Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De in Schiedam gestookte jenever wordt weer populair, zelfs onder jongeren

Cultuur

Johan Nebbeling

© Johan Nebbeling
Het mooiste Nederland

Eeuwenlang domineerde in Schiedam de jeneverindustrie. Die maakte de stad rijk, maar ook sterk vervuild. Arbeiders kregen een halve liter jenever per dag om het vol te houden.

Het Jenevermuseum in Schiedam is doordrenkt van het rijke aroma van gemoute gerst en rogge. “Dat is de ‘angels’ share’ van de moutwijn die beneden in de branderij ligt te rijpen”, zegt museummedewerker Marco Spruit Bleeker (58). “Een klein deel daarvan verdampt na verloop van tijd dwars door de eikehouten vaten heen.”

Lees verder na de advertentie

Het Nationaal Jenevermuseum is gevestigd langs het mooiste stukje Schiedam, de historische Lange Haven die ooit het centrum vormde van de nijverheid die de stad tussen pakweg 1650 en 1850 groot en rijk maakte: de jeneverindustrie. De vlotte, mooi vormgegeven vaste expositie van het museum maakt duidelijk hoe groot en internationaal de jeneverindustrie was in een tijd dat de industriële revolutie nog op gang moest komen.

Opa’s ‘citroentje met suiker’ is eigenlijk net limoncello

Ruim 400 stokerijen stonden er in Schiedam en tientallen windmolens maalden zes dagen per week gemoute gerst en rogge tot het grove meel dat - samen met jeneverbes - de belangrijkste grondstof van de razend populaire drank vormde. Schepen voerden grondstoffen, hout en kolen aan en vertrokken volgeladen met jenever om deze naar alle continenten te vervoeren.

Een halve liter per dag

Duizenden mensen werkten in de stokerijen en de toeleverende industrie. Onder vaak erbarmelijke omstandigheden, vooral door de kolendampen die vrijkwamen bij de jeneverproductie. De arbeiders hielden zich zo goed en kwaad als het ging op de been met het product waar het allemaal om draaide: jenever.

“Het stoken was zwaar werk en de arbeiders kregen een dagrantsoen van een halve liter jenever om het vol te kunnen houden”, zegt Spruit Bleeker. “Schiedam stond vanwege de vervuiling, de beroete woningen, open riolen en de erbarmelijke huisvesting van de arbeiders wijd en zijd bekend als Zwart Nazareth.”

Na de uitvinding van een nieuwe, veel goedkopere en snellere manier van stoken in het begin van de vorige eeuw kwam aan die bloeitijd rap een einde. De nieuwe methode van stoken leverde een jenever op die, mede vanwege de veel lagere prijs, al snel populair werd: jonge jenever.

© Johan Nebbeling

Veel stokerijen verzetten de bakens niet op tijd, bleven op de oude, tijdrovende en kostbare manier jenever maken en gingen uiteindelijk failliet. Nu telt de stad nog enkele grote stokerijen met roemruchte namen als Nolet, Herman Jansen, De Kuyper en Onder de Boompjes.

Met financiële steun van onder meer deze bedrijven werd in 1996 het Jenevermuseum opgericht dat de geschiedenis van de (Schiedamse) jeneverindustrie levend moet houden. Het pand, waarin voorheen onder andere distillateur Melchers zat, oogt authentiek maar is na een brand volledig opnieuw ingericht. Het museum wordt draaiende gehouden door een tiental vaste krachten en enkele tientallen vrijwilligers. Het museum heeft een eigen branderij, daartegenover staat een museummolen.

Na een dip van jaren begint jenever weer internationaal populair te worden, vooral onder jongeren

Opleving

De branderij, De Gekroonde Brandersketel, stookt jaarlijks zo’n 2000 flessen Old Schiedam op traditionele wijze. Het proces is niet zeer ingewikkeld, wel arbeidsintensief, laat Spruit Bleeker zien. Het begint allemaal bij gerstemout en rogge die grof worden gemalen en met water en gist tot gisting gebracht. Na een aantal dagen bevat het beslag 6 procent alcohol. Dat wordt gestookt waarbij de opstijgende alcoholdampen worden ‘afgevangen’ en gekoeld, waarna de alcohol neerslaat. Dit proces - het eigenlijke distilleren - wordt drie keer herhaald tot ‘moutwijn’ met een alcoholpercentage van 60 procent is ontstaan.

“In wezen is dit proces niet anders dan het stoken van whisky”, zegt Spruit Bleeker. “Het wordt jenever omdat we aan de moutwijn jeneverbessen toevoegen. Na ten minste drie jaar rijpen op eikehouten vaten, brengen we de moutwijn op drinksterkte en voegen een distillaat van jeneverbessen toe. Zo ontstaat onze Old Schiedam moutwijnjenever.”

Behalve de branderij van het museum telt Schiedam nog enkele stokerijen die jenever op ambachtelijke wijze stoken, zegt Spruit Bleeker. “Na een dip van jaren begint jenever weer internationaal populair te worden, vooral onder jongeren. Die gebruiken het vaak als mixdrankje.”

Zelfs het aloude ‘citroentje met suiker’ van opa is aan een bescheiden terugkeer bezig, constateert Spruit Bleeker. “Mensen ontdekken dat het eigenlijk hetzelfde is als de Italiaanse limoncello. Maar dan veel frisser want aanmerkelijk minder zoet.”

Jenever, al dan niet als mixdrank, is een blijvertje, zegt Spruit Bleeker. Al zullen niet veel mensen, zoals de negentiende-eeuwse arbeider een halve liter per dag wegzetten.

© Johan Nebbeling

Kijken en proeven

Het Jenevermuseum is gevestigd aan de Lange Haven 74 in Schiedam. Het museum heeft een vaste collectie, maar ook thematentoonstellingen. Het Jenevermuseum, de Museummolen en De Gekroonde Brandersketel zijn dagelijks geopend, behalve op maandag. De uitleg in de branderij is onderdeel van het museumbezoek. Desgewenst kan aan een bezoek tegen bijbetaling een jeneverproeverij worden gekoppeld.

Kijk voor entreeprijzen, arrangementen en andere informatie op: jenevermuseum.nl.

Voor ‘Het mooiste Nederland’ probeert de redactie van Trouw de mooiste fiets- en wandelroutes door Nederland uit. Lees meer in ons dossier.

Deel dit artikel

Opa’s ‘citroentje met suiker’ is eigenlijk net limoncello

Na een dip van jaren begint jenever weer internationaal populair te worden, vooral onder jongeren