Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De hoogopgeleide witte man domineert de literatuur. Hoe erg is dat?

Cultuur

Sander Becker

© illustratie studio Vonq

De diversiteit van romanfiguren laat te wensen over. Schrijvers modelleren hun helden vooral naar zichzelf. Vandaar de overdaad aan slimme witte mannen in de hoofdrol, blijkt uit de inventarisatie van de Personagebank.

De literaire wereld ligt onder vuur als 'bolwerk van witte mannen'. Vrouwen en migranten met een niet-westerse achtergrond komen er als schrijver moeilijk tussen, luidt de kritiek, want de meeste aandacht, prijzen en beurzen gaan naar witte mannen. Maar als het zo droevig is gesteld met de schrijvers, hoe zit het dan met hun romanfiguren? Vormen die net zo'n eenheidsworst, of zijn zij juist een toonbeeld van diversiteit?

Lees verder na de advertentie
Vrouwen en migranten met een niet-westerse achtergrond komen als schrijver moeilijk tussen het bolwerk van witte mannen

Met die vraag in het achterhoofd zetten Utrechtse studenten Nederlandse letterkunde twee jaar geleden de zogeheten Personagebank op. Ze lazen alle 170 romans uit de groslijst van de Libris Literatuurprijs 2013 en turfden geslacht, leeftijd, afkomst, woonplaats, beroep en opleidingsniveau van elk personage, volgens de criteria van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daaronder valt seksuele voorkeur (nog) niet. 'Sociologen van de verbeelding' noemden ze zich, omdat ze als een soort sociaal wetenschappers de leefwereld van de roman in kaart brachten.

Meestal uit Amsterdam

Vrijwilligers hebben de bank ondertussen aangevuld tot 256 romans met in totaal 1127 personages. Er zitten vooral boeken van de laatste jaren in, met titels als 'Zomerhuis met zwembad' (2011) van Herman Koch, 'Vele hemels boven de zevende' (2013) van Griet Op de Beeck, en 'Schuld' (2016) van Walter van den Berg. Af en toe is er een uitstapje naar ouder werk van bijvoorbeeld Hella Haasse of Maarten 't Hart.

Deze kleine literaire steekproef heeft uiteraard niet dezelfde representativiteit als een onderzoek van het CBS. Zo zitten er 150 mannelijke schrijvers en maar 81 vrouwelijke in: dat komt doordat de Libris-basislijst van 2013 al sterk uit het lood was, en ook door de algehele bevordering van mannelijke schrijvers binnen 'het literaire systeem' van uitgevers en recensenten. Toch geeft de Personagebank een aardige indruk van de romans die het publiek nu leest, zeggen de samenstellers.

Het beeld dat eruit oprijst, zal sommigen droevig stemmen, want ook ín het boek domineren de witte mannen. Roel Smeets, promovendus Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en een van de initiatiefnemers van de Personagebank, schetst de typische romanfiguur uit de hedendaagse Nederlandse literatuur als volgt: "Een witte, hoogopgeleide man van westerse afkomst, relatief jong en woonachtig in de Randstad - meestal Amsterdam. Vaak is hij nog student. Als hij werkt, heeft hij bijna altijd een intellectueel beroep met een hoge status. Iets als schrijver, chirurg of advocaat."

In feite maken ze steeds een zelfportret. Vrouwelijke auteurs kiezen bij voorkeur vrouwelijke personages, maar ze laten meer figuren van het andere geslacht toe.

De oorzaak van deze uniformiteit is waarschijnlijk dat witte mannelijke auteurs niet alleen het literaire veld domineren, maar ook het liefst schrijven over mannen met ongeveer dezelfde leeftijd en achtergrond.

In feite maken ze steeds een zelfportret. Vrouwelijke auteurs kiezen bij voorkeur vrouwelijke personages, maar ze laten meer figuren van het andere geslacht toe, met als gevolg een evenwichtigere man-vrouw-ratio dan bij hun mannelijke collega's.

© ANP

Vrouwelijke personages zijn daardoor in de minderheid: ze vormen slechts 41 procent van de geturfde romanfiguren. Een profielschets van het gemiddelde vrouwelijke personage maakt bovendien duidelijk dat de vrouw in de roman op nog meer fronten het onderspit delft.

Zo is ze meestal maar een bijfiguur, geen centrale held. De machtige rol van verteller krijgt ze al helemaal weinig toebedeeld; die ligt meestal bij een man. Wat verder opvalt, is dat de papieren vrouw een stuk lager is opgeleid dan haar mannelijke tegenspeler. Haar beroep staat vaak niet eens vermeld. Als je het al aantreft, is het werk doorgaans van een type dat laag scoort op de feministische meetlat. De twee meest genoemde 'beroepen' van vrouwen in de Personagebank zijn, na student en scholier: huisvrouw en prostituee.

Dit betekent niet dat bijna alle vrouwen in Nederlandse boeken prostituee zijn. "In absolute aantallen valt het mee", relativeert Smeets. "Het gaat om slechts 16 van de 465 beroepen die bij vrouwelijke personages zijn genoteerd. Vaak zijn het bijfiguren, en als één roman er zes telt, dan vertekent dat meteen enorm."

Fysieke termen

Maar al met al is het beeld weinig geëmancipeerd, beaamt Smeets. Het valt hem ook op dat vrouwelijke personages vaker in fysieke termen worden beschreven dan mannen. "Schrijvers lijken het uiterlijk van de vrouw belangrijker te vinden dan van de man", zegt hij. "In de roman 'Niemand in de stad' van Philip Huff worden vrouwen bijvoorbeeld steevast geïntroduceerd als 'de mooie...' of 'de aantrekkelijke...', terwijl het bij de mannen om hun intelligentie of hun sluwheid gaat."

Niet alleen vrouwelijke romanfiguren, ook Nederlanders met een niet-westerse achtergrond hebben in boeken een gemarginaliseerde positie: ze zijn ondervertegenwoordigd, krijgen vaak hooguit een bijrol en zijn bijna altijd laagopgeleid. De roman 'VSV' van Leon de Winter, opgenomen in de Personagebank, spant de kroon. Van de drie mannen van Noord-Afrikaanse afkomst die erin figureren, is de eerste een moordenaar, de tweede een terrorist en de derde een crimineel.

Leon de Winter © ANP

De blanke mannen in dit boek, vrijwel allemaal hoogopgeleid, werken als regisseur, schrijver, advocaat, politicus of priester. Zo'n scherpe tegenstelling kan ironisch bedoeld zijn, waarschuwt Smeets; je moet met je neus in het boek duiken om erachter te komen wat er werkelijk speelt. Maar de Personagebank laat in elk geval zien dat geëmancipeerde pluriformiteit binnen romans ver te zoeken is.

Behoefte aan identificatie

Dat is erg, schrijven de samenstellers op hun site, want de lezer heeft behoefte aan identificatie. Hoe leuk is het voor een jonge vrouw om zich steeds weer met die oudere witte mannen te moeten vereenzelvigen? Hoe uitnodigend is de literatuur voor een lezer van Marokkaanse afkomst? Trouwens, ook witte lezers raken wel eens uitgekeken op al die witte mannen.

Nederlanders met een niet-westerse achtergrond hebben een ge­mar­gi­na­li­seer­de positie

Zo gek zou het dus niet zijn als schrijvers wat meer gingen variëren. Als ze het maar niet krijgen opgelegd via literaire quota, waarschuwt Smeets, want die 'verlammen de verbeelding'. Lastig is ook dat het sowieso gevoelig ligt als kunstenaars zich verplaatsen in personages met een andere culturele achtergrond, want ze krijgen snel het verwijt van 'culturele appropriatie': het toe-eigenen van een cultuur waar ze geen verstand van hebben, met beledigende stereotypen tot gevolg.

Toch is dit literaire inleven in de ander hard nodig, meent Smeets. Hij haalt de Britse schrijfster Zadie Smith aan, een voorvechtster van diversiteit. Zij sprak drie jaar geleden in het Amsterdamse debatcentrum De Balie over 'jumps of imagination': sprongen die een schrijver idealiter met zijn verbeelding maakt door zich in iemand met een andere achtergrond te verplaatsen. "Die sprongen maken schrijvers weinig", zegt Smeets. "Dat doet afbreuk aan het emancipatoire potentieel van de literatuur."

Afspiegeling van maatschappelijke machtsverhoudingen

Hedendaagse romanpersonages vormen blijkbaar vooral een afspiegeling van de maatschappelijke machtsverhoudingen, terwijl sommige critici vinden dat het eigenlijk wegbereiders van een nieuwe, volledig geïntegreerde wereld moeten zijn. Maar zover is het duidelijk nog niet. Althans, niet als je puur kijkt naar het aantal personages en het belang van hun rol in de roman. Als je een laagje dieper graaft, naar hun onderlinge contacten, tekent zich paradoxaal genoeg juist een heel geïntegreerd beeld af, zegt Smeets. 

Voor zijn promotie bestudeert hij de netwerken tussen personages, en daarin valt op dat mensen met een verschillende achtergrond veel vaker met elkaar bevriend zijn dan in het echte leven. "In het echt is de kans op zulke vriendschappen klein, maar in romans zie je ze juist veel. Dat vind ik interessant en verfrissend." Neem de roman 'Eus' (2012), van Özcan Akyol. Daarin gaat de Turks-Nederlandse tiener Eus samen met de Deventerse 'white trash' wietteler en crimineel Kareltje op boevenpad. Op zo'n dieper niveau spelen romanfiguren dus toch een zekere rol als wegbereider van de integratie.

Het zou overigens best kunnen dat de diversiteit van personages al geleidelijk toeneemt als gevolg van de maatschappelijke discussie. In de Personagebank zie je dat dan alleen niet terug omdat er nog te weinig boeken zijn ingevoerd om ontwikkelingen in de tijd zichtbaar te maken. Het zou daarom fijn zijn, zegt Smeets, als meer lezers de bank helpen aanvullen.

Lees ook:

Het gebrek aan kleur in de Nederlandse letteren ligt gevoelig. Bijzonder gevoelig.

Het is een witte wereld, die van de Nederlandse literatuur. Schrijvers, uitgevers, redacteuren, recensenten en ongetwijfeld ook de meeste lezers: ze zijn spierwit of lelieblank. Is dat een onwenselijke situatie?

Deel dit artikel

Vrouwen en migranten met een niet-westerse achtergrond komen als schrijver moeilijk tussen het bolwerk van witte mannen

In feite maken ze steeds een zelfportret. Vrouwelijke auteurs kiezen bij voorkeur vrouwelijke personages, maar ze laten meer figuren van het andere geslacht toe.

Nederlanders met een niet-westerse achtergrond hebben een ge­mar­gi­na­li­seer­de positie