Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De man die de aarde liet draaien schreef ook eenhoornsplinters voor GESCHIEDENIS

Cultuur

SYBE RISPENS

Review

Nicolaus Copernicus leerde dat de aarde om de zon draait en niet omgekeerd. Wat deze gedachte allemaal aan het rollen zou brengen, had hij niet kunnen vermoeden. Want hij was niet de revolutionair waar hij voor doorgaat Nicolaus Copernicus. Revolutionür wider Willen is te zien tot en met 19 oktober 1994 in Berlijn. De toegang is gratis. Zeiss Grossplanetarium, Prenzlauer Allee 80, 10405 Berlin. tel: 0049-(0)3042284198. Catalogus: Gudrund Wolfschmidt (red.): Nicolaus Copernicus. Revolutionür wider Willen. Verlag für Geschichte der Naturwissenschaften und der Technik, Berlin, 1994, 350 p., DM 25,00 Jürgen Hamel: Nicolaus Copernicus. Leben, Werk und Wirkung'. Spektrum, Berlijn, 1994, 355p., DM 68,00

De twijfel kwam in 1543. In dat jaar verscheen het hoofdwerk van Nicolaus Copernicus: “Over de omwentelingen van de hemelse schalen.” Wie het werk er nog eens op naslaat zal merken dat het oude er veel meer in opvalt dan het nieuwe. Toch zou Copernicus de geschiedenis ingaan als degene die de wereld in beweging heeft gezet. Een expositie in het Zeiss-Grossplanetarium in Berlijn laat de komende weken zien hoe hij een revolutionair werd zonder het zelf te willen.

Meteen al bij het begin van Copernicus' levensverhaal stuit je op de grote invloed die het middeleeuwse gedachtengoed op hem moet hebben gehad. Alle geschiedenisboekjes vermelden zijn geboortedatum zoals die door de schoonzoon van Philipp Melanchthon achter in zijn leerboek voor astronomie werd genoteerd: “Nicolaus Copernicus uit Thorn, domheer te Frauenburg, geboren 19 februari 1473 om 4 uur, 48 minuten”. Maar er is alle reden om deze datum te wantrouwen, vooral vanwege die precieze opgave van het moment van geboorte. Hoe zou dat tot op de minuut bekend kunnen zijn? Het gaat hier waarschijnlijk niet om een werkelijke geboortedatum, maar om een astrologisch 'gerectificeerde' datum. Men liet wezenlijke momenten in het leven nu eenmaal op een gunstige stand van de sterren en planeten afstemmen. Dat daarbij een geboortedatum enkele dagen voor- of achteruit kon schuiven, was de normaalste zaak van de wereld.

Op zijn tweeëntwintigste werd Nicolaus, via zijn invloedrijke oom Lukas Watzenrode, domheer van Frauenburg. De eerste twaalf jaar kreeg hij studieverlof. Hij studeerde in Krakau, Bologna, Padua en Ferrara, met een specialisatie in medicijnen, astronomie en kerkrecht. Na zijn opleiding reisde Copernicus af naar Frauenburg, om daar de volgende veertig jaar van zijn leven door te brengen in zijn functie als domheer.

In de praktijk betekende het ambt in het aan de Oostzee gelegen Frauenburg (tegenwoordig: Frombork) dat Copernicus als secretaris en arts werkzaam was. Eerst in dienst van zijn oom Lukas Watzenrode, later in die van het klooster. Daarnaast vond hij nog de tijd zich bezig te houden met een hervorming van de Pruisische munteenheid, en met cartografie, wiskunde en astronomie.

Copernicus genoot onder zijn tijdgenoten vooral bekendheid als medicus. Hij zorgde ervoor dat de armen in het Frauenburger hospitaal op een gratis behandeling konden rekenen en zijn doktersroem reikte tot ver over de grenzen van het Ermland. Op veel portretten is Copernicus met een sneeuwklokje in de hand afgebeeld, het symbool van een praktizerende arts. Beroemd is hij geworden vanwege zijn succesvolle behandelingen met kruiden en mineralen. In een van zijn recepten schreef hij onder meer voor: “rode aarde, kaneel, goud en zilverpoeder, saffraan, rozeblad, citrusschillen, poeder van vermalen parelen, barnsteen, koraal en eenhoornsplinters”.

De dokter van Frauenburg nam geestdriftig recepten over van de twaalfde-eeuwse Benediktijner abdis Hildegard von Bingen, en werkte net als zij met allerlei gezondheidsregels die zowel rekening hielden met het klimaat als met de sterrebeelden. Daarmee was Copernicus een typische vertegenwoordiger van de middeleeuwse astrologie; hij moet er daarbij als vanzelfsprekend vanuit zijn gegaan dat de aarde in het centrum van de kosmos staat. Van een revolutionair nieuw wereldbeeld is in zijn medische aantekeningen geen spoor terug te vinden.

Was dit in 'Over de omwentelingen van de hemelse schalen' eigenlijk anders? “Zoals ik mij goed kan voorstellen”, schreef Copernicus aan het begin van zijn grote werk aan paus Paulus III, “zal het nog eens zo ver komen dat bepaalde mensen, zodra zij hebben vernomen dat ik in mijn voorliggende boek aan de aardbol bepaalde bewegingen toeschrijf, zullen eisen dat men mij met deze opvatting meteen moet verwerpen”. Van de vernieuwing die er in zijn astronomie zat, was Copernicus zich dus ter dege bewust. Maar hier was niet iemand aan het woord die - zoals Melanchthon wilde beweren - uit vernieuwingszucht sprak.

“Over de omwentelingen van de hemelse schalen” bestaat uit twee gedeelten, waarvan het eerste een schets geeft van wat gewoonlijk het 'Copernicaanse wereldbeeld' wordt genoemd. Het tweede is daar een wiskundige uitwerking van. In het eerste stuk, dat leest als een trein, is de beroemde afbeelding te vinden die een planeetstelsel voorstelt waarbij de zon in het midden staat.

Deze tekening vat goed de tegenstelling samen tussen latere generaties die hierin het revolutionaire karakter van Copernicus zagen, en Copernicus zelf die er juist mee wilde aantonen dat hij midden in de traditie stond.

De eerstgenoemden schiet, overal waar maar een dramatische verandering van denkbeelden ter sprake komt, het plaatje van de stilstaande zon met de daaromheen draaiende aarde in gedachten. Sinds Immanuel Kant is de 'Copernicaanse wending' een standaarduitdrukking geworden voor een radicale standpuntsverandering. In de ogen van Goethe is Copernicus dankzij dat nieuwe beeld van het zonnestelsel een regelrechte revolutionair: “Misschien is er nog nooit een grotere uitdaging aan de mensheid gedaan”, schreef hij in 1810, “want wat ging er niet allemaal door deze kennis in rook op: een tweede paradijs, een wereld van onschuld, dichtkunst en vroomheid, de getuigenis van de zintuigen en de overtuigingskracht van een despotisch religieus geloof. . .”

Copernicus zelf zou van deze beschrijving vermoedelijk nogal zijn geschrokken. Juist de afbeelding van het heliocentrische planeetstelsel had precies het tegenovergestelde van een revolutie moeten aantonen.

De tekening zelf bestaat uit acht cirkels: bij de binnenste staat het woord sol, voor de stilstaande zon, daaromheen komt er voor elk van de planeten en voor de sterren een ring. Zo op het eerste gezicht staan deze cirkels voor de banen die de planeten om de zon afleggen. Copernicus zou hiermee inderdaad een revolutionair zijn geweest, maar de cirkels zijn geen planeetbanen. Hij vermeldde er niet bij wat ze dan wel moesten voorstellen, maar het is aannemelijk dat er een afbeelding is bedoeld van de 'hemelse sferen', een soort kogelronde schalen die in elkaar ronddraaien en waaraan de planeten zijn vastgemaakt.

Dat deze schalen ook in de titel van zijn hoofdwerk worden genoemd, wijst alweer op de anti-revolutionaire instelling van Copernicus. Hij wilde er waarschijnlijk mee laten zien op de hoogte te zijn van de antieke ideen over het universum: sinds Aristoteles waren de 'hemelse schalen' een vast bestanddeel van de astronomie.

De hele werkwijze van Copernicus was er trouwens op gericht de verbindingen tussen zijn vernieuwingen en de traditie te onderstrepen. Problemen en oplossingen bracht hij in de stijl van de gangbare astronomie en voortdurend zwakte hij de nieuwigheid van zijn denken af door de lijnen met Griekse auteurs te laten zien. Zo werd de eerste verandering die Copernicus wilde bereiken, de afschaffing van een ondoorzichtig stelsel van cirkels op cirkels op cirkels die de baan van de planeten nauwkeurig moesten beschrijven, gedreven door het voornemen terug te keren naar de eenvoud en harmonie van Plato's leer, waarin een eenvoudige, pure vorm als de cirkel het ideaal vormde. De tweede grote verandering ten opzichte van de Aristotelische astronomie is er een die Copernicus kende van Aristarchos van Samos, uit de vierde eeuw voor Christus. Die leerde dat de aarde net als alle andere planeten om de zon wordt bewogen. In de 14e eeuw hield de Franse scholasticus Nicolaas van Oresme een zelfde soort opvatting erop na.

De vernieuwingen van Copernicus blijkt hij zelf te hebben opgevat als niet meer dan een aanvulling en verbetering van de middeleeuwse astronomische systemen. Ook zijn medische aantekeningen wijzen erop dat Copernicus meer bij de middeleeuwen dan bij de moderne tijd gerekend kan worden. Het is veelzeggend dat in de Berlijnse tentoonstelling en in de indrukwekkende catalogus meer dan een derde van de ruimte wordt ingenomen door de middeleeuwse kosmologie. In het vrijwel gelijktijdig met de tentoonstelling verschenen overzicht van Copernicus' leven en werk (geschreven door een medewerker van de Berlijnse Archenhold-sterrewacht) is dat al niet anders. Als Copernicus de aarde al aan het rollen heeft gebracht, dan heeft hij zelf maar een bescheiden duwtje gegeven.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie