Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De man die ten onder gaat. Het posttraumatisch proza van Philip Roth (1933-2018)

Cultuur

Rob Schouten

Philip Roth behoorde tot de meest gelauwerde schrijvers van Amerika. © AP
Necrologie

In één week raakte de Amerikaanse literatuur twee van haar gezichtsbepalende auteurs kwijt. Na vorige week de rechts-conservatieve dandy Tom Wolfe, nu de links-progressieve Philip Roth. 

De dood van Roth, die gisternacht op 85-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Manhattan overleed, berooft de wereld niet alleen van een van haar belangrijkste en meestgelezen schrijvers maar ook van een jarenlang geheide Nobelprijskandidaat die de prijs evenwel nooit ontving vanwege de anti-Amerikaanse stemming onder de Zweedse juryleden, zoals dat overigens ook grote schrijvers als Vladimir Nabokov en John Updike overkwam. En dat terwijl hij enkele werken schreef die tot de belangrijkste van de Amerikaanse en de Westerse literatuur behoren, waaronder 'Portnoy's complaint' ('Portnoy's klacht') uit 1969 en 'The plot against America' ('Het complot tegen Amerika') uit 2004.

Lees verder na de advertentie
Met onder meer de satire als wapen, waarschuwde hij keer op keer tegen de xenofobie in het beloofde land van de emigranten

Philip Milton Roth werd in 1933 geboren in Newark, New Jersey, in een liberaal joods middenstandsgezin. Steeds opnieuw koos hij in zijn werk zijn eigen achtergrond als uitgangspunt, bijna al zijn hoofdpersonen uit de meer dan dertig romans die hij schreef stammen uit het jaar 1933 en uit het ietwat morsige industriestadje Newark. Niettemin maakt hij er steeds weer een ander personage van, met nieuwe ervaringen en gevoeligheden, alsof zijn eigen biografie almaar nieuwe aspecten en perspectieven bood.

In de biografie 'Roth' die Claudia Roth Pierpoint (geen familie) schreef, laat ze aan de hand van zijn oeuvre dat ze vergelijkt met allerlei familie-anecdotes, zien hoe Roths vaak controversiële literatuur steeds opnieuw voortkomt uit zijn biografie. Tegelijkertijd beschreef hij zijn eigen wereld scherper en toegespitster dan ze in werkelijkheid was.

Xenofobie

Hoewel Roths joodse afkomst prominent in zijn boeken doordringt, beschouwde hij zichzelf niet als een joods maar als een Amerikaans schrijver. In die hoedanigheid ventileerde hij in zijn boeken en daarbuiten uitgesproken ideeën over de Amerikaanse politiek en de maatschappij. Met onder meer de satire als wapen waarschuwde hij keer op keer tegen de xenofobie en het conservatisme in het beloofde land van de emigranten, die zijn eigen grootouders ook nog waren.

Aanvankelijk maakte Roth vooral naam als schandaalschrijver, die in de jaren zestig de Amerikaanse pudeur opschudde. Zijn iconische roman Portnoys complaint, de biecht van een joods-Amerikaanse 33-jarige man tegen zijn psychiater over zijn seksuele obsessies, trok vooral vanwege de expliciete passages veel aandacht.

Niet alleen positieve aandacht overigens, met name de joodse gemeenschap was weinig gesticht door dit staaltje van vermeende joodse zelfhaat: 'Portnoy’s Complaint is het boek waarop alle antisemieten hadden zitten wachten, erger dan De protocollen van Zion', schreef Gershom Scholem in de Israëlische krant Haaretz. In de jaren zestig golden passages over Alexander Portnoys dwangmatige masturbatie in openstaande pakken melk, stukken lillende lever die in de koelkast liggen en de bh van zijn zus nog als buitengewoon ongepast. Zelf verklaarde hij zich in die tijd tot een 'slave of the cunt’. Milan Kundera, wat academischer, noemde Philip Roth ooit 'de geschiedschrijver van de erotiek'. Met Portnoys complaint was Philip Roths naam in elk geval gemaakt.

In de jaren zestig golden passages over Portnoys dwangmatige masturbatie in openstaande pakken melk nog als buitengewoon ongepast

Ook in andere romans, zoals 'Professor of Desire' ('Professor in de begeerte', 1977) spelen mannelijk lustgevoelens een belangrijke rol. Maar wie alleen naar de erotomanie van Roths hoofdpersonen kijkt zit er naast. De overgave van Roths hoofdpersonen aan hun lustgevoelens maken in feite deel uit van een groter gevoel van menselijke onmacht en aards-lichamelijke overmacht: 'Onzuiverheid, wreedheid, mishandeling, vergissingen, stront, zaad – er is geen andere manier om op aarde te zijn', schrijft hij in 'The human stain' ('De menselijke smet').

Onheilsprofeet

Maar gaandeweg ontwikkelde Roth zich van omstreden provocateur en opschudder der Amerikaanse zeden tot een cultuurcriticus, een onheilsprofeet, enigszins in de trant van wat Umberto Eco ooit de 'apocalyptici' van onze tijd noemde. Wie dacht dat zulk ondergangsdenken voorbehouden is aan de elitaire, behoudzuchtige high-brows, vergist zich. Philip Roth belichaamde met zijn afkeer van riooljournalistiek, verkoopcijfers en plat effectbejag een nieuw soort linksheid, dat niet alleen de onverlichte machthebbers gispte maar ook de oogkleppenwereld van de gewone man.

Vooral zijn laatste boeken getuigen van een diep gevoelde onvrede met de Amerikaanse maatschappij en cultuur. In het meesterwerk 'Het complot tegen Amerika', een treffend voorbeeld van if-history, en een van de meest indrukwekkende boeken die ik deze eeuw las, beschrijft Roth wat er van Amerika terecht zou zijn gekomen als in plaats van Roosevelt de met nazi-sympathieën besmette piloot Charles Lindbergh het land door de Tweede Wereldoorlog had geleid. Het is een soort alternatieve autobiografie over de jongetjes Roth, Philip en zijn broer, die opgroeien in een wereld vol toenemende antisemitische terreur. Tot een echte holocaust komt het niet, daarvoor was Roth realistisch genoeg, maar het is juist die sfeer van onzekerheid, te vergelijken wat wat joden in Europa aan het begin van de nazi-terreur voelden, die Roth meesterlijk heeft getroffen en die je bijblijft.

Het complot tegen Amerika is een angstaanjagende dystopie, goed passend in het door Roth verafschuwde Bush-tijdperk. Hij had het ook vandaag de dag, onder Trump kunnen schrijven maar Roth had, gedesillusioneerd, al in 2012 zijn pen neergelegd. Hij had het gevoel dat de literatuur er niet meer toe deed.

Zijn ex-vrouw Claire Bloom beschreef hem, niet mals, als een 'egocentrische vrouwenhater'

Karakteristiek voor Roths teleurgestelde engagement is wat zijn veelgebruikte literaire alter ego Nathan Zuckerman in zijn late roman 'Exit ghost' ('Exit geest') de nieuwsmakers onder de neus wrijft: 'De cultuurjournalistiek van uw krant - hoe meer ervan is, hoe slechter de kwaliteit. Zodra je je begeeft in de ideologische simplificaties en biografische minimalisme van de cultuurjournalistiek, gaat het wezen van het kunstwerk verloren. Uw cultuurjournalistiek is boulevardjournalistiek vermomd als belangstelling voor "de schone kunsten", en alles wat er door wordt aangeraakt, wordt gereduceerd tot iets wat het niet is. Wie is die beroemdheid, wat is de prijs, wat is het schandaal? Welke zonde heeft de schrijver begaan, en niet tegen de eisen van de literaire esthetiek, maar tegen zijn of haar dochter, zoon, moeder, vader, echtgenoot, minnaar, vriend, uitgever of huisdier.'

Grote drie

Zijn allengs gevestigde naam als ideeënman en cultuurcriticus verheelt niet dat Philip Roth in de eerste plaats een geweldige, soepele en indrukwekkende schrijver was, die samen met Saul Bellow en John Updike zoiets als de Amerikaanse Grote Drie vormde. Zo raak als hij in zijn vroegere romans de met zijn (on)vrijheid worstelende jonge en middelbare man schilderde, zo zette hij in zijn latere jaren indringende beelden neer van de ouder wordende man. Opvallend is trouwens dat Roth vrijwel nooit vrouwelijke hoofdpersonen schiep. Zijn ex-vrouw Claire Bloom beschreef hem, niet mals, als een 'egocentrische vrouwenhater' - en het moet gezegd, vrouwen komen in zijn werk vooral voor als lustobjecten. 

In het toneelstuk dat in Exit geest een rol speelt, vraagt de oude verliefde man aan de jonge meid: ‘Geven je borsten je zelfvertrouwen? Zij: ‘Ja’. Hij: ‘Hoe komt dat?’ Zij: ‘Dat mijn borsten me zelfvertrouwen geven? Ik weet dat ik iets heb wat mensen mooi vinden, waar mensen jaloers op zijn, wat mensen zich wensen. Het vertrouwen hebben dat je gewenst bent - dat is zelfvertrouwen.’ Hier spreekt de minder opgewonden, quasi-onderzoekende, maar in feite met onverminderde hormonale belangstelling toegeruste, wat aftandse opa Zuckerman/Roth. Ook het beeld van de dominante moeder in Portnoys complaint werpt geen erg gunstig beeld op de vrouw. Onder feministen had de schrijver dan ook bepaald geen goede naam.

Daarentegen zijn zijn beschrijvingen van teleurgestelde mannelijke zestigers en zeventigers, die ooit dachten dat de seksuele en maatschappelijke dageraad zou aanbreken maar die nog slechts plat consumentisme en populisme om zich heen zien, even scherp als tragisch en herkenbaar. 'Oud worden is geen strijd; oud worden is een slachting', bedenkt Alleman in de gelijknamige roman als hij voor de zoveelste keer in het ziekenhuis belandt en zich realiseert dat het verleden geen enkel garantie op succes biedt. Claudia Roth Pierpoint vat de hoofdpersoon van al Roths romans krachtig samen als 'De geslagen man, de kwetsbare man. De man die ouder wordt, die lichamelijke gebreken begint te vertonen, die zijn kunst niet meer kan bedrijven. De man die ten onder gaat.'

Zijn beschrijvingen van teleurgestelde mannelijke zestigers en zeventigers, zijn even scherp als tragisch en herkenbaar

Met z'n diep gevoelde illusieloosheid geeft Roth in zekere zin de neergang van de generatie uit de jaren zestig weer. Het enige wat nog rest is iets als wijsheid en inzicht. Je zou zijn laatste boeken kunnen rekenen tot de posttraumatische bezinningsliteratuur die Amerika na de deuk in het collectieve en individuele zelfvertrouwen na 9/11 heeft opgeleverd. Maar dat trauma was in feite al veel eerder ingezet, bijvoorbeeld met het oorlogsdebacle in Vietnam, waarvan Roth de gevolgen beschreef in 'American pastoral' ('Amerikaanse pastorale'), een boek dat samen met 'Ik was getrouwd met een communist' en 'De menselijke smet' wel de American Trilogy wordt genoemd: 'Hij had de moeilijke les geleerd die het leven ons kan leren - dat het geen zin heeft.'

Philip Roth behoorde tot de meest gelauwerde schrijvers van Amerika, in 1997 ontving hij de Pulitzerprijs, twee keer ontving hij de National Book Award en voor Het complot tegen Amerika kreeg hij de Society of American Historians Award voor 'de meest bijzondere historische roman over een Amerikaans thema in 2003-2004'. Onder het bewind van Clinton werd hem verder in 1998 de National Medal of Arts opgespeld. Maar de Nobelprijs, dit jaar sowieso niet uitgereikt, ontging hem dus telkens. Zeer ten onrechte en nu ook nog eens definitief.

Lees ook: Tom Wolfe, de grondlegger van ‘New Journalism’, is overleden

Hij maakte eerst de journalistiek literairder en daarna de literatuur journalistieker. De aanpak van de vorige week overleden Amerikaanse journalist en schrijver, Tom Wolfe, sprak tot de verbeelding en kreeg navolging in binnen- en buitenland. 

Deel dit artikel

Met onder meer de satire als wapen, waarschuwde hij keer op keer tegen de xenofobie in het beloofde land van de emigranten

In de jaren zestig golden passages over Portnoys dwangmatige masturbatie in openstaande pakken melk nog als buitengewoon ongepast

Zijn ex-vrouw Claire Bloom beschreef hem, niet mals, als een 'egocentrische vrouwenhater'

Zijn beschrijvingen van teleurgestelde mannelijke zestigers en zeventigers, zijn even scherp als tragisch en herkenbaar