Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De lezer lacht, en wordt daardoor medeplichtig

Cultuur

Annemarié van Niekerk

In ‘Zes beetwonden en een tetanusprik’ neemt Richard de Nooy je mee op een turbulente reis door de jeugd en vroege volwassenheid van de broers Ace en Rem. De twee zijn onverbeterlijke ongeluksvogels.

Terwijl vader in Namibië werkt, doet moeder, die samen met de kinderen in Johannesburg woont, haar best de jongens enige discipline bij te brengen, overigens zonder veel succes. Tot veel meer dan het gebruikelijke dreigement ‘Wacht maar tot je vader thuiskomt’ is ze niet in staat. En als pa dan eindelijk thuiskomt, is het in een witte kist. „Een kant van zijn gezicht was vrolijk, de andere kant verdrietig.”

Hoe dramatisch de dood van de vader ook mag zijn, in het geheugen van verteller Ace neemt een onbeduidender incident een sleutelpositie in. Ace weet nog dat hij een splinter in zijn vinger kreeg en hoe hij die probeerde los te wrikken. Drie dagen later prikte hij in de inmiddels ontstoken plek. In plaats van de verwachte pusontploffing, gebeurde er iets heel anders. Langzaam en gracieus kwam de splinter uit de wond te voorschijn, ‘alsof een diepere macht hem omhoogstuwt, totdat hij even rechtop in het gat staat’.

Dit minuscule voorval biedt de code waarmee de boodschap van het hele boek kan worden opengelegd.

‘Zes beetwonden en een tetanusprik’ is een roman vol galgenhumor, waarin zich telkens iets onverwachts voordoet. Remco en Ysbrand (Ace) de Heer, geboren in Nederland en opgegroeid in Zuid-Afrika, raken keer op keer betrokken in de meest fantastische incidenten en ongelukken, meestal op aanstichten van Rem. Of ze nu onzacht in aanraking komen met medescholieren, met het schoolhoofd of met de buren – elke keer loopt het gigantisch uit de hand. Tenslotte zitten ze zo diep in de ellende dat er niets anders volgen kan dan een uitbarsting van etter. Maar in plaats van die te verwachten ontknoping zie je een verhaal ontluiken over de complexe eenheid van schuld en onschuld.

Niemand ontsnapt aan zijn verantwoordelijkheid, zelfs de lezer niet. Want dankzij De Nooys vernuftige verteltechniek word je zo diep het verhaal in gesleurd dat je af en toe schrikt van iets waarom je eerst hebt gelachen. En dan besef je hoe gemakkelijk je medeplichtig kunt worden. Waar immers ligt de grens tussen schuld en onschuld? In de roman is die uiterst flexibel. Het scala loopt van relatief onbeduidende kwajongensstreken tot diefstal, moord en verraad.

Hoewel Remco altijd lichamelijk letsel oploopt, lijdt niet hij, maar Ace onder de gevolgen. Hij voelt zich immers verplicht om de situatie telkens weer te redden. Remco daarentegen is keihard en niet in staat tot verantwoordelijkheid. Die houding spitst zich toe bij de gewelddadige dood van het kind van de zwarte huisbediendes die door de jongens is veroorzaakt, maar waarvoor ze geen bekentenis afleggen, met fatale gevolgen voor onschuldigen.

Robert de Nooy speelt een boeiend spel met werkelijkheid en fictie. Alles in de roman lijkt te wijzen op waarheid en authenticiteit. Daartoe last de auteur facsimiles in kinderhandschrift in, getypte brieven, foto’s en schrijfnotities. En de verwarring wordt compleet nu de biografische gegevens van verteller Ace en schrijver Robert de Nooy min of meer met elkaar overeen lijken te komen. Toch wordt ons wel degelijk te verstaan gegeven dat we te maken hebben met een roman.

‘Zes beetwonden en een tetanusprik’ goochelt subtiel met ernst en luchthartigheid. Op de schokkende praktijken van het nog maar kortgeleden afgeschafte Zuid-Afrikaanse apartheidsbewind levert De Nooy scherp commentaar. Hij laat zien hoe gemakkelijk machthebbers kunnen ontaarden in wrede monsters, met de onderdrukten en slachtoffers als gedweeë meespelers. Maar omdat het geweld niet alleen van boven komt, maar zich ook voordoet in kleine kring, krijgt deze fascinerende roman er een dimensie bij.

Lees verder na de advertentie
(\N)

Deel dit artikel