Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De economie bloeit, dus jonge ontwerpers knallen met kleur

Cultuur

Isabel Baneke

De jongens van Nightshop. © Phil Nijhuis

Designbeurs Object in Rotterdam toont het werk van een nieuwe generatie creatievelingen. "Er is optimisme onder de ontwerpers en dat zie je hier terug."

Het HAKA-gebouw in het Rotterdamse Vierhavensgebied staat normaal leeg, maar vandaag is het er een komen en gaan van gehuurde bestelbusjes en aanhangwagens. Talloze verhuisdozen gaan er door de smalle achteringang naar binnen, gereedschapskisten en gigantische voorwerpen verpakt in bubbeltjesplastic. Ondanks de kou hebben de sjouwers rode blossen van de inspanning.

Lees verder na de advertentie

Het is voor het eerst dat Object Rotterdam op deze plek wordt opgebouwd. De designbeurs voor aanstormend talent, het kleine zusje van de Art Rotterdam Week die gisteren van start ging, was voorheen op het monumentale cruiseship SS Rotterdam. Maar daar barstte zij uit haar voegen.

Vijf jaar geleden toen directeur Anne van der Zwaag Object Rotterdam overnam, deden er dertig man aan mee, dit weekend laten zo'n 150 ontwerpers, kunstenaars en meubelmakers hun werk zien. "We moesten wel verhuizen. Ook om alle gasten te kunnen ontvangen: vorig jaar kwamen er in drie dagen 10.000 geïnteresseerden langs."

Blauwe doeken, groene kasten, een rood kruis van glas: de ene toon is al feller dan de andere

Een mengelmoes

Die bezochten de beurs om keramiek, architecturale objecten of meubels te bewonderen of te kopen. "Ook sieradenmakers nemen deel aan Object, net als mensen met een achtergrond in de mode of beeldende kunst. Sommigen hebben hun naam al gevestigd, maar het gros is nog onbekend: zo'n twee derde van de talenten is recent afgestudeerd. Object is een mengelmoes van creatievelingen, een potpourri van disciplines."

Op haar bruine lakleren hakken banjert de kunsthistorica over de trappen tussen de vier verdiepingen die dienen als expositieruimte. Van der Zwaag wil alle kunstenaars, die ze stuk voor stuk zelf heeft gescout en uitgenodigd, de hand schudden. Ze maakt een praatje met het groepje jongens dat reusachtige gloeilampen gevuld met planten neerzet en ze doet haar best boven het lawaai van boormachines uit te komen wanneer ze Petra Vonk begroet, die kamerschermachtige installaties van geknoopt textiel neerzet.

Object heeft geen thema. Toch zijn er verschillende rode draden in de kluwen van kunst te ontwaren. Zo vallen de kleuren op van de vele voorwerpen die uit het cellofaan en karton verschijnen. Blauwe doeken, groene kasten, een rood kruis van glas: de ene toon is al feller dan de andere.

Beige, groen, afvalhout

Ja, lacht Van der Zwaag, ontwerpers durven weer. "De afgelopen jaren kenmerkte design zich door sobere tinten. De focus op duurzaamheid bepaalde de kleur van de werken, hun vorm en ook het materiaal dat de ontwerpers gebruikten. Je zag beige en groene objecten van afvalhout. De ontwerpen waren bescheiden en wat monotoon."

Het is zo van­zelf­spre­kend dat kunstenaars rekening houden met het milieu, dat ze niet de noodzaak voelen dat in hun ontwerpen te benadrukken

Nu is het zo vanzelfsprekend dat kunstenaars rekening houden met het milieu, denkt de directeur, dat zij niet meer de noodzaak voelen dat in hun ontwerpen te benadrukken. "En dus zie je hier een explosie van kleur." Ook vermoedt ze dat de vrolijke tonen een gevolg zijn van de aantrekkende markt. "Omdat de economie weer bloeit, investeren mensen in kwalitatief design in plaats van in goedkoop en in kwantiteit. Dat leidt tot optimisme bij de ontwerpers en dat zie je hier terug."

Zitten in een doek

Qua materiaal is textiel in trek bij de ontwerpers. Het is een reactie op de recente golven van kritiek op de kledingindustrie, aldus Van der Zwaag. De verschillende toepassingen springen in het oog. Er hangt een groot vilten doek waarin je kunt zitten, er zijn wandafsnijdingen die de akoestiek van een ruimte moeten verbeteren en er zijn ook sieraden van stof te zien.

"Textiel wordt benaderd vanuit gevoel. Het draait om aanraking, bescherming, behaaglijkheid. Bovendien zie je het in alle disciplines terug, van immense installaties tot piepkleine kunststukjes. Dat is misschien wel de meest interessante trend: de grenzen tussen design, kunst en architectuur vervagen. Meubelmakers die schilderen, kunstenaars die zich op mode storten: de mensen op Object denken minder in hokjes."

Object Rotterdam, onderdeel van de Art Rotterdam Week is van 9 tot en met 11 februari in het HAKA-gebouw in het Rotterdamse Vierhavensgebied. Meer informatie: objectrotterdam.nl.

De tekst loopt door onder de foto.

© Phil Nijhuis

'Het ambacht van het weven is vergeten. Hartstikke zonde'

Fransje Gimbrère (24) is multidisciplinair designer en pas afgestudeerd aan de Design Academy in Eindhoven

"Mijn werk bestaat uit textiel omdat het een vergeten materiaal is. Het ambacht van het weven wordt, door alle nieuwe technieken die je tegenwoordig kunt gebruiken, vergeten. Hartstikke zonde. Ik heb voor mijn installatie gewerkt met een zelfgebouwd weefgetouw, zodat ik een driedimensionaal object kon creëren. Een uitdaging.

"Door te experimenteren kwam ik erachter wat ik allemaal met touw kon, en de mogelijkheden aan vormen bleken eindeloos. Mijn werk ligt op het randje van kunst en design, die combinatie houdt het visueel spannend. Zo ziet de installatie er heel fragiel uit maar in werkelijkheid is ze sterk en kun je er zelfs op zitten."

De tekst loopt door onder de foto.

© Phil Nijhuis

'Harmonie? Schoonheid? Aan ons niet besteed'

Ward van Gambert (36) en Adriaan van der Ploeg (33) werken als design-duo onder de naam Nightshop

Hun werk bevat altijd een flinke knipoog. "Wij maken waar we zin in hebben. Of het nou kunst is of een gekke stoel, het hangt volledig af van onze stemming. We zoeken de grens op tussen mooi en lelijk. Voorop staat dat het plezier uitstraalt en een reactie bij iemand uitlokt. Termen als harmonie en schoonheid zijn aan ons niet besteed, wij horen nog liever dat iemand ons werk lelijk vindt. 

Inspiratie halen we op de simpelste plekken. Onze kast is geïnspireerd op een volgekladderde wc-deur, zo een die iedereen wel kent van de middelbare school. Juist de verveling die achter die tekeningen schuilt vinden wij dan weer interessant om in ons werk te stoppen."

De tekst loopt door onder de foto.

© Phil Nijhuis

'Ik zal nooit zwart gebruiken'

Jessica den Hartog (24) is afgestudeerd aan de kunstacademie in Maastricht en ziet de samenleving als haar voornaamste inspiratiebron

"Ik werkte veel met plastic materialen, maar realiseerde me hoe krom dat was, want duurzaamheid vind ik heel belangrijk. Daarom werk ik nu met allerlei soorten plastic uit de recyclecentrale. Alledaagse flessen, die de maatschappelijke gedachte achter mijn werk perfect weergeven. Ik krijg de producten zoals ze zijn en moet het daarmee doen. Juist dat maakt het telkens weer een interessant, experimenteel proces. 

"Ik werk dan ook anders dan ik gewend was: niet meer als een functioneel ontwerper die nadenkt over het doel van een product. Ik laat me nu leiden door het materiaal. Het enige wat overeenkomt is mijn kleurgebruik. Ik zal nooit zwart gebruiken. Kleur is een middel om mijn werk tot leven te brengen."

Lees ook: Als ik nu maar geen sloophouten pietje wordt, dacht designer Piet Hein Eek, toen zijn carrière een droomstart maakte met meubels van... sloophout.

Deel dit artikel

Blauwe doeken, groene kasten, een rood kruis van glas: de ene toon is al feller dan de andere

Het is zo van­zelf­spre­kend dat kunstenaars rekening houden met het milieu, dat ze niet de noodzaak voelen dat in hun ontwerpen te benadrukken