Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De Jodenvervolging in foto's gevangen

Cultuur

Joke de Wolf

Nederlandse SD’ers controleren de persoonsbewijzen van Joodse handelaren op de postzegelmarkt op de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam, zomer 1942. © Bart de Kok, NIOD, zomer van 1942

In geen enkel land zijn er zoveel foto’s van de Jodenvervolging bewaard gebleven als in Nederland. Voor het eerst dienen deze beelden niet louter als illustratie, maar staan ze centraal in een tentoonstelling en in een boek. 

Het was niet zo dat er bij het Niod niet eerder naar foto’s gekeken werd. Integendeel: er is bijna geen foto die tijdens de Tweede-Wereldoorlog in Nederland genomen is, die René Kok en Erik Somers niet kennen. De twee zijn al sinds eind jaren zeventig bij het Niod (Instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies) gespecialiseerd in fotografie, ze maakten er talloze boeken en tentoonstellingen mee. Maar steeds was de geschiedenis daarbij de rode draad en dienden de foto’s als illustratie. Zo’n tien jaar geleden ontstond het idee dat om te draaien, en een beeldgeschiedenis te maken van de Jodenvervolging in Nederland.

Lees verder na de advertentie
Sommige nabestaanden bewaarden de foto’s hun leven lang in een dichte doos op zolder

In geen enkel land zijn zoveel foto’s van de Jodenvervolging bewaard gebleven als in Nederland. De kleinbeeldcamera was populair, en anders dan veel mensen denken was er pas eind 1944 een fotografieverbod. Misschien wel de belangrijkste verklaring voor de grote hoeveelheid beschikbare foto’s is dat al tijdens de oorlog werd opgeroepen dagboeken en foto’s te bewaren. En een week na de bevrijding bestond het Riod al, dat later Niod zou worden. In andere landen duurde het vaak nog tientallen jaren voordat er gericht gezocht en verzameld werd op dat gebied.

Voor het fotoboek ‘De Jodenvervolging in foto’s’ en een tentoonstelling in Amsterdam selecteerden Kok en Somers vierhonderd foto’s uit archieven van over de hele wereld. Zelfs foto’s van onschuldige, alledaagse taferelen, bijvoorbeeld klassefoto’s, zijn door wat er met de afgebeelde personen is gebeurd loodzwaar. Alledaagsheid die in een opgeschreven getuigenverslag veel minder snel en direct overkomt. Toch hebben foto’s ook hun beperking, benadrukken de samenstellers in de inleiding van het boek. Beelden geven geen verklaring voor historische gebeurtenissen en vertellen niets over de achtergrond van personen en gebeurtenissen. Zorgvuldig zochten Kok en Somers naar aanknopingspunten, voorzagen de foto’s van namen, geboorte- en sterfdata, en plaats van overlijden – overwegend in de vernietigingskampen.

Joodse jongeren in de omgeving van Culemborg. © The Ghetto Fighters’ House

Het boek en de tentoonstelling tonen achtereenvolgens foto’s van het Joodse leven en de vluchtelingen, de intimidatie, de gele ster, deportaties, onderduik, Westerbork, vernietiging en de terugkeer. De persoonlijke verhalen overheersen. Dat past, zo vertelt Somers kort voor de opening van de tentoonstelling in Amsterdam, in het parcours dat de herinnering en herdenking van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust in Nederland volgt: er is behoefte aan visualisering van de geschiedenis.

Sommige nabestaanden bewaarden de foto’s hun leven lang in een dichte doos op zolder, soms werden ze juist meegedragen en gekoesterd. Ook aan de kant van de daders werd gefotografeerd, voor officiële redenen of uit gewoonte: een Duitse soldaat fotografeerde de intimidatie en vernedering van honderden Joodse mannen op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam in 1941 als een rapportage voor Himmler.

De Amsterdamse fotolaborant die de foto’s moest ontwikkelen, maakte heimelijk een extra set afdrukken die hij thuis verstopte, als bewijs van het brute optreden. In april 1945 verschenen de beelden in Vrij Nederland. En er was de Duitse politiesoldaat die zichzelf liet fotograferen tijdens zijn werk op een voor hem bijzondere locatie: kamp Westerbork. Op de achtergrond zagen Somers en Kok een lange rij mensen: mannen uit de Joodse werkkampen die aankwamen in Westerbork.

Bruiloften

Opvallend veel foto’s van tijdens de oorlog tonen joodse bruiloften. Veel mensen trouwden om uitstel van deportatie te krijgen. Ook om wanneer er een deportatie kwam, dan tenminste niet alléén te zijn. En als er gekozen werd voor onderduik, vaak bij protestanten of katholieken, was het gunstig om getrouwd te zijn, dan kon je als getrouwd stel tenminste samen onder één dak.

Naast minder bekende en pas ontdekte foto’s, kozen de samenstellers soms bewust voor vaak afgedrukte foto’s. Zoals die van Anne Frank. Somers: “In eerste instantie dachten wij ook: die beelden zijn te bekend. Maar er zijn opvallend veel foto’s van de familie Frank. Ze waren gevlucht, en stuurden, zolang dat ging, regelmatig foto’s naar familieleden elders.”

Zowel Otto Frank als Margot had een eigen camera, en Anne is in haar dagboek ook expliciet bezig met foto’s van zichzelf. ‘Snoezige foto hè?’ schreef ze bij een pasfoto van een paar jaar eerder.

Aandacht is er ook voor de mensen achter de camera. Bijvoorbeeld voor de Duits-Joodse vluchteling Rudolf Breslauer (1903-1944), die in oktober 1938 vanuit Leipzig naar Nederland was gekomen. Hij woonde aanvankelijk in Leiden. In februari 1942 kwam Breslauer met zijn gezin in Westerbork terecht. Breslauer kreeg van de kampcommandant een aanstelling als kampfotograaf: hij moest het leven in het kamp vastleggen. Hij fotografeerde de cabaretavonden, sportwedstrijden, de kampleiding en maakte portretten van kampcommandant Gemmeker en diens secretaresse en maîtresse. Breslauer kreeg privileges: een eigen huisje voor zijn gezin, en een goede donkere kamer.

Kampbewaker poseert in kamp Westerbork voor zijn privé-album, oktober 1942. © Coll. Karl Schneider, Bremen Staatsarchiv / Duitsland, 3 oktober 1942

In 1944 bestelde Gemmeker bij Breslauer een film waarmee de nazi-bazen in Berlijn overtuigd konden worden van het industriële belang van Westerbork. De film is nooit voltooid, maar fragmenten zijn wél bewaard. Het zijn de enige authentieke filmopnames van het transport naar de vernietigingskampen. Breslauer en zijn familie werden zelf gedeporteerd naar Theresienstadt en vanaf daar naar Auschwitz-Birkenau. Alleen de oudste dochter van Breslauer, Ursula, overleefde de oorlog.

Ook de vier foto’s van een crematie in de open lucht in Auschwitz-Birkenau – gemaakt door Alberto Errera, een Griekse gevangene bij het Sonderkommando – horen bij de selectie, althans in het boek. De onontwikkelde opnames wist Errera in een tandpastatube uit het kamp te smokkelen om de buitenwereld de misdaden te tonen. Lange tijd werd gedacht dat de foto’s openlijk door bijvoorbeeld een kampbewaker of soldaat waren gemaakt. Pas in 1985 werd duidelijk dat het uitsnedes zijn van heimelijk gemaakte opnames.

Onsmakelijk

Somers en Kok kiezen er bewust voor de beelden wél te tonen, al vindt niet iedereen het gepast, zelfs onsmakelijk. Somers: “Het moet natuurlijk geen spektakel worden, de vormgeving is sober gehouden. En een speciaal lesprogramma maakt de tentoonstelling ook voor jonge generaties toegankelijk.” Van ongepastheid bij het tonen van dit soort foto’s is volgens Somers geen sprake. “Hoe zou ons beeld van de Jodenvervolging zijn als er geen fotografie zou zijn? Het dient als getuigenis, als bron naast de getuigenverslagen. En die moet getoond worden.”

Een andere later ontdekte foto is die van een groep Joodse kinderen uit 1942, gemaakt op de binnenplaats achter de Grote Synagoge in Deventer bij de viering van het Joods Nieuwjaar. De meeste kinderen waren anderhalve maand na het maken van de foto naar Auschwitz gedeporteerd en meteen vermoord. Slechts één meisje, vreemd genoeg op de foto als enige in het wit gekleed, overleefde de oorlog, ze dook onder met haar ouders en broer. In 1998 kwam de foto bij het verwisselen van een schilderijlijst tevoorschijn.

Nog steeds krijgen Kok en Somers nu en dan foto’s aangeboden. Soms zijn ze net te laat, dan hebben de eigenaars de albums toch maar weggedaan. Toch is er ook op de bekende foto’s, door onderzoek steeds nieuwe informatie te achterhalen. Details die, met de juiste kennis, de bestaande verhalen nog beklemmender maken en zorgen dat de verhalen steeds opnieuw worden verteld. Niet alleen in Nederland: de tentoonstelling reist verder naar het museum Topographie des Terrors in Berlijn.

Tentoonstelling

De tentoonstelling ‘De Jodenvervolging in foto’s. Nederland 1940-1945’ is te zien van 28 januari tot en met 6 oktober 2019 in het Holocaust Museum i.o., Plantage Middenlaan 27, Amsterdam. Het gelijknamige boek kost 29,95 bij W-books. De website met achtergrondinformatie is jodenvervolginginfotos.nl.

Lees ook:

De pijnlijke alledaagsheid van de bezetting

Een fotoboek en een expositie tonen het dagelijks leven in de hoofdstad tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Deel dit artikel

Sommige nabestaanden bewaarden de foto’s hun leven lang in een dichte doos op zolder