Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De literatuur gereduceerd tot cijfers

Cultuur

Anja Sicking

© Maus Bullhorst
Essay

Robots nemen het werk van schrijvers over. Dat verandert de lezer en de literatuur.

Zomer 1998. Documentairemaker Frans Bromet vraagt passanten of zij een mobiele telefoon hebben. De meerderheid antwoordt ‘nee’. En niemand wil er een. “Ben je aan het fietsen, word je gebeld.” En: “Ik hoef niet continu zo’n piepding te hebben als ik lekker ergens op een terrasje zit.”

Lees verder na de advertentie

Als er weer een nieuwe smartphone of ander slim apparaat op de markt wordt gebracht, denk ik vaak aan dat filmpje, niet alleen omdat de telefoons die erin worden getoond zo reusachtig lijken, maar vooral omdat het laat zien hoe radicaal ons denken over techniek is veranderd. Of het aanbod de vraag naar mobiele telefoons heeft bepaald of andersom, is moeilijk te zeggen. Toch is dat een belangrijke vraag, want nieuwe uitvindingen veranderen nooit alleen de leefwereld van de mens, maar ook ‘zijn natuur’. De mens is ‘kunstmatig van nature’ (Helmuth Plessner). De lijst van ‘hulpmiddelen’ is dan ook eindeloos: de speer, het schrift, de bril, de auto, enzovoort, maar sinds de uitvinding van de computer kruipt de techniek steeds dieper in ons. Ook de literatuur raakt verweven met rekenkracht, gigabytes en algoritmes. Willen we dat wel? En wie heeft er belang bij?

Ik typ een paar woorden, de bot geeft een voorzet voor een zin

Ronald Giphart

Literaire robot 

Voor de campagne ‘Nederland Leest’ verschijnt deze maand een heruitgave van ‘Ik, robot’. Aan deze bundel met negen science fictionverhalen van Isaac Asimov heeft Ronald Giphart een tiende verhaal toegevoegd. Of eigenlijk niet alleen Giphart, hij schreef dit verhaal samen met een literaire robot: de Asibot. Titel: ‘De robot van de machine is de mens’. Het is niet moeilijk te raden van welk teamlid deze titel komt. Om dergelijke zinnen te kunnen produceren is de Asibot gevoed met tienduizend Nederlandstalige boeken, van literaire romans tot vertaalde detectives, ruim een miljard woorden. De schrijver logt in via een interface. Giphart: “Ik typ een paar woorden, de bot geeft een voorzet voor een zin.” De Asibot gebruikt fragmenten uit romans, maar reproduceert de tekst niet letterlijk. Hierbij moeten we denken aan een elektronische glasbak, of Scrabble met woorden in plaats van letters. Een romanschrijver vormt natuurlijk evengoed nieuwe combinaties met bestaande woorden, maar er is een wezenlijk verschil. 

De Asibot produceert de nieuwe tekst zoals een robot Chinees in het Engels vertaalt: zonder iets van de betekenis te begrijpen.

Creativiteitsknop 

Maar de Asibot kan meer dan gewone zinnen produceren. Zo zit er een creativiteitsknop op. Zet je die schuif op 0, dan berekent de computer het meest waarschijnlijke vervolg op een letter of woord. Zo volgt na de letter ‘e’ nog een ‘e’ of anders wel een ‘n’. Gebruik je stand 1 dan komt de computer met ‘wilde suggesties’ of zelfs met nieuwe woordsamenstellingen. Ook kan de Asibot zinnen produceren in andermans stijl, bijvoorbeeld een mengeling van Giphart en Kristien Hemmerechts. Of, om maar eens een wilde combinatie te noemen, Marcel Möring en Esther Verhoef.

Of de Asibot ook andere elementen van een literair verhaal kan nabootsen, zoals beeldspraak en humor, of gelaagdheid kan aanbrengen, lees ik nergens. Voor zover ik heb kunnen nagaan, is een robotgrap vooral een toevalstreffer. Het is dan ook niet de bedoeling dat de literaire robot zelfstandig een boek schrijft, het gaat om een experiment waaraan naast Giphart wetenschappers meewerken. Ze vragen zich af: Wat is creativiteit? En authenticiteit? Wat is de rol van de menselijke auteur en hoe kan kunstmatige intelligentie een hulpmiddel zijn bij het schrijven? Iedere aanslag van Giphart wordt dan ook opgeslagen.

Het experiment heet op de website van de CPNB ‘opmerkelijk en volstrekt uniek’, maar de Australische schrijver en wetenschapper Oscar Schwartz experimenteerde al veel met ‘robotschrijven’. Hij richtte in 2013 de website ‘Bot or not’ op. De bezoeker ervan kan meedoen met de Turing-test voor poëzie. In Schwartz’ TED Talk ‘Kan een computer gedichten schrijven’ moet het publiek raden wie de maker van een gedicht is, computer of mens.

Eerste tegenspeler 

De eerste tegenspeler van de elektronische dichter is William Blake, die de verbeelding belangrijker vond dan de rede. Het merendeel van de aanwezigen in de zaal raadt welk gedicht door Blake is geschreven en welk gedicht het product is van een algoritme dat de taal van een Facebookfeed gebruikte. Maar bij een vergelijking tussen een gedicht van Frank O’Hara en het al veel oudere algoritme Racter is het publiek ineens verdeeld. De helft wijst Racter als menselijke dichter aan. Dan volgt de derde test.

1. Rode vlaggen de reden voor mooie vlaggen. / En lintjes. Lintjes van vlaggen. En materiaal dragen / reden voor materiaal dragen.

2. ’t Gewond hert springt het hoogst. / Ik hoor de woudnarcis Ik hoor de vlag vandaag / Ik hoor des jagers preek; ’t Is slechts d’ extase van de dood, / En dan is de rem bijna weg

Het gedicht van algoritme RKPC is menselijker dan dat van de dichter van vlees en bloed

Na het lezen van deze twee fragmenten verliest de dichter van vlees en bloed het van de bits en bytes: het publiek beschouwt gedicht nummer 2, dat door het algoritme RKPC werd geschreven, als menselijker dan dat van Gertrude Stein.

Rooms Katholieke basisschool 

RKPC werd ooit ontworpen door Ray Kurzweil, technisch directeur bij Google, schrijver, uitvinder en futurist. Hij maakte als tiener al een computerprogramma dat patronen in muzikale composities kon ontdekken en nieuw werk in de stijl van Bach of Mozart ‘componeerde’. RKPC is nauwelijks nog in gebruik. Als je de letters googelt, kom je op de website van de Rooms Katholieke basisschool De Toekomst.

Er bestaan wel moderne varianten van RKPC, bijvoorbeeld Torch-rnn, waarmee Hay Kranen in de Volkskrant experimenteerde. “Ik heb 60 columns gegenereerd van Arnon Grunberg op basis van alle 2000 ‘Voetnoten’ die hij heeft geschreven.”

Grunberg werkte mee in de verwachting dat er wel een goede parodie op ‘Voetnoten’ zou uitkomen, maar de computerzinnen deden de schrijver in lachen uitbarsten. Wat te denken van: “De teleurstelling moest zijn dat het sterftecijfer stijgt onder me ook een tafeltje met ironie.” Toch zegt Grunberg: “Ik denk dat je als columnist of zelfs als romanschrijver rekening moet houden met de mogelijkheid dat je op een gegeven moment vervangen wordt door een computer.”

'Bot or not'

Uit de test op de website ‘Bot or not’, die duizenden mensen deden, bleek dat het bij poëzie moeilijker te zeggen is of die elektronisch is vervaardigd dan bij proza: van 65 procent van de e-gedichten vermoedden de lezers dat die door een mens waren geschreven. Alan Turing was bij zijn test al bij 35 procent tevreden. Toch kunnen dergelijke testen misleidend zijn, want wat testen ze precies? De beperkte kennis van poëzie bij het grote publiek? Het belang van de ratio dan wel de verbeelding in het werk van dichters? Om dat te achterhalen zou je de test eens met alleen poëziekenners moeten herhalen, zoals in dubbelblinde tests met goedkope wijn in dure flessen is gebeurd. Zoals bekend vonden de wijnkenners de dure wijn nauwelijks lekkerder dan goedkope. ‘Gewone mensen’ vonden de goedkope wijn zelfs lekkerder.

Dat laatste is verontrustend, want een gedicht of verhaal wordt nu eenmaal vooral gelezen door mensen die zich in het dagelijks leven niet voltijds met literatuur bezighouden. Het grote publiek. De lezers die de boeken kopen. De lezers die een e-gedicht vaak niet van een door een mens geschreven gedicht kunnen onderscheiden. Mocht de vraag de markt bepalen, dan gebeurt dat door deze lezers.

Reken er maar op dat je als schrijver wordt ingeruild voor een robot

Arnon Grunberg

Mens vervangen 

Grunberg heeft alvast zijn antwoord gegeven op de vraag die bij de verschijning van ieder nieuw type robot rijst, of het nou een seks-, een killer- of een literaire robot is: zal deze robot de mens in de toekomst vervangen? Ik vind het zelf geen prettig vooruitzicht om als schrijver ingeruild te worden voor een robot. Als lezer kijk ik er ook niet naar uit: het leidt waarschijnlijk tot verarming van het boekenaanbod. Maar technologiefilosoof Peter-Paul Verbeek zegt dat ‘nee’ zeggen tegen techniek net zoiets is als de zwaartekracht afwijzen. In ‘De grens van de mens’ schrijft hij dat we af moeten van het idee dat techniek ons onderdrukt. En van ethiek als bewaker van ‘de grens van de mens’ die anders een ‘slaaf van techniek wordt’. Volgens Verbeek “brengt ons dat niet verder dan het stadium van nee-zeggen”.

Ongeveer driekwart van de nettowinst in het boekenvak wordt gemaakt met 9 procent van de titels. Wat gebeurt er als Amazon erin slaagt alleen de winstgevende titels uit te brengen? In Nederland experimenteren grote uitgeefconcerns als WPG nu al met algoritmes om worstsellers (winkeldochters) te voorspellen. Niet letters maar cijfers zijn straks doorslaggevend bij de keuze om een boek uit te geven.

Webwinkel 

Het is zelfs denkbaar dat Amazon over tien jaar op basis van dergelijke algoritmes niet alleen meer boeken verkoopt, maar ze ook deels door robots laat schrijven. Een literobot als de Asibot is dan geen hulpmiddel meer van een schrijver, maar van een webwinkel. Het werk van romanciers uit de 21ste eeuw wordt door een digitale papierversnipperaar gehaald, de plot is een standaard Hollywoodscenario, een scèneketting, gebaseerd op het principe van de gulden snede, met het hoogtepunt van het conflict altijd op ongeveer 8/10 van het boek. Voor de koper van de boeken is er nog keuze: een versie met tien hoofdstukken voor de lezers die van een korte roman houden, en een versie met twintig hoofdstukken voor degenen die overal graag meer van willen weten. Een happy end? Geen probleem. Liever een tear-jerker? Hebben we ook, hetzelfde boek, van dezelfde schrijver, maar dan net even anders. Wilt u een illustratie van uw vrouw op de cover? Binnen een paar minuten klaar.

In ‘The Novel, A Survival Skill’ noemt Tim Parks een roman “geen magisch afgescheiden kunstobject dat geheel op zichzelf staat, maar iets wat uit de stroom van een leven is geplukt. De lezer ontmoet de auteur door wat hij heeft geschreven en er wordt een relatie opgebouwd die niet zo heel erg verschilt van het soort relaties waarnaar de auteur op zoek is in zijn leven, of die lezers aangaan in hun leven.”

Bedrogen 

De roman als een ontmoeting tussen schrijver en lezer. Maar wat als die schrijver een robot is? Voelt de lezer zich dan bedrogen, net als de man die denkt dat hij via een chatbox met een rondborstige vrouw aan het kletsen is, tot hij ontdekt dat het een computerprogramma is, gebaseerd op eerdere conversaties, van andere mannen, met andere vrouwen?

Het wegvallen van de ontmoeting waarover Parks het heeft, zal denk ik voor schrijver en lezer geen vooruitgang zijn. Toch kan ik me voorstellen dat het die kant op gaat. De industrie heeft nu eenmaal andere belangen dan de kunst en wetenschap hebben.

Het experiment van Giphart is interessant, maar het brengt ook risico’s met zich mee. Als we Verbeek geloven, dan kan een schrijver straks geen ‘nee’ zeggen.

Geniale uitvindingen 

Er zijn nog maar weinig mensen zonder mobiele telefoon; de mens is tot geniale ‘uitvindingen’ in staat (denk ook aan het internet), maar heeft geen controle op wat er daarna mee gebeurt.

De onderzoeksteams van de grote technologiebedrijven bestaan voornamelijk uit technici; schrijvers en ethici maken er geen deel van uit, zij kunnen de introductie van literaire robots dan ook niet begeleiden. De rekenkracht van zulke robots zal vanaf de eerste zin bepalend zijn bij het schrijven van een boek. Voor we het weten reduceren we de literatuur tot cijfers, cijfers en nog eens cijfers. We veranderen dan tegelijk ook de mens, dat hybride wezen - en dus de lezer en de schrijver.

Als wij niet nu nadenken wat een goede manier zou kunnen zijn om ‘de schrijvende robot’ te gebruiken, dan lezen we de uitkomst over tien jaar wel in Asibots nieuwste bestseller. 

Tekst gaat verder onder de afbeelding 

© anja sicking

Anja Sicking (1965) studeerde klarinet. Voor haar debuut als schrijver, ‘Het Keuriskwartet’, ontving ze de Marten Toonder / Geertjan Lubberhuizenprijs. Onlangs verscheen ‘Ferrari's in de hemel’.

Deel dit artikel

Ik typ een paar woorden, de bot geeft een voorzet voor een zin

Ronald Giphart

Het gedicht van algoritme RKPC is menselijker dan dat van de dichter van vlees en bloed

Reken er maar op dat je als schrijver wordt ingeruild voor een robot

Arnon Grunberg