Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De buikspreekpop van het kwaad

Cultuur

Huub van Baar

Review

Onlangs figureerde de weduwe Rost van Tonningen als het zwarte schaap in het gelijknamige tv-programma van de Vara. Niet omdat iemand ook maar iets wil begrijpen van wat zij te zeggen heeft, maar om te voorzien in de behoefte aan shockerende uitspraken, denkt filosoof en wiskundige Huub van Baar.

Vanuit twee invalshoeken geeft Van Baar inzicht in de beweegredenen van de weduwe en in die van de media om haar steeds weer te presenteren als symbool van het ultieme kwaad, als iemand van wie bij voorbaat vaststaat dat zij de beelden van Sobibor, Treblinka, Auschwitz zal herkennen als beelden van het gebombardeerde Dresden. 'Ze is er zo langzamerhand op voorbereid; ze weet wat ze moet zeggen, wat ze van haar willen horen. Dat zijn de media. Meer van hetzelfde.'

Haar haar is al bijna wit, het soort wit dat onooglijk is, dat iemand bij het zien ervan misschien op de verkeerde gedachte zal brengen dat ze zich al in het dodenrijk ophoudt, en daarom verft ze haar haar in een grijstint die voor iedereen met een beetje gevoel voor leeftijd acceptabel is.

Binnenkort wordt ze 86 en waar ze zich ook tussen de 70 en de 100 ophoudt, l'Oréal houdt haar leeftijd constant, zeg 82. Jonge mensen schatten haar 82 en hoewel ze ouder wordt en de dood vrij snel dichterbij komt, zijn ze ongevoelig voor de verschillende gradaties van de ouderdom. Voor hen komen de jaarringen simpelweg te dicht op elkaar te zitten, en daarom vallen ze in hun ogen samen, hoeveel het er ook zijn. 'Tweeëntachtig', denken ze, 'dus ze heeft de oorlog nog meegemaakt'.

Haar ogen liggen diep. Het is alsof haar hele gezicht is gegroeid, zich verder heeft ontwikkeld zoals de tijd dat van een lichaam verlangt, maar alsof haar ogen, deze twee essentiële organen van de waarneming, bij de rest van haar gezicht zijn achtergebleven. 'Wat ik toen heb gezien, zie ik nog steeds. De tijd heeft daaraan niets kunnen veranderen -en zal daar ook in de toekomst niets meer aan veranderen.'

Haar waarneming is beperkt door de beperkingen die het lichaam haar heeft opgelegd: doordat de ogen diep in de oogkassen rusten, is de waarnemingshoek van de ogen aanzienlijk verkleind. De coördinatie van de ogen verloopt niet meer zoals het hoort. Ze ziet eruit als een gedesoriënteerde roofvogel, wel scherp, maar niet meer in staat de waarnemingsbeelden van beide ogen met elkaar te combineren. Prooidieren te over, maar geen idee meer hoe ze te vangen.

Al 55 jaar is ze weduwe, bestaat ze uit eenzaamheid en uit herinneringen aan de oorlog die haar taai hebben gemaakt. Zou je in haar snijden, met een scherp mes bijvoorbeeld, dan zou er waarschijnlijk bijna geen doorkomen aan zijn. Haar huid en haar vlees zijn uitgedroogd alsof alle vloeistof daarin die verantwoordelijk mag worden gehouden voor wat het leven wordt genoemd, is verdampt en opgegaan in de lucht die ze inademt.

Sterven is een vrij eenvoudig chemisch proces. Je wordt geboren als een onevenwichtig wezen, als een substantie die zich normaliter niet in de buitenlucht kan ophouden, en daarom vervloei je langzaam, ga je heel geleidelijk en de eerste decennia na de geboorte bijna zonder dat je het merkt, in die omgeving op. Je merkt te laat dat je je eigen onevenwichtigheid niet in de hand hebt. De natuur streeft naar evenwicht, en neemt dat van je wat je haar verschuldigd bent. We noemen het sterven. In feite is het een ruilhandel die je met de dood moet bekopen.

Ze is dus weduwe, al 55 jaar, en had een goed huwelijk. Er gaat voor haar geen dag voorbij zonder de herinneringen aan haar man, die ze in het laatste oorlogsjaar op een vreselijke manier hebben vermoord. Ze is er niet bij geweest, Goddank, want was ze erbij geweest dan zou ze het niet kunnen navertellen en nooit de functie kunnen vervullen die ze nu vervult. Ze is er trots op, al kost het haar moeite steeds opnieuw deze voor haar zo vreselijke episode op te rakelen.

Maar er is groot belang bij dat ze vertelt wat zij en haar man hebben doorgemaakt en welke historische rol zij hebben gespeeld in die laatste oorlogsjaren. Daarom ook heeft ze een boek geschreven waarin ze het maximale van zichzelf heeft gevraagd, en al die herinneringen nog eens op een zo consistent mogelijke wijze bij elkaar heeft proberen te plaatsen.

Haar boek, haar leven, haar man, haar herinneringen aan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog hebben haar tot een symbool gemaakt. En wel omdat ze een slachtoffer is, één van de weinige eerste-generatie-slachtoffers die nog in leven zijn, een slachtoffer niet alleen van de oorlog, maar vooral ook van zijn geschiedschrijving. Door die enorm grote behoefte van slachtoffers en historici het ultieme kwaad voor eens en voor altijd vast te leggen, en daarmee te waken voor de herhaling ervan, is ze tot een symbool geworden en ook zelf, niet eens meer als een vrouw van 85, tot de geschiedenis gaan behoren. ,,Ik ben een episode uit de vaderlandse geschiedenis geworden, en niet eens een onbelangrijke''.

Nog maandelijks ontvangt ze uitnodigingen van waar ook ter wereld om aan radio en televisieprogramma's deel te nemen, om te vertellen over haar boek, haar leven, haar man en haar herinneringen aan de oorlog en aan alle ellende die ze daarna heeft moeten doorstaan.

,,Maar ze zijn niet echt in mij geïnteresseerd, dat weet ik best. Ze stellen alleen maar belang in de symbolische waarde die ik in de naoorlogse geschiedenis in steeds sterkere mate ben gaan vertegenwoordigen. Ze willen horen wat ik te zeggen heb, niet omdat ze van de inhoud ervan ook maar iets willen begrijpen, maar omdat dat waarvoor ik en mijn man staan, hen shockeert en omdat er tegenwoordig grote behoefte is aan, nee, niet aan inhoud, maar aan shockerende uitspraken, vooral aan die die op de Tweede Wereldoorlog betrekking hebben. Voor de media vervul ik die functie. Zij maken mij groot, zoals ze presidenten en voetbalsterren groot maken. Het is een geluk dat ik kan profiteren van hun megalomane omgang met symboliek.''

Ze ziet er keurig verzorgd uit. Ze draagt modekleren die goed bij haar leeftijd passen. Om haar hals een kettinkje, om haar pols een horloge, in haar oren knopjes, alle van goud, maar zonder dat het protserig is. In de programma's waarvoor ze gevraagd wordt, reserveren ze meestal een aparte stoel voor haar, niet te dicht bij de overige gasten, en groot genoeg voor een symbool met zachtgrijze haren en diepliggende ogen.

Altijd weer beginnen zij over haar man, met wie ze zo gelukkig is geweest, over de moord op hem die ze als een zelfmoord proberen te ontmaskeren. Ze is er zo langzamerhand op voorbereid; ze weet wat ze moet zeggen, wat ze van haar willen horen. Dat zijn de media. Meer van hetzelfde.

,,Het is geen zelfmoord geweest; ze hebben hem op de meest afschuwelijke manier de dood in gedreven -dat kunt u in mijn boek nalezen. Maar ik weet het al: u hier bent niet geïnteresseerd in de feiten, maar alleen in de shockerende werkelijkheid dat ík weet dat mijn man géén zelfmoord heeft gepleegd en het de historici niet is gelukt de geschiedenis zuiver te houden. Dat wil ik er trouwens nog aan toevoegen: dat het inderdaad een verkeerde inschatting is geweest, dat de geschiedenis vrij zou blijven van alle smetten die erop rusten. Hoe vaak niet wordt de werkelijkheid verdoezeld, komen er grote leugens in de plaats van klinkklare feiten? Nee, mijn man is vermoord, hoe graag de historici ook willen dat hij zelfmoord heeft gepleegd. Om dat te vertellen, ben ik hier, en ik zal het steeds weer vertellen, opdat uw kijkers het in ieder geval voor een tijdje zullen onthouden.''

Steeds weer, in al die programma's, confronteren ze haar met die vreselijke beelden van toen, met de documentaires over de laatste oorlogsjaren en de opnames die na de capitulatie zijn gemaakt. Hoe vaak hebben ze die onmogelijke hoeveelheid lijken nu al aan haar laten zien? Die graven, nog niet afgedekt omdat ze die nog hadden moeten filmen, die verwoeste gebouwen in de puinhopen waarvan de dode lichamen lagen als de moegeworden vlaggen van de vijand, te moe om nog één keer met de hand te wapperen naar de camera's van de historici die de geschiedenis liefst zo nauwkeurig mogelijk wilden vastleggen?

Eindeloze beelden, nooit komt er een einde aan de uitzendingen waarin zij als de deskundige moet optreden, waarin van haar wordt gevraagd 'Is het inderdaad waar gebeurd, wat we hier zien?'. Het wordt steeds moeilijker voor haar al deze lijken te identificeren als haar lotgenoten, al deze lijken, beroofd van iedere menswaardigheid, in het gelaat te zien, en weer die pijnlijke bekentenis te moeten afleggen die men in deze sensatiebeluste programma's van haar verlangt.

Vaag heeft ze er nog weet van, dat ze het móet doen. Eens, toen ze nog met haar man samenleefde, en ze volledig bij bewustzijn was over wat er in de wereld gebeurde, is ze ervan overtuigd geraakt dat haar leven vanaf een bepaald moment alleen nog in het teken zou komen te staan van de verkondiging van de onzuiverheid van de geschiedschrijving.

Ze is trots. En achteraf gezien is ze vooral ook blij. Blij dat ze geen dochters heeft gekregen, en trots op haar zoons, die dan wel afstand van hun vader hebben genomen -'maar dat is logisch; iedere zoon maakt zich los van zijn vader'- maar waarvan ze weet dat ze van haar houden, en niet alleen omdat zij hun moeder is. Ze is trots, want iedere keer weer wanneer zij in zo'n uitzending zit waarin die beelden de revue passeren waarvoor de meesten zo langzamerhand volledig immuun zijn geworden, en waarvan historici zeggen 'Kijk, dat is Sobibor; kijk, dat is Treblinka, en die kraters daar in de grond, daar stonden de verbrandingsovens van Auschwitz die de Duitsers aan het einde van de oorlog hebben opgeblazen om de boel te verdonkeremanen', en als ze haar om haar deskundige oordeel vragen, en ze antwoordt 'Ja, dat alles is Dresden', dan is ze blij dat ze alleen drie zoons heeft en dat zij de naam dragen die waarborgt dat de geschiedenis zuiver zal blijven: Rost van Tonningen.

Deel dit artikel