Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De desillusie van André Leysen

Cultuur

WILLEM SCHOONEN

Review

André Leysen: Achter de spiegel - Terugblik op de oorlogsjaren. Lannoo, Tielt; 300 blz. - ¿ 39,50.

André Leysen, de schrijver van deze regels, is een in België gezaghebbende grootondernemer. Topman van onder meer de krantengroep De Standaard (VUM) en Agfa-Gevaert. Hij was twaalf toen de Duitsers België binnenvielen en beleefde als zeventienjarige in Berlijn een totale desillusie toen het Derde Rijk ineenstortte. Leysens 'Achter de spiegel' is goeddeels gevuld met een reconstructie van het oorlogsverloop en een analyse van de werking van het Hitler-regime. Er tussendoor loopt het relaas van een Vlaamse jongen die carrière maakte in de Hitlerjugend.

De oorlog is in België een bijzonder gevoelig onderwerp. De toenmalige verschillen tussen Vlamingen en Walen gaven na de bevrijding stof voor hoog oplopende conflicten: iedere Vlamingen werd uitgemaakt voor collaborateur, iedere Waal geëerd als verzetsheld. Daar kwam bij dat de Duitse bezetting leidde tot een geschil tussen de vorst en zijn regering. De regering verkoos uit te wijken, de vorst - Leopold III - bleef, omdat hij vond dat hij bij zijn soldaten moest zijn. Dat bracht hem aanvankelijk veel sympathie, tot bekend werd dat deze 'krijgsgevangene' tijd had gevonden om voor de tweede maal in het huwelijk te treden.

Bovendien maakte Leopold III de fout, een poging te ondernemen om met Hitler afspraken te maken over België en de Belgische krijgsgevangenen. De terugkeer van de vorst, enkele jaren na de bevrijding, liep uit op de grootste politieke crisis die België ooit heeft meegemaakt.

Terugkijkend concludeert Leysen over Vlaanderen: “Wij waren geen volk van goeden en slechten, geen volk van collaborateurs en saboteurs. We waren voor 95 procent een bevolking van mensen die zich oefenden in de kunst van het overleven. Het was de grijze massa tussenin, die eendrachtig met het veranderende krijgsgeluk en de toenemende druk vanwege de bezettende overheid evolueerde van antracietgrijs in de zomer van 1940 naar gebroken wit in augustus 1944.”

De Duitsers konden in Vlaanderen aanvankelijk op sympathie rekenen. Omdat de Vlamingen een afkeer haden gekregen van de Belgische staat. In de Eerste Wereldoorlog had België zwaar geleden. Dat wil zeggen: Vlaamse soldaten hadden geleden onder het bevel van Franstalige officieren. Onder die soldaten was de Frontbeweging ontstaan, die niet alleen vrede eiste maar ook rechten voor Vlaanderen en een erkenning van het Nederlands.

Bovendien was er in Vlaanderen bewondering voor de tucht en orde die de bezetter bracht en werd er heilig geloofd dat Hitler ieder conflict dat hij begon, zou winnen. En tenslotte werd Hitler gezien als de enige die Europa kon beschermen tegen het goddeloze bolsjewisme. Het fascisme en het nazisme golden als het kleinere euvel, schrijft Leysen.

De jonge André Leysen vond het allemaal prachtig. Hij bracht de opmars van de Duitse legers nauwgezet in kaart, liet zich overplaatsen naar de Duitse school in Antwerpen en werd actief in de Hitlerjugend. Hij belandde uiteindelijk in Berlijn, als medewerker van René Lagrou, leider van een Vlaamse regering in ballingschap die in overleg met de nazi's was opgericht. Achteraf spreekt Leysen van een 'operetteregering', maar de stemming was destijds ernstig en ambitieus, zelfs toen de geallieerden al aan hun opmars in België waren begonnen: “Het was duidelijk de bedoeling van de Duitsers na hun terugkeer in België, waarop zij blijkbaar rekenden, deze groep als Vlaamse regering te installeren.” En die regering tekende een Vlaanderen dat zich uitstrekte van de Somme tot de Moerdijk.

De inmiddels 17-jarige Leysen wist uit Berlijn te ontkomen vlak voor de Russische troepen er arriveerden. Terug in Antwerpen ontdekte hij pas de waarheid over het naziregime:

“Ik had, hoe ongeloofwaardig dat ook mag klinken, tot op dat ogenblik de overtuiging gehad mij vóór het goede en tégen het slechte te hebben ingezet. Het gevoel dat ik kreeg toen ik die eerste foto's (van de concentratiekampen - red.) zag, moet te vergelijken zijn met datgene dat men na een aardbeving heeft. Het fundament waarop men staat en waarvan men de soliditeit nooit heeft betwijfeld, zakt plots onder uw voeten weg. Zoiets laat u radeloos achter. Ik had het 'geluk' enkele dagen na die belevenis voor enkele maanden geïnterneerd te worden en dus tijd te hebben om mezelf terug te vinden en naar een nieuw fundament te zoeken. Dat werd voor mij: onder alle omstandigheden de grootst mogelijke verdraagzaamheid aan de dag te leggen en een democratisch stelsel aan te kleven.”

Deel dit artikel