Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De mythe van Troje in beeld gebracht

Cultuur

Cees Straus

Review

Op de westkust van Turkije ligt al sinds vijf millennia een stad die ooit de naam Troje droeg, vereeuwigd in het spannende epos de Ilias, door stadsgenoot Homerus geschreven. Over deze stad, de recente opgravingen, maar bovenal over het beeld dat ervan resteert in de kunst, gaat een groots opgezette presentatie in het Duitse Bonn.

Voor de classicisten zal het dagelijkse kost zijn, maar de doorsneebezoeker van de tentoonstelling 'Troje – droom en werkelijkheid' in de Kunsthal in het Duitse Bonn beseft dat hij hier oog in oog met de vroegste Europese beschaving staat. Een expositie die alles rond Troje en daarmee ook Ilias van Homerus in beeld brengt, kan bogen op een oneindige schat aan fraaie beelden, die allemaal deel uitmaken van een eeuwenlange geschiedenis van mythes en legenden.

Tegelijk loert het gevaar dat het verleden alleen geïnterpreteerd kan worden op grond van gegevens die uit datzelfde verleden, maar dan van jongere datum, resteren. De Troje-expositie in Bonn laat de mythe herleven, maar corrigeert daarnaast hardnekkige misverstanden.

Het zijn misverstanden die gemakkelijk konden ontstaan omdat de feiten destijds niet geheel verifieerbaar waren. Dat komt omdat de opgravingsgeschiedenis van de huidige site op de westkust van Aziatisch Turkije relatief jong is. Het mag dan zo zijn dat al in 1871, met de Duitse amateurarcheoloog Heinrich Schliemann een begin werd gemaakt met een serieus onderzoek naar wat nu wordt beschouwd als de vroegste wortels van de Europese beschaving, in feite dateren de meeste feiten die letterlijk boven de grond kwamen, van nog geen twintig jaar geleden. Zo werd de site van Troje nog in 1988 op de lijst van werelderfgoedmonumenten geplaatst. Jaarlijks wordt de Isarlik-heuvel die nog altijd het oude Troje bedekt, door een team van onderzoekers van de Universiteit van Tübingen in Duitsland in kaart gebracht. Zij zijn sinds 1986 bezig. Daarvoor hebben de opgravingswerkzaamheden zeker een halve eeuw stil gelegen. Troje mag dan wel een bekende klank hebben, als plaats waar de prehistorie in ogenschouw kan worden genomen, is ze lang niet zo populair als vergelijkbare oorden in Griekenland, Egypte of Italië.

Dat ons niettemin een vracht aan beelden met de Trojaanse geschiedenis als onderwerp is toegekomen, danken we aan de 28 000 verzen die Homerus aan de Trojaanse oorlog heeft gewijd en die gebundeld zijn in de 'Ilias'. Overigens: Homerus behandelt slechts 51 dagen uit deze in totaal tien jaar durende krijg tussen Trojanen en Grieken.

Tegenwoordig wordt aangenomen dat Homerus, die omstreeks 770 voor Christus is geboren, het toenmalige Troje moet hebben gekend. Hij schreef in een dialect dat gesitueerd wordt in het toenmalige Ionië in een tijd dat de Grieken kort tevoren het schrift hadden overgenomen van de Feniciërs. Daarmee is de Ilias het oudste literaire kunstwerk uit de Europese beschaving, terwijl ze handelt over een geschiedenis die nog enige eeuwen vroeger gesitueerd moet worden. De Trojaanse strijd speelde zich af de Myceense periode (1600 tot 1150 voor Christus). Homerus kon zich alleen op gezongen verhalen beroepen, wat op zich al een reden tot verwarring gaf. Feitelijke misverstanden kregen ná zijn leven pas goed een kans. Voor zover er al sprake kon zijn van bronnenonderzoek, was die altijd op persoonlijke motieven gebaseerd. Nadat de stad, getroffen door een aardbeving en definitief afgebroken door de Romeinen, de destijds nog zo donkere Middeleeuwen inschoof, is er zelden nieuwsgierigheid naar de ware vindplek betoond. Wat dat betreft heeft Heinrich Schliemann, niet eens een professionele onderzoeker, in de negentiende eeuw een prestatie van wereldformaat geleverd door zich als de eerste nieuwsgierige op 'Ground Zero' te begeven. Hij deed dat – een feit dat door hem zelf werd verzwegen – op instigatie van de door hem ingehuurde Britse amateurarcheoloog, en diplomaat Frank Calvert. Dat was in de jaren tussen 1871 en 1873 toen Schliemann ter hoogte van de heuvel Hisarlik zijn spa in de grond stak.

Wat Schliemann uiteindelijk opgroef, kwam uit een van de oudste perioden van Troje. Waarschijnlijk groef Schliemann, die er van overtuigd was dat hij het Troje van Homerus had gevonden, zo ver door dat hij wat nu als 'de tweede laag' wordt beschouwd, bereikte. Die wordt tegenwoordig gedateerd op 2550 voor Chr., bijna vier eeuwen jonger dan laag I die de oudste geschiedenis van Troje rond 2900 voor Chr. bestrijkt.

Nog altijd is maar een klein deel van de stad in kaart gebracht: en alleen dan nog de bovenstad waarvan we weten dat er minstens tien lagen zijn met elk hun eigen geschiedenis. Van de benedenstad die met een haven aan de Dardanellen was gesitueerd, is nog steeds weinig bekend.

Aangenomen mag worden dat de geschiedenis van de benedenstad een nieuw licht op de vroeg Europese beschaving zal werpen. Troje nam in de Bronstijd een sleutelpositie in: de stad bewaakte zowel de toegang tot het oosten (lees Azië) als tot het westen (Europa). Strategisch gelegen aan een zee-engte die slechts twee keer per jaar gedurende veertien dagen bezeild kon worden, beheerste het de hele Oostelijke invloedssfeer. Om die reden was de stad uitgegroeid tot een groot vestingwerk, dat letterlijk aan de top van een al omvattende machtsstructuur stond. Behalve de fundamenten van al die paleizen en fortificaties is er ter plekke weinig meer te zien dat nog uit de bronstijd dateert. De reden daarvan ligt onder meer in de gebruikte bouwmaterialen. Werd er in Griekenland, in het latere Rome en ook op andere plaatsen in het Middellandse Zeegebied gebruikgemaakt van (bak)steen om te bouwen, op de kust van klein-Azië was alleen leem voor handen.

De artefacten die uit deze periode dateren, zijn van huishoudelijke of rituele aard. De mythe van de Trojaanse cultuur komt echter tot wasdom in de vele kunstwerken die elders en later zijn gemaakt: de Griekse amforen, de middeleeuwse manuscripten (in de Aeneasroman van Hendrik van Veldeke uit 1220 is al te zien hoe een paard op houten wielen de stad wordt binnengereden), de etsen en schilderijen uit de renaissance, (de Italiaanse majolica-makers grepen de mythe van het Paard aan voor voorstellingen op hun veelkleurige schotels), de weelderig vormgegeven barokschilderingen. Dat alles zijn evenzovele tijdgebonden interpretaties van het Troje dat al door Homerus tot mythe was verheven.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie