oplossingen zoeken en soms vinden. Er zijn lokale adviesbureaus, zoals Stroom in Den Haag en Taak, dat vanuit Amsterdam kunstprojecten voor de openbare ruimte in heel Nederland bedenkt en coördineert. Maar zelden blijft daarvan iets zichtbaars achter, daarvoor ontbreken het budget en het lef.

Burgerprotest

Want een andere stem die steeds meer invloed krijgt bij de inrichting van de openbare ruimte is die van de boze burger. Kunstenaar Femke Schaap kreeg daar direct mee te maken. Het Amsterdamse stadsdeel Oud-Zuid koos in 2008 haar ontwerp voor een kunstwerk in het nieuwe parkje langs de Theophile de Bockstraat in Amsterdam. 'Westland Wells' is een werk uit drie delen, waar na zonsondergang video's van stromend water op stenen zuilen worden geprojecteerd. Toen in 2014 eindelijk de fundering werd gelegd, kwam er hard protest uit de buurt.

'Vrijheidsvuur', beter bekend als de 'Paal van Bernhard', in Wageningen. © Hollandse Hoogte / Luuk van der Lee Fotografie

Er waren inspraakavonden geweest, de bewoners hadden het voorstel al goedgekeurd. Maar in zes jaar was de buurt rigoureus getransformeerd van een volksbuurt naar een woonwijk voor hogere inkomens. Zes nieuwe bewoners vreesden dat de waarde van hun woning zou dalen, dat het kunstwerk hangjongeren zou aantrekken. Ze stuurden een petitie rond die claimde dat het kunstwerk het nieuwe, gevaarlijke fietskruispunt nog gevaarlijker zou maken - 'voorkom onveilige speelomgeving' - en dat het werk fel stroboscopisch licht zou verspreiden. De gemeente paste het kruispunt aan en weerlegde de geruchten, maar een klein groepje bleef fel protesteren. De zaak werd opgepikt door de politiek, en in 2016 besloot de gemeente toch af te zien van plaatsing van het beeld. Nu zoekt zij een andere locatie.

Georganiseerd protest

Natuurlijk was er altijd al gemor over nieuwe beelden, nieuwe kunst. Ook de Rotterdamse Kabouter Buttplug alias Santa Claus van Paul McCarthy moest de eerste jaren 'schuilen' bij museum Boijmans omdat hij niet op straat werd geduld. Nu lijkt dat gemopper veel sneller een georganiseerd protest, een actiegroep op Facebook is zo aangemaakt. De grootste openbare ruimte, het internet, verlamt de besluiten over de echte buitenruimte omdat de opdrachtgevers, de bestuurders, de kennis missen een passend weerwoord te geven.

Wat wordt er dan wél geplaatst, naast de Roosegaardelampjes en driedimensionale Van Goghschilderijen? Jeroen Boomgaard constateert een wildgroei aan dierenbeelden. 'Het bronzen beest en zijn betonnen vrienden' noemt hij ze. Anders dan mensfiguren, die vaak nog een specifieke persoon of bevolkingsgroep vertegenwoordigen, zijn dieren neutraal, veilig dus. En ze roepen wel bij iedereen een emotie op, maar zelden een vijandige.

De nietsvermoedende vreemdeling die rondwandelt in Nederland en de cultuur meet aan de nieuwste buitenkunst, kan dus constateren dat hier een dierentuin-democratie regeert, met hier en daar een kabouter. Gelukkig is er ook nog buitenkunst die wel tot de verbeelding spreekt, en die staat vaak dichterbij dan je denkt.

De serie 'Buitenkunst' begint woensdag 18 juli met landschapskunst.

Lees ook:

Blokvormen en primaire kleuren sieren 'Zuid'

Hoe zet je een twaalf meter hoog stalen kunstwerk neer? Curator Rudi Fuchs geeft aanwijzingen bij de inrichting van beeldenexpositie ArtZuid.

Deel dit artikel

Kunst is on­voor­spel­baar, wat kunstenaars doen, kun je niet van tevoren bepalen

Jeroen Boomgaard

De grootste openbare ruimte, het internet, verlamt de besluiten over de echte buitenruimte

Wat Daan Roosegaarde doet, is interessant, maar heeft weinig met kunst te maken

Tom van Gestel, directeur Skor