Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De een is beter dan de andere

Cultuur

Pieter van der Ven

Review

De bevlogen publicist, priester, psycholoog Henri Nouwen verzorgde in de Veertigdagentijd van 1996 dagelijks een korte column op deze pagina, een minimeditatie. Vanuit zijn Amerikaans verblijf vroeg hij zijn zeer vitale vader van 93 wat die ervan vond. Vader Nouwen antwoordde: ,,Het ene stukje is beter dan het andere'. Nouwen jr kende zijn vader goed genoeg om de haast dodelijke zuinigheid van zo'n reactie te proeven. Hij tekent het eerlijk op in zijn laatste dagboek, zojuist verschenen onder de titel 'Op weg naar huis'.

Morgen zou Henri Nouwen zeventig zijn geworden. Op zijn zestigste realiseerde hij zich dat hij nou toch echt over de helft moest zijn. Maar de columns in Trouw, geplukt uit een jaargang dagelijkse overwegingen, werden ongeveer het laatste van zijn omvangrijk werk waarvan hij de druk nog heeft beleefd. Hij stierf dat najaar, onverwacht, na een korte ziekte.

'De een is beter dan de andere' - de ene lezer oordeelde ook positiever dan de andere. Columns roepen wel vaker heftige reacties op en meestal is dat ook de bedoeling -prikkelen, uitdagen, dwars zijn. Maar lezers werden niet boos van Nouwens prikkelingen maar van het gebrek daaraan; zij stoorden zich aan de zouteloze clichés, de vrome open deuren, zoals ze zeiden. Tegelijk ontving de redactie letterlijk tientallen verzoeken om meer, méér van dat, om bundeling, gauw graag - oh nee? kan Trouw dat niet beslissen? Maar wanneer komt het dan wel? Laat u het ons weten! Nouwen, had het, dat charisma om mensen aan zijn gesproken en zijn geschreven woord te kluisteren.

De briljante professor, de gedreven pastor, de rusteloze zoeker, de man ook die op het hoogtepunt van zijn carrière het roer omgooide om te leven voor, met, zeg maar 'onder gezag' van ernstig gehandicapten, een man ook wiens leven te kort was om in het reine te komen met de wondere wereld van vriendschap, van vlinders in de buik en passie in het hart.

In het laatste jaar van zijn leven genoot Nouwen een sabbatical en hield hij een dagboek bij. Wat de postume redacteuren hebben geschrapt weten we niet. Mijn indruk is dat ze vooral te veel hebben laten staan.

Vele tientallen namen passeren de revue, ze worden gebeld, komen op bezoek, sturen brieven, worden ontmoet op de talloze locaties die Nouwen dat jaar aandoet. Moe, moe, ik ben zo moe en waar komt dat toch door?, klaagt hij bij herhaling. Maar Sam, Fred, John, Carl, Sue, Bob, Gary, Mary, Ryan, Bill, Sarah... we komen ze allemaal tegen en ze zijn een voor een de meest fantastische mensen en de onwaarschijnlijkste vrienden en leveren hem altijd onvergetelijke ontmoetingen, verdiepte inzichten, troost en zielsverwantschap. Maar de lezer die dat allemaal gelooft blijft verbijsterd achter in het nederige besef dat hem hooguit tweemaal 's jaars iets gegeven is dat misschien soms even een beetje lijkt op wat voor Nouwen dagelijkse kost lijkt. Is deze ene lezer jaloers? Of is dat overdreven kleffe nu eenmaal de American Way? Met al dat vliegen van hot naar her met veel te veel koffers, steeds maar dineren buitenshuis, voortdurend overwoekert het hijgerige de beoogde bezinning op bidden, leven, God, liefde. En dan kan je ontgaan wat hij terloops, onopgesmukt opmerkt bijvoorbeeld over het gezin, het door zijn kerk zo overgewaardeerde, overvraagde gezin: Jezus met zijn afstandelijke ambivalentie jegens de familiale waarden als troost voor wie het ideale gezin niet kunnen waarmaken.

Bij een etentje - alweer - met zijn vader en diens theologische vriendenclub, onder wie prof. Schillebeeckx, merkt successchrijver Nouwen dat geen van deze meer en minder bekende rk godgeleerden ooit een boek van hem in handen had gehad, laat staan gelezen. ,,Ik voelde me veeleer verbluft dan gekwetst, niet afgewezen maar genegeerd. Er was gewoon geen plaats voor mij.'

In zijn allerlaatste dagen, in het ziekenhuis, dachten Nouwen zelf, zijn vrienden en familie helemaal niet aan doodgaan, maar aan een nieuwe fase, anders, rustiger gaan leven, anders schrijven ook. God weet, zou met die Nouwen de kring van zijn bewonderaars nog verder zijn uitgedijd, tot en met Schillebeeckx, tot en met allen die te nuchter, te zuinig, te cynisch, te lauw en Hollands waren voor Nouwens warme offensieven en spirituele hunkeringen.

Zijn 'laatste dagboek' zal aan deze laatsten vermoedelijk weer niet besteed zijn. En dan heeft hij bovendien niet eens zijn zeventigste bereikt, terwijl hij honderd wilde worden, zijn vader overtreffen. Het beeld rijst op van een man die het oordeel vreesde dat hij met alle succes toch tekort was geschoten in zijn Opdracht. Maar ook komt een aards vermoeden boven dat het toch genoeg was en ook wel minder had gemogen.

Deel dit artikel