Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Koninklijke Prijs gaat dit jaar naar drie kunstenaars die één ding gemeen hebben: lef

Cultuur

Henny de Lange

'Flower Ladies' van Raquel van Haver © Raquel van Haver

De drie winnaars van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst zijn dit jaar een vrouw met Colombiaanse roots, een man uit Zuid-Afrika en een man uit Nederland.   

Totaal verschillend is het werk van de drie winnaars van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2018, die vandaag is uitgereikt door koning Willem Alexander in Amsterdam. Maar één ding hebben Raquel van Haver, Neo Matloga en Sam Hersbach wel gemeen, oordeelde de jury. Alle drie zijn het ‘verhalenvertellers met oog voor detail, die met schwung en lef beelden construeren die het publiek uitnodigen tot zorgvuldig kijken’. 

Lees verder na de advertentie

De jury van deze aanmoedigingsprijs voor jong talent, in 1871 ingesteld door koning Willem III, is verheugd over het groeiende aantal vrouwelijke winnaars. Was in de jaren tot 1980 gemiddeld minder dan tien procent van de winnaars een vrouw, dat percentage steeg sindsdien tot bijna dertig. Als je alleen naar de laatste jaren kijkt, schommelt het iets onder de 50 procent. Het aantal aanmeldingen, dit jaar 230, ligt al jaren tussen de 200 en 300. 

Van links naar rechts: Neo Matloga, Sam Hersbach en Raquel van Haver. © Gilleam Trapenberg

Raquel  van Haver

Raquel  van Haver (1989) kan haar eigen schilderijen vaak niet tillen, zo groot en zwaar zijn ze. Dikke lagen olieverf plamuurt ze op het doek, verwerkt met allerlei materialen: karton, jute, haren, zand, teer, touw, gips, klei en as. Het lijken haast reliëfs. Schilderen ‘binnen de lijntjes’ is niets voor haar, merkte ze al op de kunstacademie. Ze ging de verf met gips mengen, maar het moest steeds ‘ruiger’. “Ik wil de grenzen opzoeken van het materiaal. Dat is nog steeds een grote uitdaging.”

Al  in 2012, toen ze voor het eerst werk instuurde voor de Koninklijke prijs, viel ze op. Ze won niet, maar koningin Beatrix kocht wel een schilderijtje van haar. Sindsdien gaat het crescendo met haar carrière. Volgende maand krijgt ze een solotentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam. De verklaring voor haar succes? “Ik denk dat mijn werk veel mensen aanspreekt omdat het toegankelijk is. Ik werk altijd figuratief. En mijn schilderijen imponeren ook door hun gelaagdheid en omvang.”

Mijn schilderijen moeten altijd nog groter en ruiger

Raquel van Haver

Haar doeken zijn minstens twee bij drie meter, liever nog groter. Momenteel werkt ze aan een schilderij van tien bij vier. “Het moet altijd nog groter, nog ruiger.” Deze manier van werken ligt haar,  maar past ook goed bij de rauwe onderwerpen die ze kiest: scènes uit het dagelijks leven op straat, vaak aan de randen van de samenleving. Ze reisde naar Zimbabwe om prostituees in de drinkhallen te schilderen en legde in Lagos het leven van straatjongeren vast.

Ze kan zich gemakkelijk verplaatsen in die ‘andere werelden’, zegt ze, doordat haar roots in Colombia liggen en ze opgroeide in Nederland (ze is geadopteerd). “Maar het hoeft niet altijd zwaar en depressief te zijn.” Het mag ook een vluchtig en vrolijk straatbeeld zijn, zoals­­ ‘Flower Ladies’, gebaseerd op foto’s die ze maakte tijdens het multiculturele Kwakoe-festival in Amsterdam.

'Motsoala!' van Neo Matloga © Neo Matloga.

Neo Matloga

In de schilderijen van Neo Matloga (1993) zijn alle personages altijd zwart. Maar een politiek statement mogen we zijn werk niet noemen. Het is geen actiekunst, al heeft zijn werk wel een politieke ‘ondertoon’. Dat is onvermijdelijk, vindt hij, omdat de ­situatie waarin iemand opgroeit altijd van invloed is. Net zoals ook de ge­schiedenis altijd impact heeft op het heden­­. 

Matloga werd geboren in de Zuid-Afrikaanse provincie Limpopo, ten noorden van Johannesburg.  Hij behoort tot de generatie van de ‘born-frees’, Zuid-Afrikaanse jongeren die de apartheid niet hebben meegemaakt. Maar die geschiedenis klinkt wel door in zijn kunst. Hij schildert sociale taferelen: mensen die samen eten, op de bank zitten of dansen. De beelden zijn gebaseerd op persoonlijke herinneringen, vertelde hij in een gesprek met Nanda Janssen, jurylid van de Koninklijke prijs. 

Schilderen verlost me ook van woede

Neo Matloga

Met zijn schilderijen wil Matloga laten zien hoe het was om op te groeien in Zuid-Afrika en dat zwarte gezinnen ook gelukkig zijn. “Ondanks de sociaal-economische problemen buitenshuis, gaat het leven binnenshuis door, ook in zwarte gezinnen.” Het schilderen heeft hem ook van zijn woede over de ongelijkheid verlost, vertelt hij. Overigens valt het hem wel op dat gekleurde kunstenaars altijd uitleg moeten geven als zwarte mensen de hoofdrol spelen in hun werk. “Niemand vroeg toch aan Rembrandt waarom hij alleen maar witte mensen schilderde.” 

Toen hij twee jaar geleden naar Nederland kwam voor een kunstopleiding in De Ateliers in Amsterdam, verdwenen de kleuren uit zijn werk. Hij besloot alleen nog in zwart, wit en grijs te schilderen, vanwege de ‘veelzeggende en dubbelzinnige betekenis’ ervan. Waar in Zuid-Afrika zijn figuren vaak geen hoofd hadden en geen ruimte, ging hij ze in Nederland met hoofd afbeelden in woonkamers en keukens, omdat hij zich realiseerde dat hij ze een ‘gezicht’ moest geven. 

Lang nadenken over wat hij wil schilderen hoeft hij nooit, omdat hij wordt ‘gestuurd’. “Als ik schilder bid ik en dan heb ik het gevoel dat mijn creativiteit wordt gestuurd. Alsof ik een vaartuig ben van God.”

'Tussen meerval en schreeuw' van Sam Hersbach0 © Sam Hersbach

Sam Hersbach 

Sam Hersbach (1995) was als kind altijd aan het tekenen. Hele vellen krabbelde hij vol met zelfbedachte verhalen. Als hij iets had gezien wat hij bijzonder vond maakte hij er een tekening over, vaak met wonderlijke figuurtjes en veel actie erin. “Het waren net doorlopende films.”  

Ook de schilderijen die hij nu maakt, worden bevolkt door vreemde wezens die kris en kras door het beeld ronddolen, vaak in jungle-achtige omgevingen. En er gebeurt van alles: ze jagen of worden opgejaagd, vangen of steken elkaar en dikwijls staart vanuit een donker hoekje een figuurtje de kijker aan. “Er is altijd strijd op mijn schilderijen”, zegt Hersbach, met zijn 23 jaar de jongste van de drie prijswinnaars. Vorig jaar behoorde hij ook al tot de genomineerden. Na de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht is hij nu begonnen aan de opleiding op De Ateliers in Amsterdam. 

Er is altijd strijd op mijn schilderijen

Sam Hersbach

Technologische ontwikkelingen en mensen die iets groots willen doen, zijn een belangrijke inspiratiebron.  Of het nu om Elon Musk gaat die voor 2060 een miljoen mensen naar Mars wil brengen of een wetenschapper die  blinde mieren weer wil laten zien. “Dat laatste kan ik bijvoorbeeld weergeven in een ketting met allemaal ogen.”

 Zijn winnende schilderij ‘Tussen meerval en schreeuw’ ontstond na het zien van een documentaire over meervallen die op duiven jagen. Aandachtige kijkers zullen in dit werk ook allerlei verwijzingen ontdekken naar de jacht.  Wie wordt bejaagd, wil zich ook verbergen, beschermen of een andere identiteit aannemen. En daar duiden de maskers op de voorgrond weer op. “En zo val ik van het een in het ander.” In de kern is Sam Hersbach nog steeds het kind dat verwonderd naar de wereld kijkt en die in snapshots probeert te vangen. 

Lees ook:

Weinig experiment, veel lieflijke onderwerpen bij Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2017

In het Paleis op de Dam reikte de koning vrijdag de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst uit. De jury was teleurgesteld over het gebrek aan experiment bij de 302 inzenders, en loofde de durf van de vier winnaars.

Deel dit artikel

Mijn schilderijen moeten altijd nog groter en ruiger

Raquel van Haver

Schilderen verlost me ook van woede

Neo Matloga

Er is altijd strijd op mijn schilderijen

Sam Hersbach